TWAALFDE TOONEEL.

Bos. De Boekhouder. Mathilde.

BOS (driftig op en neer loopend). ... Wat suf jij nou? – Ben je te lui

om ’n pen op papier te zette, vandaag?... ’k Vraag je geen antwoord!

Heb-je ’t Weduwen en Weezenfonds bij de hand? – Nou!

DE BOEKHOUDER (op de brandkast toeschuifelend). ’t Bovenste loket is

nog op slot. (Bos smijt hem de sleutels toe). O, dank u (opent de kast,

schuifelt met het boek naar Bos’ bureau). Asjeblief, meneer.

BOS. ... Vijf en negentig weduwe – veertien ouwe zeelui en visschers...

DE BOEKHOUDER. Ja, ’t fonds komt al lang te kort. – Maar weer is ’n

advertentietje plaatse...

MATHILDE. – Clémens, wat ’n ongeluk! De burgemeestersvrouw vraagt of

je niet effen binnen kan kom me – ze zit gewoon te huile.

BOS. Nee! Gehuil genoeg hier. En geen tijd!

MATHILDE. Ach! Ach! – Kaps, hier is de copy voor de circulaire. –

Spoed, hoor!...

BOS. Mathilde! – Praat ’r met mevrouw is over – om ’n oproeping te doen

voor de verongelukten.

MATHILDE. Ja maar, Clémens – is dat niet te veel – twéé bedelpartijen?

BOS. Laat mijn ’t dan maar... (af).

Op Hoop van Zegen: Spel van de Zee in 4 Bedrijven · 第 65 / 76 题