"Mag ik het Rijksmuseum van u hebben, conducteur?"
"Zeker, meneer!"
De conducteur van lijn 10 schelde. De bestuurder remde.
De jonge dr. Hendrik van Bree, grijs deukhoedje, bruine covercoat,
stapte uit, nog vóór de wagen geheel stopte, liep enkele passen met
de alweer doorrijdende tram mee, nam toen bijna onmerkbaar zijn draai
en betrad met energieke schreden de brug tusschen Weteringschans en
Stadhouderskade. Hij liep onder het Museum door, de Jan Luykenstraat
in, en was in de Van Baerlestraat.
"Alweer," mompelde hij opeens in de P. C. "Zal deze verderfelijke
gewoonte dan nooit uitgeroeid worden? Moeten de bacteriën steeds
verder worden verspreid?" Hij zette de tanden op elkaar.
"Ik zal mijn leven wijden aan de bestrijding van dit kwaad."