Ofschoon er, voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, van de vroegere
geschiedenis van het EILAND MARKEN, zeer weinig geboekt staat,
zoo moet toch de natuurlijke gesteldheid van hetzelve, in vroegeren
tijd, veel verschild hebben van den toestand, waarin het zich thans
bevindt.--Immers vinden wij, in eene beschrijving van Waterland,
het volgende opgeteekend:
"Het EILAND MARKEN, waarschijnlijk in het laatste gedeelte
der 13de eeuw van 't Vaste Land gescheiden, is eene zeer oude
Volkplanting van Vroome Hollanderen. Oudtijds behoorde hetzelve
aan het Klooster Mariëngaarde, in Friesland; doch door Vrouwe
Margaretha, uit hoofde, der moord aan Grave Willem gepleegd, met
meer andere goederen der Friezen, in Holland en Zeeland gelegen,
geconfisqueerd en verkocht."--Van dezen verkoop, is nog een
afschrift op dit Eiland voorhanden.--
Dit een en ander, komt overeen, met hetgene wij daaromtrent
vermeld vinden, in eene overoude Beschrijving van Waterland, waarin
o. a. gezegd wordt:
"Dat 't Eijlandt en Dorp van Marcken in oude tijden toegekomen
heeft, het Convent ofte Klooster te Mariëngaarde in Vriesland,
hetwelcke was in Ferweradeel de tweede Grietenije in Ooster-goo,
daar men elf Dorpen in vand, namelijk dit Mariëngard, daar
benevens Fosmert, en Genauwert. Het heeft Winsinius, Vriessche
Historiënschrijver ons onderrecht, dat de helft van het Eijlandt
en Dorp, door Godsdienstige Hollanderen aan 't gemeld Klooster van
Mariëngaarde wechgeschonken was, en dat den Abt en de Munnicken,
de andere helfte kogten van de Persijnen, Heeren van Waterland,
soo dat se het geheel verkregen: maar wederom ontnomen wierd',
door Margareta, Keijserinne van Romen, Gravinne van Holland,
Zeeland, enz., tot wrake, van haren Heer en Broeder Grave Willem
die in Vriesland verslagen was;--
"De woorden van de oude Hollandsche Cronijck, die van Gouthoeven
gevolgt word, luijd aldus:
"Deze vrome Margriete, Keijserinne van Romen, Gravinne van Holland,
Zeelandt, Vrieslandt, en oock Henegouwen, heeft doen Confisqueren
en toestaan, alle de Goeden, Landen, en Renten der Vriezen,
geestelijcke en wereldlijcke, die in Holland en Zeeland gelegen
waren, omdat sij in Vrieslandt haren Broeder en gevechten Heere,
hadden verslagen, deselve Goederen verkopende vele en diverse
personen: onder anderen Goederen worden oock verkocht, dat Land
en Dorp van Marcken, dewelcke op die tijd behoorde het Convent
en Klooster van Mariëngaarde, der Ordre van de Premonstreijten,
gelegen in Oost-Vrieslandt, dat welcke de Abt en de Broeders
in voorleden tijden, ghekocht van Heer Claas Persijn, Heere van
Waterland (Gouth. folio 381.)
"Dit moet van de eerste Claas Persijn wesen, die Ridder was, en in
't jaar van 1250, ghestorven is: want de andere stierf Anno 1375,
en nu had' et de Munnicken al langh beseten gehadt.--
"Het is buiten twijfel, of dit Marcken is vóór 't inbreken der
Zuijderzee eene wellustige (aangename) plaatse, met Hoven versien,
en aan 't Vaste Land gheweest, waar veel Monnicken gehouden hebben:
het Land daar omtrent (sij-lieden in eijgendom) ten meestendeele
beseten hebben, hetwelcke veroorsaackt heeft, de namen van
Munnicke-Meer, Munnickendam, Munnicke-broek, en de Munnick, die
de Munnickedammers noch in hare wapen voeren en houden. 't Kon
wel zijn, dat den Dijck daar de Stad opleijd, ofte die den Dam
is, was gheweest in de Hoefslagh van de Munnicken van Marcken,
en daarom, de Munnickendam."
Aangaande de wraak, welke door Margareta (?) Keijserinne van Romen,
Gravinne van Holland en Zeeland, enz. over den dood haars Broeders, ten
aanzien van Marken, zoude genomen zijn, lezen wij, in de Geschiedenis
der Grafelijke Regering, het volgende:
"Dat Willem IV., in den jare 1334, op negentienjarigen ouderdom,
als Graaf gehuldigd werd over Holland en Zeeland;--dat Hij afstamde
uit het Grafelijke Huis van Henegouwen;--dat deze Graaf, ten jare
1345, eenen veldtogt ondernam tegen de muitende Friezen;--en
dat hij, den 26sten of 27sten September van laatstgemeld jaar,
in eenen veldslag, tegen deze, sneuvelde.--
"Zijn lijk werd eerst 10 dagen daarna, gevonden, en in een
Klooster, niet ver van Bolsward, begraven.--
"Zijne jeugdige Gemalin, eene dochter van Jan III., Hertog van
Brabant, was over dezen dood, zoo zeer verstoord op de Friezen,
dat zij het Klooster der Friesche monnicken op Marken, liet in
den brand steken, en al de monnicken in zee (in den Kuil van
Marken) werpen.--
"Daar Willem IV., geene kinderen naliet, werd zijne zuster,
Margaretha, die met Keizer Lodewijk gehuwd was, algemeen, als
Gravin, gehuldigd."--
Hieruit blijkt dus, dat niet alleen Margaretha, maar ook, dat Willems
Gemalin, zich over den dood des Graven, heeft gewroken.--