NEGENTIENDE TOONEEL.

De vorigen. Mathilde.

MATHILDE. Clémens! – Ach, àrme, bèste Knier, wat ben ’k met je begaan.

– ’t Is èrg – ’t Is schrikkelijk – twéé zoons...

KNIERTJE (starend). Me man en vièr zoons...

MATHILDE (troostend). Maàr, wees jij maar niet ongerust, hoor. – We

hebbe ’n oproeping geschreven – de vrouw van de burgemeester en ik – en

die gaat morgen in àl de krante. – Hier Kaps... (Bos wenkt haar heen te

gaan)... Laat ’r nog effen wàchte, Clémens – (lief) ’k Heb ’n paar

kóúwe kotelette – die ’r op zulle knappe – en – en – late we nou maar

weer vrede sluite. – Je heb ’r toch niks tegen dat ze weer komt

schoonmake? Wij zulle je niet vergete, hoor. – Dag Knier. – Sterkte.

(af).

Op Hoop van Zegen: Spel van de Zee in 4 Bedrijven · 第 72 / 76 题