Fakkel, brief, bedelbrief, brandbrief.
Fakkelen, schrijven, een brief schrijven.
Falle, lichaamsgebrek.
Falle maken, een lichaamsgebrek voorwenden, om er mee te gaan dalfen,
(bedelen).
Feemen, (zie veemen) vingers, grijpelingen.
Fidel (letje), vloo.
Fiets, 2 Rijksdaalders.
Fietsen, handen, ook wel beenen. Daar zag ik Frans, met paternosters
om ze fietsen. Hij had z'n keesje in z'n linkerfiets gespuwd.
Fietsen, uitoefenen van de bijslaap. Dat niese is bezoles van het
fietsen.
En als het fietsen is gedaan,
Dan moet het meisje in de kraam.
Filippie, tien gulden.
Fladder, krant, maar ook kaart. De Fladders (een spel kaarten).
Flapdrol, meid, waar geen boon aan gelegen is.
Flauwe kul, onzin.
Flens, melk.
Flep, getuigschrift. Dofte flep (goede papieren); linke flep (valsche
papieren).
Flepje, papiertje, briefje. Een flepje van 100. Een groen flepje
(f40). Een geel flepje (f25). Een ros flepje (f60).
Flik, krant. Daar zal wel een labe (een hoop) van in de flik steunen
(in de krant staan).
Maar ook: spel kaarten. Kees is een jongen, die met de flik peest
(met de kaarten werkt).
Flikflooier, mooidoener.
Flikker, vuilik, sodomieter; veel als scheldnaam gebezigd
zonder bepaalde beteekenis. Het bennen flikkers hoor, die russen
(rechercheurs), ze loopen altijd vlak achter je kont.
Flip, lade, kast, waggon, etc.
Flok, hemd.
Flonkewit, lekker eten.
Foelie, kerfstok. Je hebt veel op je foelie.
Fok, rijk, ook wel bril. Een fokke vrijer (een rijke kerel). De goozer
had een fok op ze penooze. (De man had een bril op zijn neus).
Foks, goud. Het foks gaat in den pot (de smeltkroes) waar je bijstaat.
Een paar fokse bellen.
Fokse, me fokse (mijn schat).
Foksespiese, goudsmidswinkel.
Fokse oksenaar, gouden horloge.
Fokse cent, Fokse schrabber, Fokse spie, gouden tientje.
Fokse medaille, dat niese is bekroond met de fokse medaille (er is
niets meer aan die meid gelegen).
Fokse slang, gouden horlogeketting.
Foks-malogemer, goudsmidswerkplaats.
Fokse veemsteker, gouden vingerring.
Fonk, (zie vonk). Licht.
Fonkert, (zie Vonkert). Kachel.
Forts, een kleinigheid, een duit. Ik geef er geen forts voor.
Frotterin, smeerpoets, vuil wijf.