Het was een bruine, lang niet nieuwe heeren glacé-handschoen— —

Daarover lag een blaadje papier. Met stijgende verbazing las hij de

volgende woorden:

„Mijnheer! Daar gij den verwachten handschoen slechts kondt

bemachtigen door de afkeurenswaardige daad van een verleider, die

van den geldnood van een armen duivel in zijn eigen belang gebruik

maakte, ben ik zoo vrij geweest het onrecht, dat gij onbewust hebt

gepleegd, weer goed te maken.

Lord Lister No. 0037: De Diamantenkoningin · 第 19 / 31 题