VII.

We stevenden naar het vaderland terug. Toen ik in Greenwich aankwam,

werd ik heel feestelijk ontvangen. Joe en Bill stonden me op te

wachten in hun beste tuig. Ze hadden hun roer recht weten te houden,

en dat was wel een bewijs van hun vriendschap. Overal waren vlaggen

uitgestoken en jongejuffers boden ruikers aan.

"Wat is er aan de hand," vroeg ik verbaasd.

"Weet je dat niet?" riepen Joe en Bill tegelijk, met stemmen als

lekke scheepsroepers. De verklaring is niet moeilijk.

Mijn vader was de achter-achterneef van Lord Whizzlewhist.

Op een goeden dag had deze edelman de vijfentwintig tusschen mij

en de erfopvolging staande familieleden ten eten. Men at per abuis

vergiftigde paddestoelen--ik bleef erfgenaam. Ik werd ziek van schrik,

maar toen ik opgekalefaterd was, nam ik mijn rechten in bezit. De

tegenwoordige Lord Whizzlewhist zal u gaarne op zijn kasteel ontvangen

en staat in voor de paddestoelen die hij zijn gasten zal voorzetten.

Parodieën · 第 26 / 38 题