Art. 70. "Die Verkuppelung

1.) eines Mädchens von zwölf bis zu sechszehn Jahren ohne Missbrauch

seiner Unschuld;

2.) eines Mädchens von 16 bis zu 18 Jahren mit Kenntniss seiner

Jungfräulichkeit;

(3.) der Ehefrau Tochter oder einer in der Erziehung oder unter der

Fürsorge des Schuldigen stehenden Frauensperson unter einundzwanzig

Jahren;

4.) von Personen deren Beischlaf das in den art. 67 u. 68 vorgesehene

Vergehen der Blutschande bildet, zum Beischlafe wird mit Gefängniss

bestraft.")

Binnen zeer enge perken is de koppelarij in dit ontwerp gehouden. Er

is geen sprake van dat de meisjeshandel hieronder zou kunnen vallen

want we hebben te doen met directe koppelarij. Zelfs als medeplichtige

kan de placeur niet getroffen worden, als de vrouw, tusschen de 16 en

18 jaar oud zijnde, reeds haar maagdelijkheid verloren heeft. Indien

de vrouw boven de 18 jaar oud is, dan is er geen sprake meer van

strafbaarheid buiten de zeer buitengewone gevallen van art. 70 3o en

4o. Ik acht de oude bepalingen zonder twijfel beter.

Noch de tegenwoordige, noch de toekomstige Russische wetgeving,--indien

het ontwerp althans niet aanmerkelijk gewijzigd wordt--voorziet dus

in het geval, dat vrouwen en meisjes met een ontuchtig doel in een

bordeel (het meest voorkomende geval) hetzij in 't binnenland hetzij

in het buitenland gelokt worden.

Administratieve maatregelen zijn evenwel reeds getroffen om het kwaad

zooveel doenlijk te keeren. Ten bewijze hiervan b. v. de aanstelling

van een opzettelijk daarvoor bestemd dienaar van politie te Odessa om

een wakend oog te houden op de aan boord gaande vrouwelijke passagiers

en hare begeleiders. De resultaten van dezen maatregel zijn volgens

den heer Sabouroff (Rapporteur Londen 1899) zeer gunstig; menige

arrestatie heeft er reeds plaats gehad en verschillende vrouwen zijn

van een wissen ondergang gered.

Eveneens draagt de strenge reglementeering in Rusland er toe bij,

dat de politie in de gelegenheid is zich op de hoogte te stellen

of onder de ingeschreven vrouwen ook eenige aanwezig zijn die op de

bedoelde wijze tot het leven van prostituée geraakt zijn.

§ 9. FINLAND.

Kapitel 20 van het strafwetboek voor het grootvorstendom Finland van

19 Dec. 1889 handelt over Beischlaf und andre Unzucht. Art. 10 van

dit hoofdstuk luidt naar de Duitsche vertaling van Joh. Ochgvist te

Helsingsfors in Z. f. d. Ges. Strfr. W. 11e deel (Beilagen):

Art. 10. Wer ein Haus unterhält um daselbst Unzucht zu treiben,

oder wer eine Frau zur gewerbsmässigen Unzucht verleitet, wird wegen

Kuppelei mit Zuchthaus bis zu drei Jahren und Verlust der bürgerlichen

Ehrenrechte bestraft.

Der Versuch einer solchen Verleitung ist strafbar.

Eine Frau, die sich in einem solchen Hause oder sonst öffentlich zur

gewerbsmässigen Unzucht brauchen lässt, wird mit Gefängnis bis zu

zwei Jahren bestraft.

Blijkbaar heeft dit artikel ten doel het houden van bordeelen strafbaar

te stellen.

Juridisch is hier de meisjeshandel onbestaanbaar, daar behalve het

verbod van bordeelen ook het zijn van prostituée een strafbaar feit is.

C. q. zou mogelijk (dit hangt af van de feitelijke omstandigheden en

van de speciale wettelijke bepalingen omtrent de leer der uitlokking en

medeplichtigheid) een placeur gestraft kunnen worden wegens provocatie

tot of hulpverleening aan 't misdrijf van art. 10 derde lid.

§ 10. ITALIË.

Sedert 1 Januari 1890 vigeert in Italië het strafwetboek van 30

Juni 1889.

De artt. 345 en 346 die de koppelarij straffen zijn van dezen inhoud:

Art. 345. "Chiunque, per servire all'altrui libidine, induce alla

prostituzione una persona di età minore, o ne eccita la corruzione,

è punito con la reclusione da tre a trenta mesi, e con la multra da

lire cento a tremila."

Strafverzwaring heeft plaats: Si il delitto sia commesso:

1º. Sopra persona che non abbia compiuto gli anni dodici.

2º. on inganno.

3º. da ascendenti da affini in linea retta ascendentale etc.

4º. abitualmente o a fine di lucro etc.

Art. 346. Chiunque, per servire all'altrui libidine favorisce o

agevola la prostituzione o la corruzione di una persona minorenne,

nei modi o nei casi indicati nel primo capoverso dell'articolo

precedente, è punito etc; e nel caso preveduto nel secondo capoverso,

la reclusione etc.

Art. 345 straft het teweegbrengen van de prostitutie of de ontucht

van een minderjarige. Art. 346 het begunstigen en gemakkelijk maken

daarvan. In beide gevallen met strafverzwaring, indien de feiten

geschieden door bedrog (2º) of uit gewoonte of winstbejag. (4º) Mij

komt 't voor, dat deze artikelen ook slechts de directe koppelarij

willen treffen en wel van minderjarigen hetzij als causa movens hetzij

als begunstiger.

Ten opzichte van minderjarigen kan dus de placeur als medeplichtige

van den hoofddader gestraft worden met de gewone beperking en wel dat

er minstens strafbare poging aanwezig zij. M. i. vordert het artikel,

dat voor de voltooiing hetzij de prostitutie hetzij het bederf der

minderjarigen moet plaats gehad hebben.

§ 11. SPANJE EN PORTUGAL.

Het Spaansche strafwetboek, nog van 1848 dateerende, alhoewel sedert

Januari 1871 gewijzigd, bevat als strafbepaling tegen koppelaars

art. 367, dat volgens van Swinderen in zijn Esquisse van den volgenden

inhoud is: "Celui qui, habituellement ou par abus d'autorité ou de

confiance, excitera ou facilitera la prostitution par la corruption

de mineurs pour satisfaire les désirs d'autrui sera puni de la peine

de la prison correctionnelle."

Het lijkt mij vrij wel overbodig tot de bespreking van dit

art. 367 over te gaan. Ik zoude slechts in herhalingen vervallen,

van hetgeen ik reeds vroeger bij andere strafwetten opmerkte. De

blanke slavinnenhandelaar kan niet als dader op grond van dit artikel

gestraft worden.

Art. 406 van het Portugeesche strafwetboek (10 Dec. 1852, omgewerkt

14 Juni 1884 en 16 Sept. 1886.) straft het uit gewoonte teweegbrengen

of bevorderen van den onzedelijken levenswandel of van de verleiding

van minderjarigen beneden de 21 jaren.

Hetgeen ik zooeven in verband met art. 367 van het Spaansche

strafwetboek zeide, zij ook hier gezegd.

§ 12. TURKIJE EN BULGARIJE.

Art. 201 van het Turksche strafwetboek van 25 Juli 1858 bevat

eene strafbepaling tegen de koppelarij; hoe deze luidt is mij niet

bekend. We behoeven er evenwel niet te veel verwachtingen van te

koesteren--althans ten opzichte van den handel in blanke slavinnen--als

wij in het oog houden--zooals in het feitelijk gedeelte van dit

proefschrift werd aangetoond--hoe de Turksche overheid de placeurs

en consorten duldt en hun praktijken tolereert.

In Bulgarije gold tot 1895 Turksch recht. Sedert 4 Maart 1896 werkt

er evenwel een nationaal wetboek. Art. 228 van dit wetboek bestraft

de koppelarij. Het luidt aldus:

Art. 228. Quiconque se rend coupable de proxénétisme en vue

d'impudicité et de coït:

De 'handel in blanke slavinnen'. · 第 37 / 63 题