DE BEDROGEN GAUWDIEF.

„Ziezoo, ook dit is in orde!”

Lord Lister legde de pen neer en nam den brief op, dien hij juist

geëindigd had.

Daarop sprak hij tot zijn vriend Charly, die bezig was den ijzeren

handschoen, die van de jonkvrouw van Orleans afkomstig zou zijn,

zorgvuldig in te pakken:

„Luister eens! Zeer geachte heer, bijgaand ontvangt u den ijzeren

handschoen terug, die uit de kapel van uw dorp is ontvreemd.

Het was er mij alleen om te doen, u te bewijzen, dat die reliquie

niet voldoende bewaakt werd.

Door deze mijn bekentenis zult u thans wel inzien, dat de bewaker,

op wien de verdenking rustte, onschuldig is aan den diefstal. Een

kleine straf heeft hij evenwel verdiend, omdat hij zijn taak te

licht opnam.

Lord Lister No. 0037: De Diamantenkoningin · 第 15 / 31 题