Een jong meisje had van het balcon bij burgemeester Vink den aanval
met verontwaardiging aangezien. Het was Bertha Vink. Sympathie leidt
tot liefde.... en verloving.
De eerste dagen van zaligheid waren voorbij.
Toch was het alsof er in Bertha iets onrustigs was gekomen. Eerst zag
hij het niet; haar handdruk was warm en stevig als altijd, haar lach
even teeder.
Maar wat was er in haar oogen dat hem soms bevreesd maakte, dat alles
niet was zooals het zijn moest?
En op een goeden dag zeide zij het aan "maatje." De oude mevrouw
zuchtte; het verraste haar niet.
Dien avond brak zij het nieuws aan haar zoon.
Bertha was niet sterk genoeg gebleken in den strijd.
Hendrik begreep. Hij waagde nog een laatste poging. Hij schreef een
brief vol liefde en teederheid, maar ook vol vastheid. "Je moet kiezen
tusschen mij en de bacteriën," schreef hij. "Hoe lief ik je ook heb,
ik kan mijn beginsel niet verzaken, om geen ziektekiemen over te
brengen als de hond en de vlieg." Hij deed zelf den brief op de bus.
Hij wachtte. Eén dag, twee, drie dagen. Er kwam geen antwoord.
Hij was vrij. Om den strijd te strijden dien hij gekozen had. Om zijn
eenzamen, moeizamen weg te gaan.