In het Noordwestelijk gedeelte van Londen ligt de Baywater road. In een
der rijkste villa’s van deze deftige straat werd feest gevierd.
Het gebouw behoorde aan een zekeren Mr. Dickson, van wien men alleen
wist, dat hij van zijn rente leefde en die, zooals alom bekend was, tot
de voornaamste verzamelaars van zeldzaamheden uit geheel Londen
behoorde.
Mr. Dickson moest zeer rijk zijn, want de ontelbare antiquiteiten,
welke hij in zijn villa had verzameld, vertegenwoordigden een groote
waarde!
Vier tamelijk groote vertrekken op de eerste verdieping waren tot een
soort museum ingericht. Daar had de heer des huizes met werkelijk
artistieken smaak de meest waardevolle stukken van zijn verzameling
gegroepeerd, terwijl andere kleine, minder kostbare, maar toch zeldzame
antiquiteiten ter versiering en meubileering der andere kamers werden
gebruikt.
De dienstboden van Dickson wisten veel te vertellen omtrent de
gierigheid van hun heer. Op de partijen echter, welke hij af en toe
gaf, bemerkte men daarvan niets.
De eigenaar van al deze merkwaardigheden had de gewoonte van meer
gegoeden om in het particuliere leven met een stuiver te woekeren, bij
officieele gelegenheden echter met het geld te gooien.
Zoo kon men ook heden eerder gelooven, zich in de woning te bevinden
van een Indisch vorst, die met alle schatten der aarde is gezegend, dan
bij een Londensch rentenier.
De villa was overal schitterend verlicht. Bedrijvig liepen bedienden in
livrei heen en weer om de laatste hand te leggen aan de toebereidselen
voor de ontvangst der gasten.
De heer des huizes, een broodmager mannetje, wiens rok om hem heen
fladderde, liep langzaam door de vertrekken, hier en daar een opmerking
makend.
De vrouw des huizes vormde, wat haar uiterlijk betrof, een merkwaardig
contrast met haar man. Zij was opvallend groot en zeer corpulent. Het
grof gevormde gelaat had een zeer interessante uitdrukking.
Zij droeg een kostbaar avondtoilet van donkerrood fluweel met echte
Brusselsche kanten gegarneerd, die hier en daar werden bijeen gehouden
door kostbare edelsteenen.
Om den te gevulden, blanken hals droeg zij een prachtig collier van
brillanten en paarlen.
Gouden armbanden, schitterend van de vele juweelen, prijkten aan de
ronde armen, terwijl de vingers der dikke handen vol ringen waren.
De dame leek veel op een wandelenden juwelierswinkel, toen zij met
afgemeten passen haar rijk doorschreed om de laatste bevelen te geven.
De ongeveer 19-jarige dochter van het echtpaar, Mabel, een slanke,
rijzige blondine met regelmatige, aangename trekken, maakte den indruk
van een werkelijk voorname Engelsche dame.
Ondanks haar jeugd waren haar manieren gracieus en toch gereserveerd.
Men merkte aan haar dat zij een goede opvoeding had genoten, welke haar
moeder blijkbaar nooit had gehad.
Daartoe was zij jarenlang op een voorname Fransche kostschool geweest.
De slanke en toch gevulde gestalte van het jonge meisje was gehuld in
een kostbare, doch eenvoudige witte japon, die den hals een weinig vrij
liet.
Een driedubbel snoer sneeuwwitte paarlen sierde den hals, terwijl Mabel
overigens slechts gele theerozen in het haar en op de japon droeg.
Zij stak in haar voornamen eenvoud voordeelig af bij de rijkbeladen
moeder.
Juist meldde een bediende als eersten gast Mr. Levison aan.
Vol drukte kwam hij binnen, kuste moeder en dochter de hand en snelde
daarna met een gewichtig uiterlijk naar den gastheer toe, hem in een
druk gesprek meetronende naar een der vensternissen.
Levison, die een groote, witte bloem in het knoopsgat droeg, vroeg
haastig:
„Nu, komt hij?”
De gastheer antwoordde toestemmend en Levison putte zich uit om lange
verhalen te doen omtrent de buitengewone beminnelijkheid van graaf
Armani.
Meer gasten kwamen binnen en Mr. Dickson haastte zich om hen te
begroeten.
Ontelbare rijtuigen bleven voor de feestelijk verlichte villa staan en
weldra had zich in de vertrekken een vroolijk gestemde menigte
verzameld.
Men stond of zat in groepjes bij elkaar. Het ruischen van zijde en
fluweel vermengde zich met het rinkelen van kostbare sieraden.
Uit een der andere vertrekken klonken nu de meesleepende tonen van een
sonate van Rubinstein. Een klein orkest van eerste artisten was door
Mr. Dickson voor zijn gasten geëngageerd.
Een vroolijke stemming heerschte, alleen de heer des huizes scheen
eenigszins zenuwachtig te zijn.
Hij keek ongemerkt op zijn horloge en het volgende oogenblik vol
afwachting naar de deur. Alle gasten waren reeds verschenen, alleen
graaf Armani en zijn vriend ontbraken nog.
Levison trad nu op Mr. Dickson toe en sprak:
„Nu, hoe vindt gij het, hij schijnt toch niet te komen!”
Ontstemd antwoordde deze:
„Hij heeft het mij toch beslist beloofd. Misschien heeft hij zich een
beetje verlaat.”
Mr. Dickson wilde zich juist verwijderen, toen hij op eens door Levison
bij de panden van zijn rok werd vastgehouden. Deze fluisterde hem in
het oor:
„Hoe is het, hebt gij den handschoen al klaar gelegd?”
„Neen,” antwoordde Dickson, „hij is nog net zoo verpakt als gij hem mij
hebt gegeven. Eerst in het bijzijn van het geheele gezelschap zal ik de
zegels verbreken.”
Op dit oogenblik trad een bediende binnen en meldde met heldere stem
aan:
„Graaf Armani en Mr. Brand.”
Innig verheugd snelde Dickson de binnentreden des te gemoet.
De oogen der aanwezigen waren op de deur gericht, door welke de vreemde
Italiaansche graaf zou binnentreden, van wien de gastheer en Levison
reeds veel hadden verteld.
De bediende trok de vleugeldeuren open en Raffles, gevolgd door zijn
vriend Charly, trad binnen.
In de onberispelijke houding, die den man van de wereld kenmerkt, boog
Raffles voor de vrouw des huizes, tot wie Mr. Dickson zijn lang
verwachten gast had geleid.
Daarop stelde hij hem voor aan zijn dochter en de overige gasten.
Levison kwam zoo dicht mogelijk bij John Raffles, om allen te laten
zien, hoe intiem bevriend hij was met graaf Armani.
De beminnelijkheid van den Italiaanschen graaf werkte betooverend en
menige smachtende blik uit schoone vrouwenoogen volgde de elegante
gestalte.
Nadat de algemeene voorstelling was geschied, deelde Mr. Dickson aan
zijn gasten mede, dat hij nog een bijzondere verrassing had, waartoe
hij het gezelschap verzocht om hem naar de bovenverdieping te volgen.
Onder lach en scherts geleid door den heer des huizes, zette men zich
in beweging en spoedig was de stroom der gasten over de vertrekken der
eerste etage verdeeld.
In het laatste, als museum ingerichte vertrek, stond op een estrade een
tafel.
De gastheer had uit een groote ijzeren kast het pakketje genomen, legde
dit op tafel en wendde zich vervolgens tot zijn gasten.
In een ietwat humoristisch speechje zette hij uiteen, dat hij door
bemiddeling van een zakenvriend in het bezit was gekomen van een
zeldzaam voorwerp.
Hij wilde dit voorwerp, over welks bezit hij zich zoozeer verheugde,
bij zijn verzameling voegen en het deed hem veel genoegen, dit kleinood
eerst te kunnen laten zien aan zijn lieve gasten, die hij speciaal voor
dit doel bij zich vereenigd had.
Allen verdrongen zich om de verhoogde tafel. Een jongedame kon zich
niet weerhouden haar cavalier eenige grappige woorden toe te
fluisteren, waarvoor zij een bestraffenden blik kreeg van drie oudere
heeren, bij wie de levendige belangstelling van den kenner en
verzamelaar op het gezicht stond te lezen.
Tusschen een groepje dicht bij den heer des huizes stonden Charly,
Raffles en Levison, die met trotschen blik de bewegingen van Dickson
volgde, toen deze het omhulsel van het pakket begon te verbreken.
Dickson had zich overtuigd, dat de zegels, waarmee het touw was
bevestigd, ongeschonden waren en liet nu het buitenste omwindsel
vallen.
Als tweede omwindsel, dat het kostbare voorwerp omsloot, vertoonde zich
een gedeelte van een oud exemplaar der „Times”.
Levison keek verbaasd op. Hij meende zich toch goed te herinneren, dat
hij geen courantenpapier, maar zachte stof als binnen-omhulsel had
gebruikt.
Dickson ontging de verwondering van zijn zakenvriend niet, en een
beetje ongerust geworden, rolde hij het courantenpapier af.
Op eens nam zijn gelaat een uitdrukking aan van verwondering en
verbazing. Hij keek verbluft naar Levison en dan weer naar het
voorwerp, dat hij uit het omwindsel te voorschijn haalde.