(EEN VERHAAL VAN WERELDLIJKE MACHT)
Neerslachtig liep koning Harold IV in zijn studeerkamer op en
neer. Niets ging vandaag zooals het behoorde! Hij was één der
voortreffelijkste dichters--zoo niet de voortreffelijkste--van zijn
rijk, maar heden werd het niets dan rijmelarij--een rijmelarij,
die de vijf-jarige kroonprins Kuno gewis te kinderachtig zou
hebben genoemd. Hij was een musicus van den allereersten rang,
maar zijn harp bracht thans klanken voort, niet ongelijk aan de
voorjaarsontboezemingen eens katers. Schilder van groot talent en
verwonderlijke techniek, had hij in een uur verknoeid wat zijn
meesterwerk beloofde te worden. Zijn minister van financiën was
zoo juist heengegaan, na vergeefs getracht te hebben zijn anders
zoo schranderen vorst, een veel beter financier dan hij zelf was,
placht hij te erkennen,--de nieuwe belastingwet te verklaren.
Harold was een buitengewoon schoon en statig man, maar toen hij in
het voorbijgaan in den Venetiaanschen spiegel blikte, vond hij zijn
eigen voorkomen bijna terugstootend.
In het kort, de koning had het land, was onbevredigd, tot niets
bekwaam. Het was een opmerkelijk toeval, dat zijn gemalin bij de
dagelijksche ontmoeting van het vorstelijk echtpaar, meer op een
afstand was geweest dan ooit. Overigens waren gemaal en zoon van haar
weinig warmte gewend!
Toen Harold de schoone, hoogbegaafde prinses huwde, had zij het
hem eerlijk gezegd: "Ik kan u niet beminnen; ik kan geen enkel man
beminnen. Nimmer zal ik u echter,--of juist daarom--bedriegen." Daarmee
had hij genoegen moeten nemen.
Prinses Mathilda van Essen-Nierstadt was het schoonste en meest
begaafde meisje van haar land. In alles door haar goedhartigen vader
toegegeven, was zij vrij en frank opgegroeid, omgeven door goeverneurs
en goevernantes, van wie zij spelenderwijs al het noodige leerde
en die zij spoedig elk in hun vak overtrof. In alles uitblinkend,
heerschte zij oppermachtig over het geheele hof. Maar haar hart
bleef koud, koud voor alles, behalve de prachtverzameling reptielen,
welke haar koninklijke vader zich gehaast had, haar te schenken,
zoodra hij haar vreemden hartstocht voor deze dieren had opgemerkt.
In alles wat haar huwelijk betreft was zij onverschillig. Zij bekeek de
grootste kostbaarheden met onbewogen blik, behandelde de ter bruiloft
genoodigde staatshoofden der machtigste mogendheden met nauwelijks
beleefde achteloosheid en toonde zich met geen der schitterende feesten
ingenomen. De voorwaarden van het huwelijk boezemden haar geen enkel
belang in, alleen stond zij er op, dat de beide gunstelingen uit haar
verzameling, twee jonge cobra's, haar zouden vergezellen. Hoewel
persoonlijk tot walgens toe afkeerig van alle kruipend gedierte,
stemde Harold daarin toe.
De geboorte van den kroonprins, voor den koning en zijn getrouwe
onderdanen een reden tot jubelen, vermocht niet hare belangstelling
op te wekken. Des te meer werd zij ontroerd door den dood van een
der cobra's, die zich aan het klimaat van Illyrië maar niet kon
aanpassen. Met meer dan moederlijke zorgen verpleegde voortaan de
trotsche vrouw, die zeven talen vloeiend sprak en in alle kunsten
bedreven was, haar overgebleven lieveling. Prins Kuno echter werd
aan de hoede eener min toevertrouwd, die later door eene goevernante
werd vervangen. Hij zag zijn koninklijke moeder alleen Zondags een
kwartier lang, tusschen ontbijt en kerktijd. Wanneer zij in een zeer
goede stemming was, mocht hij haar de hand kussen.
Maar laat ons tot Harold terugkeeren, die mistroostig tegen de
vensterruiten stond te trommelen.
Plotseling schitterde zijn oog alsof een sterke emotie zich van hem
meester maakte. Hij hijgde naar adem.
"Daar is zij weer", zeide hij voor zich heen, op geagiteerden
toon. "Hoe schoon is zij! Hoe etherisch! En verheven! Als een engel
des hemels! Zij zal mij helpen!"
Hij schelde. Nieuw leven was in hem. Een lakei trad binnen.
"Vraag haar, binnen te komen!" beval Harold.
De bediende volgde den blik des konings. "Het Zigeunermeisje?" sprak
hij aarzelend.
"Ha! Zigeunermeisje! Gij zijt ontslagen! Gij kunt drie weken loon
halen bij den major domus. Laat ik u niet meer zien! Zend een minder
grooten ezel!"
De man ging. Hij was al meermalen zóó ontslagen. De koning vergat
dergelijke kleinigheden.
De lakei kwam terug. De koning meende een anderen te zien. Hij vergat
zulke gezichten.
"Vraag haar binnen te komen! Houd vol! Dring aan! Zeg, dat ik het
wensch! Zeg, dat ik verzoek, dat ik smeek!! Doe een beroep op haar
patriotisme, op haar idealisme, op alles! Ga en keer niet zonder
haar weer!"
Maar zij was al binnen, zonder kloppen. Als een
zonnestraal! Doodeenvoudig en toch bewust van hare wondere macht. En
sprak:
"Ik wist het!"
Zij zette zich op Harold's knie en sloeg haar reine oogen tot hem op.
"Wie zijt gij, mijn kind?" vroeg hij zacht, hare gouden lokken
streelend.
"Cora Mirelli. En gij zijt de koning. Gij zijt goed. Ik weet het. Vader
zegt, dat gij niet goed zijt, maar ik weet beter!"
"Wie is uw vader?"
"Nietsewo."
Nietsewo, de nihilist! De koning verzonk in gepeins. Maar nu begon
zij te zingen met hemelsch, heldere stem:
O, Harold, hoogstaand koning!
Het hof heeft enkel honig,
Te veel honig is te zoet,
Al te zoet, dat is niet goed!
De vergadering der nihilisten was ongewoon rumoerig. Er was een
nieuwe spreker opgestaan, die zijn gehoor overal heen wist mee te
sleepen. Zijn voorkomen, zijn welsprekende taal, zijn geestdrift
electriseerden de revolutionnaire hoorders. Waarlijk, Enneënne--onder
dezen naam had hij zich aangemeld--had meer succes, dan Nietsewo,
de groote leider zelf. Deze droeg zijn nederlaag schijnbaar kalm,
doch met inwendigen nijd en wraakzucht.
Niemand kon heftiger zijn, dan Enneënne, niemand scherper in zijne
uitlatingen tegen het koningshuis, de regeering, de wetten.......
Wie was deze man? Geheimzinnig was zijn verschijnen, even geheimzinnig
zijn verdwijnen.....
Wij weten alleen, dat hij een wrat op den linker schouder had, precies
op dezelfde plaats, waar de natuur koning Harold IV, den heerscher
van Illyrië, op dezelfde wijze geteekend had!...
We vinden koningin Mathilda in haar boudoir. De vorstin is niet
alleen, want zij spreekt op een teederen toon, dien men niet van haar
als uit marmer gehouwen lippen zou verwacht hebben. Wie echter zou
meenen, dat hare zoete woorden tot een der drie aanwezige hofdames
gericht zijn, zou zich vergissen! Het is Dido, de Cobra, tot wie zij
spreekt. Mathilda is bezig hoogst eigenhandig de gladde huid van haar
lieveling met was op te wrijven, terwijl de hofdames met handdoeken,
zalfjes en borsteltjes gereed staan, om bij het verder toilet de
behulpzame hand te bieden.
"Ik houd van je, Dido! Je hebt zulke oogverblindende schoone
oogen. Soms ben ik bang voor je oogen. Wat kun je staren--staren! De
koning houdt niet van je, Dido! En Kuno ook niet. Maar ik houd niet
van hen. Misschien zou ik van ze houden, als ze jou beminden. Ze
zeggen, dat je riekt. Soms verwijt ik 't mij zelf, dat ik niet van
hen houd. Ze zijn toch mijn man en mijn kind! Maar ik kan niet. Wat
staar je weer! Ik word bang van je. Zie zoo, nu ben ik klaar. Ben
je nu niet mooi? Emilia, geef een spiegel.--Wat glanst je huid,
Dido! Alle kleuren zijn er in, van purper tot cobalt. Geen goud, geen
edelgesteente glanst als je huid.--Dames, laat mij met haar alleen."
Een uur later klopte de hofdame Emilia zachtkens aan het vertrek der
koningin. Zij verkreeg geen antwoord. Zij klopte een kwartier lang,
toen waagde zij het, naar binnen te gaan. Met een ijzingwekkenden
gil kwam zij dadelijk terug...
Een statig man schrijdt door de duistere straten. Zorg rimpelt zijn
geniaal voorhoofd. Het is Enneënne, de nihilist. Hij blijft voor het
koninklijk paleis staan en haalt een klein busje voor den dag, dat hij
met aandacht bekijkt. Het is een bom. Het lot heeft hem aangewezen
om als martelaar voor het nihilisme te sterven. Hij zal den koning
vermoorden. Waarom wreef Nietsewo zich grijnzend in de handen, zoodat
zijn dochter, die het zag, zich op staanden voet met hem brouilleerde?
"Het duizelt mij", zegt Enneënne, in een alleenspraak zijn gemoed
lucht gevend. "Helaas, wat ben ik begonnen? Waarom moet ik de smarten
van Satan lijden?"
"Al te zoet, dat is niet goed... ja, dat is waar. En zeker:
"Het hof heeft enkel honig," dat is niet tegen te spreken. Maar
toch, in welk een dilemma ben ik geplaatst! Is dit de oplossing van
het sociale vraagstuk? Moesten Enneënne en Harold IV door één hand
sterven? Is de republikeinsche regeeringsvorm verkieselijk? Spreek,
mijn volk! Zijn mijn wetten zoo infaam slecht? Wat heb ik
misdaan? Streefde ik niet naar humaniteit, vrijheid van gedachte,
kindervoeding, dierenbescherming, enzoovoort? Maar de tijd dringt,
ik heb de brandweer gewaarschuwd. Zij zal weldra hier zijn. Helaas,
Cora Mirelli, waartoe hebt gij mij gebracht?"
"Laster niet!" zegt Mirelli, die ongezien deze alleenspraak heeft
aangehoord. "Denk aan uw gezin! Wanhoop niet! Gij zult uit deze
moeilijkheid worden gered. Mijn hart zegt het mij!"
Zij verdwijnt en laat hem alleen staan, zoo diep in gedachten
verzonken, dat hij het luide schellen van de brandweer niet hoort,
die door hem zelf was gealarmeerd. Hij wordt overreden!
Eenige ijlings toegeschoten voorbijgangers rapen den ongelukkige
op.--Te laat! Hij heeft den geest reeds gegeven. Wie is het? Een van
de omstanders heeft een brief in de hand, dien hij juist op de bus
wilde doen. Als hij dezen nog even bekijkt, om te zien, of hij wel
juist gefrankeerd is, valt zijn oog op den postzegel, en van den
postzegel op den doode. Hij stoot ontroerd zijn buurman aan. Deze
leest hardop het randschrift:
"Koning Harold IV". Deze woorden gaan van mond tot
mond... Een der voorbijgangers houdt zich op een afstand... en
knarsetandt!... "Ontsnapt!... hij is mij ontsnapt!" mompelt hij. Het
is Nietsewo, de nihilist!
De ministerraad was in allerijl bijeengekomen en had kroonprins Kuno
tot Koning uitgeroepen, onder regentschap van koningin Mathilda. Men
verwittigde den prins van het tragisch gebeuren. Voor deze meer
voorkomende eventualiteit is een ceremonieel voorgeschreven, dat de
vormelijke premier precies opvolgde. Hij maakte drie buigingen, zwaaide
driemaal met zijn steek, deed drie passen voor-, drie achterwaarts,
en herhaalde driemaal: "De koning is dood; leve de koning!"
Kuno steeg van zijn hobbelpaard. Hij was een verstandig kind, en
begreep, dat hij thans moest weenen. Hij leende een zakdoek van den
kanselier en deed zulks. Toen hij daarmee gedaan had, begaf hij zich
aan de hand van den premier naar de vertrekken der koningin-weduwe. Zij
vonden de hofdames in hevige verwarring en droefenis. Men had de
koningin met Dido, de cobra, alleen gelaten en slechts de slang was
overgebleven. Het boudoir bood een verschrikkelijk schouwspel. Het
ondier lag, na zijn koninklijk maal, te slapen, een abnormale dikte
gaf de plaats aan, waar zich de overblijfselen bevonden van haar,
die eens de trotsche Mathilda, koningin van Illyrië was geweest....
Kuno X staarde vol ontzetting naar het levend graf zijner moeder,
toen een zachte hand op zijn schouder werd gelegd.
Cora Mirelli stond naast hem en wees met een lieflijken glimlach naar
de kroon, die op tafel lag. Zij plaatste die op zijn hoofd.
En hand aan hand gingen deze twee jonge lieden, terwijl hunne gouden
haren zich golvend en wuivend met elkaar vermengden, het nieuwe
leven in...