2. Het opzettelijk bevorderen, dat de vrouw het land verlaat.

Het moet eene opzettelijke handeling zijn; dolus eventualis is

voldoende.

Het delict heeft dus plaats, nadat "die Verleitung zur Auswanderung"

reeds geschied is.

De afgevaardigde Bachem stelde in den Rijksdag als voorbeeld den

emigratieagent, die om de provisie te verdienen, den meisjeshandelaar

en het meisje de passagekaarten voor de boot verkoopt, terwijl hij

bekend is met de bestaande verhoudingen.

Zoowel op het delikt van het eerste als op dat van het tweede lid staat

als straf gesteld: tuchthuisstraf van hoogstens 5 jaren. Daarnevens

kan facultatief uitgesproken worden verlies "der bürgerlichen

Ehrenrechte", geldboete van 150 tot 600 Mark en het stellen onder

politietoezicht. Evenwel laat art. 48 2e lid toe voor dat delikt

uit te spreken gevangenisstraf van minstens drie maanden waarnevens

facultatief geldboete van 150 tot 6000 mark, indien er verzachtende

omstandigheden aanwezig zijn. Wat onder die verzachtende omstandigheden

te verstaan is, zoo blijkt uit de beraadslagingen, dat men daaronder

ook den dolus eventualis begreep. Voorzeker nog al vreemd.

Dienstig om in 't algemeen den meisjeshandel te onderdrukken en om in

bijzondere gevallen de justitie en politie op 't spoor te doen komen

van gevallen van dezen aard is § 70 no. 10 van het besluit van den

Bondsraad, betreffende de uitrusting van vaartuigen, waarop zich vooral

emigreerende personen bevinden. Het artikel schrijft den schipper

voor om voor het geval zich aan boord vrouwen bevinden, die vermoed

worden slachtoffers van een placeur te zijn, den Duitschen Consul

van de plaats, waar zij debarqueeren, zoo spoedig mogelijk namen,

nationaliteit en doel der reis van deze vrouwen en hare begeleiders

mede te deelen.

Doch ook buitendien is den diplomatieke vertegenwoordigers van den

consulaten strenge waakzaamheid opgedragen ten opzichte van den

internationalen meisjeshandel.

Wij zien, dat Duitschland een open oog heeft voor die belangen, die

in deze kwestie op het spel staan. Ook reeds vóór het tot stand komen

van deze wet van '97 heeft het getracht in den nood te voorzien. We

maakten reeds kennis met de verklaring, die den 15 Nov. 1889 tusschen

het Duitsche Rijk en Nederland is uitgewisseld (wet 15 April 1891

Stsbl. 85).

Een gelijksoortige verklaring wisselde Duitschland den 4

Sept. 1890 met België uit. "Déclaration conclue à Berlin entre la

Belgique et l'Allemagne concernant le repatriement de certaines

prostituées". Approuvée par la loi du 27 Juillet 1891.--Echange

ratifié, Berlin 25 Juillet 1891. Le procès-verbal de cet echange

constate qu'il a été convenu alors de réserver à chacune des parties

contractantes "la faculté de faire cesser, à l'expiration de six mois,

après en avoir donné avis, les effets de la déclaration". (Conférence

internationale pour la prophylaxie de la syphilis et des maladies

vénériennes, Bruxelles Septembre 1899. Notice de M. Emile Beco,

Belgique.)

De 7 artikelen van deze verklaring luiden:

Art. 1. Les parties contractantes s'engagent à concourir dans les

limites légales à ce que les femmes et les filles appartenant à l'un

des deux pays, et qui se livrent dans l'autre à la prostitution,

soient soumises à un interrogatoire, afin de constater d'où elles

viennent et qui les a déterminés à quitter leur pays.

Le procès-verbaux dressés à ce sujet seront communiqués aux autorités

du pays auquel les dites femmes et filles appartiennent.

Art. 2. Les parties contractantes s'engagent aussi à concourir autant

que possible, dans les limites légales à ce que celles de ces femmes

et filles, qui contre leur volonté seraient réduites à se livrer à la

prostitution, soient sur leur demande ou sur la demande des personnes

ayant autorité sur elles, renvoyées du pays où elles se trouvent et

conduites à la frontière de leur pays natal.

Art. 3. Les parties contractantes s'engagent en outre, à prêter leur

concours, autant que possible, dans les limites légales, pour que les

filles, encore mineures selon les lois de leur pays, qui se livrent

de leur progre gré à la prostitution dans l'autre pays, soient sur la

demande de leurs parents ou tuteurs renvoyées dans leur pays d'origine.

Art. 4. Avant d'effectuer le renvoi d'une des personnes mentionnées

dans les articles 2 et 3, l'administration qui en est chargée

adressera, par l'intermédiaire des autorités du pays, auquel la

personne en question appartient, un avis aux personnes, qui ont

autorité sur celle-ci, indiquant la date, à laquelle le renvoi aura

lieu et la localité à laquelle la femme ou fille sera dirigée.

Art. 5. La correspondance entre les autorités des deux pays relative

à ce renvoi, se fera autant que possible par voie directe.

Art. 6. Dans le cas, ou les frais occasionnés par l'entretien et le

renvoi jusqu'à la frontière de ces femmes et filles ne pourront être

remboursés par les femmes et filles elles-mêmes ou par leurs maris,

parents ou tuteurs, ou ne devront pas l'être par les ténanciers,

ils restent à la charge de l'Etat, qui a effectué le renvoi.

Art. 7. La présente déclaration sera ratifiée et les ratifications

en seront échangées à Berlin.

Deze verklaring met België uitgewisseld is geheel gelijkluidend met

die, welke Duitschland kort te voren met Nederland uitwisselde. De op-

of aanmerkingen, die ik mij dus bij de behandeling van deze laatste

verklaring veroorloofde, zijn ook hier van kracht, voor zoover het

verschil in wetgeving dit niet uitsluit. Er is slechts eene verandering

te constateeren in art. 6 van de verklaring tusschen Duitschland en

België. 't Is de invoeging van de woorden "ou ne devront pas pas l'être

par les ténanciers", die in onze verklaring ontbreken. Ze stellen

evenwel niets nieuws. 't Is toch duidelijk, wanneer de bordeelhouders

zich verplicht hadden de kosten der terugreis te restitueeren,

(dit is mogelijk om het meisje of de vrouw eerder over te kunnen

halen haar land te verlaten en haar meer vertrouwen in te boezemen,

alhoewel de bordeelhouder in den aanvang natuurlijk toch voornemens

was zich niet aan deze verplichting te houden) dat deze ook rechtens

gevorderd kunnen worden. De Staat schiet de gelden voor. Wellicht

stelt dit artikel een recht van den Staat daar om rechtstreeks den

bordeelhouder voor de kosten der terugreis aan te spreken, die deze

aan het misleide meisje schuldig was.

Bij 't slot mijner beschouwingen van het Duitsche recht in verband

met den blanke slavinnenhandel worde nog gememoreerd, dat voor

de uitleveringstractaten het bestaan van strafbepalingen tegen den

meisjeshandel van zeer gering belang is, daar in dergelijke tractaten

steeds een principe van reciprociteit op den voorgrond staat, en de

meeste strafwetgevingen in de behoefte aan dusdanige bepalingen nog

niet hebben voorzien.

Zoo spreekt het uitleveringstractaat tusschen Duitschland en Nederland

van 2 Nov. 1897, Staatsblad 211 onder no. 8 van art. 1 wel zeer

algemeen van "koppelarij" doch in alinea 1 van het artikel wordt

bepaald dat slechts dan uitlevering voor de na te melden strafbare

feiten plaats heeft, indien het gepleegde feit ook strafbaar is in

het land, van hetwelk de uitlevering gevraagd wordt.

§ 3. BELGIË.

Sedert 1867 geldt de in 1810 in België ingevoerde Fransche Code Pénal

na vele wijzigingen en aanvullingen in een werkelijk voor 't land en

den tijd meer passenden vorm.

Het Fransche artikel 334 Code Pénal, dat de koppelarij strafbaar

stelt, is na eene wijziging door de Belgische wet van 1846 het nu

aldus geredigeerde art. 379 van den Code Pénal Belge:

Art. 379. Quiconque aura attenté aux moeurs en excitant, facilitant

ou favorisant habituellement pour satisfaire les passions d'autrui,

la débauche ou la corruption des mineurs de l'un ou de l'autre sexe

sera puni d'un emprisonnement de trois mois à deux ans, si les mineurs

sont agés de plus de quatorze ans accomplis et de deux ans à cinq

ans d'emprisonnement, si les mineurs n'ont pas atteint cet âge.

Na dit artikel volgt art. 380, dat van dezen inhoud is:

Art. 380. Le fait énoncé à l'article précédent sera puni de la

réclusion, s'il a été commis envers un enfant, qui n'avait pas accompli

sa onzième année. La tentative de ce crime ne sera pas punissable.

't Ligt ook hier niet op mijn weg een grondige behandeling van dit

artikel in alle opzichten te geven, doch slechts in zooverre als dit

voor den blanke slavinnenhandel van belang is.

Ook deze artikelen straffen slecht het proxénétisme, zoodat uit den

aard der zaak in generali de meisjeshandelaar, die toch slechts zijne

medewerking daartoe verleent, niet als hoofddader kan gestraft worden.

Na een historisch opzet komt Nypels in zijn "Code Pénal Belge

interprété" tot deze conclusie: "C'est donc le proxénétisme seul,

que punit notre Code."

De bestanddeelen van het Belgische strafbare feit, dat de koppelarij

treft, zijn de volgende:

De 'handel in blanke slavinnen'. · 第 30 / 63 题