[1] Bij het later gehouden onderzoek bleek, dat voor een 50-tal
bordeelen van Frankrijk, België en Holland, Engelsche vrouwen en
meisjes op dergelijke bedriegelijke wijze verhandeld werden.
[2] Hetgeen hier in dit hoofdstuk volgt, zal aan den eventueelen lezer
wellicht de opmerking ontlokken, dat het in hoofdzaak bevat feiten
van algemeene bekendheid. Dit geef ik gaarne toe. In welken moreelen
en physieken toestand de prostituée en vooral de bordeel-prostituée
zich bevindt mag van algemeene bekendheid verondersteld worden. Doch
ter wille der volledigheid mocht ik niet nalaten toch nog een en
ander duidelijk aan te geven. En de systematische wijze, waarop dit
geschied is, toont den lezer aan, dat het niet zoozeer mijn doel was
beschrijving van de positie der prostituée, als wel aanduiding van
de meer of mindere mate, waarin de gezegde rechtsbelangen gekrenkt
worden, indien het bewuste oogmerk bereikt wordt.
[3] Zie de onthullingen van de Pall Mall Gazette over de Belgische
politie. Zie verschillende rapporten op het Pén. Congres '95.
[4] Op enkele uitzonderingen na zijn de door mij hierboven aangehaalde
gevallen te vinden in het Bulletin Continental. Al mag verwacht worden,
dat organen van vereenigingen, die zich met zgn. Prinzipienreiterei
bezig houden, zich wel eens aan overdrijving zullen schuldig maken,
zoo zal meestal toch de kern waarheid zijn. Het Bulletin Continental
boezemt mij evenwel vooral door zijn bezadigdheid en verder door het
nauwkeurig aangeven der gevallen, vertrouwen in. De Heer Yves Guyot
doorspekt zijn geheele verslag op 't Pénitentiair Congres (Parijs)
van 1895 met citaten uit dit maandelijks verschijnend blad. Ik achtte
het echter mijn plicht een greep uit de door mij aangehaalde gevallen
te doen en de meer of mindere waarheid daarvan te controleeren. Ik heb
het laatst genoemd geval genomen en den Hoofdcommissaris van Politie
te Rotterdam verzocht mij te willen melden, of het feit naar waarheid
geschetst was. Ter contrôle citeer ik het daartoe betrekking hebbend
deel uit diens antwoord.
»In Maart 1895 heeft een Belgische placeur in een bordeel alhier,
gehouden door eene Oostenrijksche vrouw, een Belgisch meisje van
17 jaren gebracht, 't welk daar slechts eenige uren heeft vertoefd,
nadat zij met dien placeur te zamen (in een kamer, ingeschreven als
man en vrouw) den nacht in een groot hotel alhier had doorgebracht
om daarna via Berlijn naar Riga te reizen, waar zij in een bordeel
van eene Oostenrijksche vrouw, Rabuchin, zou worden geplaatst. Deze
laatste vrouw werd in het bordeel van hare landgenoote aangehouden en
door bemoeiingen mijner administratie de placeur met het minderjarige
meisje gearresteerd, terwijl de Oostenrijksche bordeelhoudster bij
terugkomst te Rotterdam werd aangehouden. Zij werd aan de Belgische
justitie uitgeleverd evenals de bordeelhoudster van Riga en beide
vrouwen werden tot vele jaren tuchthuis veroordeeld te Brussel,
terwijl het bordeel werd opgedoekt. De Oostenrijksche bordeelhoudster,
destijds hier gevestigd heette Anna Tabatz, hare collega uit Riga
Alexandrina Rabuchin.
[5] Te vinden in een Duitsche correspondentie in een Handelsblad van
den zomer 1899.
[6] N.B. 1. In Duitschland is het door misleiding verlokken van
meisjes om zich in den vreemde aan de prostitutie over te geven met
strenge straffen bedreigd: hoogstens 5 jaar tuchthuis, ten hoogste
6000 Mark boete, politietoezicht. 2. Sedert het verbod der bordeelen
te Amsterdam is de verklaring met Duitschland uitgewisseld voor deze
stad van geen waarde meer. (Doch hierover later.)
[7] "Das Strafgesetzbuch für das Deutsche Reich in seiner gegenwörtigen
Gestalt" (Uitgave Heule en Schierlinger) art. 180. noot 6.
[8] Jaargang 1895 "Ueber den Einfluss der Kasernirung der Prostituirten
auf die Ausbreitung der Syphilis."
[9] Velen onder hen vallen het artikel scherp aan o.a. op dezen
evenzeer merkwaardigen als onjuisten grond als zouden de bordeelen
door dit artikel een soort wettelijke sanctie verkregen hebben.
[10] Hier moet onderscheiden worden: dit verzet zal b.v. plaats hebben
omdat de vrouw niet meer naar haren man terug wil; niet omdat zij in
haar leven van ontucht wil blijven, want dan ontbreekt het vereischte
voor de uitleiding dat zij tegen haar wil een ontuchtig leven leidt.
[11] Zie art. 17 van het door de wet van den 31 December 1897
(Stbl. no. 275) goedgekeurd op 14 Nov. 1896 te 's Hage gesloten verdrag
tot het vaststellen van gemeenschappelijke regelen ten aanzien van
sommige onderwerpen van internationaal privaatrecht op de burgerlijke
rechtsvordering betrekking hebbende.
[12] Gemakshalve en ter bekorting zal ik in de volgende bladzijden
in hoofdzaak spreken van de ouderlijke macht.
[13] Te vergelijken met het wetsontwerp over hetzelfde onderwerp,
ingediend door Minister van der Kaay, doch bij verwisseling van
Ministerie met Koninklijke machtiging ingetrokken, voordat het in de
afdeelingen der Tweede Kamer was onderzocht.
[14] De wet is streng. Juist daarom is merkwaardig te vernemen wat
Yves Guyot in zijn rapport op 't Penitentiair Congres te Parijs in
1895 gehouden over de werking van die wet vermeldt.
"Le Criminal law amendment act est en vigueur depuis 1885. Il a donné
lieu à des dénonciations et à des chantages; il n'a supprimé ni les
proxénètés ni les brothels, ni les rapports sexuels dans des maisons
installées dans ce but, parce qu'il y a des hommes et des femmes, qui
cherchent à avoir des relations entre eux, en dépit des dispositions
législatives; et ils les éludent."
[15] Ik moet er nog op wijzen, dat de artt. 379 en 380 vorderen,
dat het plegen van ontucht voor het voltooide misdrijf moet plaats
gehad hebben.
[16] Proposition de loi "sur la prostitution et les outrages aux
bonnes moeurs."
[17] Les femmes, qui exploitent des lieux de prostitution doivent faire
enregistrer dans les vingt-quatre heures, au bureau administratif du
dispensaire de salubrité, les filles qui se présentent chez-elles
pour y demeurer et s'y prostituer. Les infractions à cette règle
peuvent entrainer la suspension ou le retrait définitif de la
tolérance. (Rapport van den Heer Lecour, op 't Pénitentiair Congres
te Parijs 1895).
[18] De wet van 21 Jan. 1897 (R. Ges. Bl. 27.) geeft voor Oostenrijk
voorschriften met betrekking tot de emigratiekantoren.
[19] De exporthandelaar kan mogelijk nog getroffen worden door de
bepaling, waardoor hij die eene minderjarige of getrouwde vrouw met een
ontuchtig doel aanzet het land te verlaten, gestraft wordt. (Hoofdstuk
15, art. 8 of 18).
[20] Tevens moet vermeld worden een Koninklijk Besluit van 28 Mei
1886; volgens dit besluit kan iedere vreemdeling zonder middelen van
bestaan, en geen moeite doende om op eenige wijze werkzaam te zijn
ter voorziening in zijn onderhoud, maar gevaar opleverende voor de
algemeene zedelijkheid etc. naar het land, vanwaar hij afkomstig is,
teruggezonden worden.
[21] Men verwijte mij geen inconsequentie. Zooals ik zeg, de gevallen
van "abuse of authority" zijn niet onder den blanke slavinnenhandel te
ordenen. Hier wordt toch gedoeld op "abuse of authority" als middel,
waardoor de kinderen vallen. Waar ik hierboven in dit geschrift
sprak van verwaarloozing of misbruik van gezag, was sprake van een
der oorzaken, die de resultaten van den handel in vrouwen en meisjes
kan bevorderen.
[22] Na den aanslag te Barcelona is een dergelijk voorstel uitgegaan
van Spanje. Het is evenwel afgestuit op den tegenstand van Engeland,
dat zich door zijn geïsoleerde ligging immuun genoeg gevoelde om het
vooralsnog zonder dergelijke internationale strafrechtelijke regelen
te kunnen stellen. "Les répressions des attentats anarchistes" par
M. Albéric Rolin in de Revue de droit international et de législation
comparée, tome 26, pag. 150.
[23] 't Is natuurlijk, dat, indien in een gegeven geval de vereischten
voor strafbaarheid ter zake van medeplichtigheid aan verkrachting
aanwezig zijn, in volge art. 55 de bepaling van art. 242 jo art. 48
toegepast moet worden.