ZESTIENDE TOONEEL.

De vorigen. Twee veldwachters.

EERSTE VELDWACHTER (door linksche deur, gemoedelijk). Schipper Hengst

het de waterschout verzocht... Asjeblief, ventje, we hebbe geen tijd te

verlieze.

BAREND (uitgillend). Ik ga niet mee! – Ik wil niet mee! – ’t Schip is

ròt...

TWEEDE VELDWACHTER (glimlachend-gemoedelijk). ... Dan had je niet motte

monstere, bange Barendje. – Mot ’r geweld gebruikt worde?... Kom nou,

mannetje (klopt hem goedig op den schouder).

BAREND. Raak me niet an! Raak me niet an!... (klemt zich desperaat aan

deurpost en bedstee).

TWEEDE VELDWACHTER. Motte de boeie angelegd worde, jongen?

BAREND (kermend). Help me dan moeder!... Je ziet me niet terug! Ik

verzuip! Ik verzuip in die smerige, stinkende zee!...

EERSTE VELDWACHTER (knorrig). Kom, kom! – Laat de deurpost los! (vat

zijn pols)

BAREND (zich heftiger vastklemmend). Nee!... (krijschend) Snij me

handen af!... O God, o God, o God!... (kruipt in ontzetting tegen den

wand op)

KNIERTJE (bijna schreiend). Nou!... De jongen is bàng...

EERSTE VELDWACHTER. Zèg ’m dan dat ie los laat!

KNIERTJE (huilend, Barend’s handen vattend). Toe nou, jongen – toe nou

– Gód zal je niet verlate...

BAREND (laat kermend den deurpost tot, snikt wanhopig)... Je ziet me

niemeer, nóóit meer...

EERSTE VELDWACHTER. ... Vooruit...

Op Hoop van Zegen: Spel van de Zee in 4 Bedrijven · 第 36 / 76 题