C.
Cabanes, herrie.
Casavie, brief, bankbiljet.
Cenijve, brand.
Chocoladewagen, celwagen.
Citroendraaier, gebochelde. (Krates, kriek).
Couchee, bed.
Croupier, kashouder van dobbelaars.
De Boeventaal Zakwoordenboekje van het Bargoensch, of De taal van de jongens van de vlakte · 第 5 / 32 题