Algemeen overzicht der Steden en Monumenten

Vlaamsch-België is een historisch gewest bij uitmuntendheid. Weinig

landstreken bezitten zooveel geschiedkundige herinneringen, zooveel fraaie

steden, zooveel natuurschoon en kunstschatten, zooveel bekoring voor hart

en geest. Al vroeg werd het een machtig midden van druk verkeer, van

handel en nijverheid, een soort van onafzienbaar marktplein, waar Noord en

Zuid, de kooplieden van Engeland, Frankrijk en Italië, de Venetiaansche en

Hanzeatische zeelieden elkander ontmoetten. De vreemdelingen, die onze

landstreek bezochten, stonden verbaasd over de talrijke bevolking, die zich

overal verdrong. In de XIVe en XVe eeuw wekten onze steden de bewondering

van gansch Europa. Hun oude luister is thans verdwenen of sterk afgenomen;

sommige zijn schier uitgestorven, doch andere hebben zich uit den staat van

verval tot welvaart en bloei weer opgewerkt, om tot haar vorige glorie

terug te keeren. Er is bijna geen stad, die niet een of ander roemrijk feit

te vertellen weet; zelfs de doode steden met hun ruime pleinen en markten,

geschikt voor volksvergaderingen, roepen menige merkwaardige gebeurtenis

voor den geest. In dezen tijd wordt er oneindig veel gedaan voor het behoud

dier eerwaardige monumenten en voor de kunst in 't algemeen. Geen kerk of

raadhuis of welk ander belangrijk gebouw, of het wordt met zorg hersteld,

om de schade of den wansmaak, door vandalisme aangebracht, te doen

verdwijnen. Dit is een gevolg van den eerbied, dien de Belg in 't algemeen

gevoelt voor de overblijfselen van zijn verleden, van zijn dankbaarheid

voor 't roemrijk voorgeslacht. De prachtige kathedralen met hun hooge

torens, de rijkversierde raad- en gildehuizen, de zware steenen belforten

en uitgestrekte hallen, zijn het niet als zoovele sprekende getuigen van

zijn kunst- en godsdienstzin, van de macht en den rijkdom onzer steden? Elk

van hen stelde er een eer in, haar schepenhuis te bouwen naar een eigen

zelfstandig plan. Het is als burger van een stad, als lid van de eene of

andere gilde, dat de Belg bewust is van zijn gehechtheid aan zijn land.

De eerste groote steden, die de reiziger ontmoet als hij, komende uit

Duitschland, de Belgische grens overschrijdt, zijn het nijverige Verviers

(52,500 inw.) met talrijke laken- en wolfabrieken, en Luik (171,000 inw.),

het middelpunt der steenkool- en ijzerindustrie, en in bevolking de derde

stad van 't rijk. De omstreken nemen een belangrijk deel aan haar groote

bedrijvigheid, o. a. Seraing (40,000 inw.), met zijn grootsche inrichtingen

en machtige ijzerfabrieken, evenals zijn kristal- en glasblazerijen van

_Val St-Lambert_. Die ontzaglijke metaal-industrie, waarvan de gebroeders

_Cockerill_ de scheppers waren, dankt ons land aan koning Willem I, die hun

het domein, het vroegere zomerverblijf der prins-bisschoppen van Luik, voor

dit doel afstond (1817). In 1821 trad te Seraing de eerste hoogoven in

werking, die de stuwkracht werd onzer ijzerindustrie, welke in onzen tijd

zulke ontzettende uitbreiding heeft genomen.

Spoedig verlaten we het Waalsch gebied. Ten noorden in de provincie Limburg

liggen de oude Vlaamsche steden Tongeren en St.-Truiden, verder Hasselt en

Maaseik. Tongeren (9,000 inw.) ontleent zijn naam aan den Germaanschen

volksstam, die zich hier kwam vestigen op de plaats der Aduatieken en

Eburonen, die Caesar had doen uitroeien. Het standbeeld van Ambiorix op de

Markt herinnert ons aan een der glorierijkste feiten van het begin onzer

geschiedenis. Evenals Tongeren had St.-Truiden (13,700 inw.) veel te lijden

en werd herhaaldelijk verwoest. Men beweert dat zij de geboorteplaats is

van _Gerhard van Rile_, den eersten bouwmeester der statige domkerk te

Keulen, dit onvolprezen meesterstuk der middeleeuwsche bouwkunst. Hasselt

(15,000 inw.), de hoofdstad der provincie, is bekend om haar stokerijen,

terwijl Maaseik (4,700 inw.) doorgaat voor de geboorteplaats van de twee

beroemde broeders _Hubert_ en _Jan Van Eyck_, de stichters der Vlaamsche

schildersschool in de XVe eeuw.

Intusschen zetten we onze reis voort over Tienen naar Leuven. De eerste

(17,700 inw.) is een voorbeeld van netheid, met suiker- en ijzerfabrieken

en een zeer bezochte graan- en veemarkt. In 1213, bij den inval van den

prins-bisschop van Luik, werd de stad ten gronde vernield, benevens 32

dorpen en andere steden, waaronder Zoutleeuw, welks oud stadhuis en kerk,

maar vooral haar keurig tabernakel als een wonder van bevalligheid zijn

bekend. De kerk van Zoutleeuw is de eenige, die in de 16e eeuw door de

beeldstormers niet werd verwoest; zij geeft alleen een beeld van hetgeen

onze bedehuizen waren vóór de kerkhervorming.

[Illustration: Romaansche Kloostergang te Tongeren]

Ten noord-oosten van 't Hageland liggen de steden Diest (8,900 inw.) en

Aarschot (7,000 inw.). Diest met een rijk archief van merkwaardige

oorkonden der XIIIe eeuw, hield in den strijd tegen Spanje het langs de

zijde van Willem den Zwijger. In de kerk van St.-Sulpicius rust Oranje's

oudste zoon Filips (†1618).

Thans vraagt Leuven onze aandacht, de voormalige rijke hoofdstad van het

hertogdom Brabant, gedaald tot den rang van gewone provinciestad. Gelegen

aan de Dijle, waar keizer Arnold in 892 de Noormannen een geduchte

nederlaag bracht, telde de stad in de XIVe eeuw niet minder dan 4000

weefgetouwen voor het vervaardigen van laken, en een bevolking, beweert

men, van 80,000 zielen, nu slechts 42,000. Inwendige onlusten tusschen

edelen en ambachtslieden, woeste partijschap en burgerkrijg deden haar

nijverheid ten onderen gaan. Hertog Jan IV, een bevorderaar van letteren en

wetenschap, trachtte de stad voor dit verlies schadeloos te stellen, en

begiftigde haar in 1426 met een hoogeschool, een eeuw later een der meest

bezochte van gansch Europa. Een groot getal beroemde mannen: Erasmus,

Justus Lipsius, Paus Adriaan VI van Utrecht werden er gevormd.

Vervallen van haar vroegere grootheid, bezit ze nog belangrijke fabrieken

en brouwerijen, alsook een goed bezochte Kath. Vrije Universiteit, gesticht

in 1834. Het stadhuis is een juweel en een der schoonste monumenten van

België. Dit meesterstuk van den Leuvenschen bouwmeester Matheus Layens,

begonnen in 1448 en voltooid in 1463, oefent door zijn bevallige

evenredigheden en zijn rijkdom van versiering een blijvende bekoring uit.

In die steenen geciseleerde rijve heeft de burgerlijke gothiek haar toppunt

van kunst bereikt. De St.-Pieterskerk van den Diestenaar _Sulpicius van

Vorst_, met haar grootsch portaal en statigen middelbeuk, bezit een schat

van schilderijen en beeldhouwwerken.

[Illustration: Stadhuis van Leuven _(Bulletin officiel du Touring Club de

Belgique)_]

Halverwege tusschen Leuven en Antwerpen ligt Mechelen aan de Dijle. In de

Middeleeuwen telde deze stad 12,000 lakenwevers, en voorzag de Nederlanden

met haar voorwerpen van metaal en met haar klokken; haar goudlederen

behangsels waren heinde en ver bekend en haar kanten zijn nog overal

beroemd. Mechelen telt heden 56,000 inw. Het is de zetel van het

rijksarsenaal voor den bouw en de herstelling van het materieel der

spoorwegen; zijn meubelfabrieken, tapijten en gobelins, zijn mis- en

kerkboeken worden veel gevraagd. Tijdens Margareta van Oostenrijk en Karel

V, en later in de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw heeft Mechelen een

belangrijke rol gespeeld. Sedert Filips II is het de zetel van den

aartsbisschop, primaat van België. Behalve nog een groot getal mooie

huizen, bezit de stad in haar St.-Rombouts-kathedraal, een der schoonste en

rijkste kerken. Haar zware toren, niet ongelijk aan een gebeitelde

granietrots, is het werk van den beroemden bouwmeester _Rombout

Keldermans_. Begonnen in 1452, bereikte hij zijn tegenwoordige hoogte

(97m30) in 1515; hij bevat een der welluidendste beiaarden van 't land.

Onder de vele groote mannen, die Mechelen heeft voortgebracht, noemen we

slechts _Rembert Dodoens_, den beroemden kruidkundige, die tijdens de 16e

eeuw de wijk naar Holland moest nemen.

[Illustration: St-Romboutskerk te Mechelen]

Noord-oostelijk van Mechelen ligt Lier (22,300 inw.) aan den samenvloed der

beide Neten. In de IXe eeuw werd zij door de Noormannen geplunderd en

verwoest. Zij bezit een der prachtigste kapittelkerken van België met een

keurig gebeiteld doksaal. Het is de geboorteplaats van den Nederlandschen

schrijver _Anton Bergmann_ en van kanunnik _J. B. David_, professor te

Leuven.

Te midden der Kempen ligt Turnhout (20,600 inw.) met fabrieken van linnen,

meubelpapier en speelkaarten, kantwerk en andere nijverheden. In 1789

overwonnen er de Brabantsche patriotten, onder generaal Van der Meersch,

het Oostenrijksche leger.

Langs de spoorlijn Leuven-Brussel zijn we thans de prachtige hoofdstad van

België, den zetel van 's lands regeering, genaderd.

Brussel telt 184,000 inw., met haar mooie voorsteden _Laken_(koninklijke

verblijfplaats), _Schaarbeek, St.-Joost-ten-Oode, Etterbeek, Elsene,

St.-Gillis, Anderlecht, St.-Jans-Molenbeek_ en _Ukkel_ meer dan een half

millioen. Gelegen deels in de Vlaamsche laagvlakte, deels nabij het

opklimmende heuvelland, het Waalsche gewest, is zij in meer dan een opzicht

het echte centrum des lands. In de nieuw gebouwde bovenstad met het

heerlijk park, haar vorstelijke woningen en paleizen, spreidt zich rijkdom

en weelde ten toon: daar heerscht de Fransche taal. In de benedenstad, het

oudere Vlaamsche deel, tevens het middelpunt van arbeid en nijverheid,

spreekt het volk vrij algemeen Vlaamsch. Nog onder de Oostenrijksche

regeering, op het einde der XVIIIe eeuw, werden meestal de akten te Brussel

in het Vlaamsch opgesteld.

Het valt niet te loochenen, dat de gegoede burger van Brussel, evenals die

van andere Vlaamsche steden meer en meer verfranscht is; de hoogere standen

en de adel waren het sinds geruimen tijd; doch van den anderen kant is het

Nederlandsche stambewustzijn bij een groot deel der bevolking levendiger

geworden, en is het Vlaamsch in kracht, samenhang en waardigheid

vooruitgegaan.

[Illustration: Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier]

[Illustration: Stadhuis te Brussel]

Door haar aangename ligging, door haar inrichtingen op allerlei gebied,

haar kunstschatten en nijverheid is zij een der schoonste hoofdsteden der

wereld. Bij het binnenkomen valt onmiddellijk de mooi gelegen Kruidtuin in

het oog; verder op, in het midden der Koningstraat, heeft men de hooge

Congreskolom, waar een heerlijk panorama van de geheele benedenstad zich

ontrolt. Onuitwischbaar is de indruk van dit prachtig tafereel met de

grootsche Goedelekerk en den slanken St.-Michielstoren van 't stadhuis.

Langsheen de Wetstraat zijn de Ministeries en de Wetgevende Kamers, alsook

de Warande of het Park met zijn herinneringen aan 1830; aan de overzijde

staat het Koninklijk Paleis, het ruiterstandbeeld van Godfried van

Bouillon, den held van den eersten kruistocht; links de Rijksbibliotheek

met 250,000 boekdeelen en 23,000 kostbare handschriften; daarnaast het

algemeen Staatsarchief en het prachtig Museum van moderne schilderstukken.

Het Museum van natuurlijke historie met zijn gevulde zalen van allerlei

voorwerpen uit het steenen en bronzen tijdperk, en zijn reusachtige

geraamten van vóórhistorische dieren, bevindt zich thans in een ander

lokaal in de nabijheid van het Wiertz-museum. In de monumentale

Regentiestraat heeft men op het einde een verrukkelijk gezicht op het

Justitiepaleis, dat als een reusachtige Babylonische godentempel in volle

majesteit omhoogrijst. Behalve het paleis van den graaf van Vlaanderen

treft men langs den overkant een ander aan, waar de schatten onzer oude

schilderschool, meer dan 400 doeken, bewaard en bewonderd worden. Verder

komt men aan den Kleinen Zavel met zijn schoone herstelde Gothische kerk,

en in den daaroverliggenden tuin de martelaarsgroep van Egmond en Hoorn. Op

het kunstig gesmeed hek, dat den tuin omringt, staan op granietkolommen de

48 verschillende neringen der XVIe eeuw door bronzen figuren afgebeeld,

terwijl rondom de hoofdgroep in nissen van levend groen, tien marmeren

standbeelden zijn geschaard, voorstellende even zooveel beroemde mannen uit

die merkwaardige eeuw, waaronder Willem den Zwijger en Marnix van

St.-Aldegonde. Daarnaast bevindt zich 't Muziekconservatorium; hoogerop

het vermelde Justitiepaleis van den bouwmeester _Poelaert_, dat door zijn

grootsche afmetingen een machtigen indruk teweegbrengt, evenals het

verrukkelijk uitzicht op de benedenstad, die thans onze belangstelling

wekt. Wat het eerst in het oog valt is de statige Goedelekerk, een weinig

verder de Groote Markt, de rijkste en schoonste van Noord-Europa. Met haar

keurig Stadhuis en zijn edelen slanken toren, ter hoogte van 96m63, de

nieuw herbouwde broodhalle of Broodhuis naar het oorspronkelijk plan van

1515, en zijn krans van rijk versierde gildehuizen van omstreeks 1700,

dwingt zij elken vreemden bezoeker tot bewondering. Het is majesteit,

bevalligheid en weelde. _Busken Huet_[20] noemt het «breed kantwerk,

goudsmederij, een zonnestraal op den weg der bouwkunst». Onder de moderne

gebouwen der benedenstad vermelden wij verder de Beurs, het Postkantoor, de

Anspach-fontein, benevens de heerlijke boulevards met de rijke hotels en

magazijnen, een uitstalling van 't kostbaarste en 't meesterlijkste der

nijverheid, al de verleiding van kunst en verfijnde weelde, die verbluft en

verrukt.

[Illustration: Paleis van Justitie te Brussel]

Ten zuiden der hoofdstad in de richting van Henegouwen ontmoet men de

kleine stad Halle (12,000 inw.), een druk bezochte bedevaartplaats, en

dicht bij de taalgrens, aan de Romeinsche heirbaan van Bavaai naar Atrecht,

Edingen _(Enghien)_, in de buurt van een der schoonste parken van Europa.

Volgt men van hier met het spoor nagenoeg den loop van den Dender, tot aan

zijn monding in de Schelde, dan ontmoet men langs dien weg de steden

Geeraardsbergen (12,000 inw.), Ninove (7,500 inw.), Aalst (30,000 inw.),

met grooten handel in hoppe, vlas en koolzaad, met fabrieken van linnen,

katoenen, wollen en zijden weefsels. In de prachtig onvoltooide

St.-Maartenskerk te Aalst met een schoon doksaal en een meesterlijke

schilderij van Rubens, is het graf van _Dirk Martens_, die in 1473 het

eerst de boekdrukkunst in België bracht. Hij was een der geleerdste mannen

van zijn tijd.

Dendermonde (10,600 inw.). De collegiale kerk bevat merkwaardige

schilderijen en beeldhouwwerken van groote meesters. Het is de

geboorteplaats van den beroemden toonkundige _Jan Ockegem_(†1430) en van de

Vlaamsche dichters _Prudens van Duyse_, die er zijn bronzen standbeeld

heeft, en _Em. Hiel_.

[Illustration: Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent]

Gent (163,000 inw., met zijn voorsteden meer dan 200,000). Hoe verschillend

moet de indruk zijn, dien de reiziger ondervindt, als hij voor het eerst

hier binnenkomt en een moderne stad meent te zien. Nog is hij de

Vlaanderenstraat niet door, of de illusie verdwijnt bij het zicht van een

reeks oude gebouwen, waarin zich de luister dier trotsche stad van weleer

zoo duidelijk afspiegelt. Het eerste gebouw, dat ons treft, is het

Geeraard-duivelsteen (13e eeuw), daarnaast de statige kathedraal van

St.-Baafs met haar hoogen toren, de oude Lakenhalle met het nog oudere

Belfort, welks zware klokken bij feestgetij hun machtige tonen doen hooren.

Die trouwe wachter en die bronzen stem onzer aloude gemeentevrijheden

behooren onafscheidelijk bij elkaar. Geen dertig meter verder verrijst het

prachtige stadhuis, dat uit twee ongelijke deelen bestaat: de jongste gevel

in Renaissancestijl der 17e eeuw, de oudere in Gothiek naar het plan van

_Domien De Waghemackere_ en _Rombout Keldermans_(1481-1517). Moest het

opgebouwd en voltrokken zijn, het zou nergens zijn weerga hebben. Ook de

oude Romaansch-Gothische kerken van St.-Nikolaas en St.-Jakobs staan in de

onmiddellijke nabijheid. Plaats u slechts vijftig meter verder met het

zicht op de schilderachtige Graslei, vroeger de stapelplaats voor de granen

van Artois, rechts hebt ge de grauwe massa der St.-Michielskerk, vóór u het

nieuwe Gothische postkantoor met zijn drie torens, waarboven in de blauwe

lucht de klokketoren der St.-Nikolaaskerk en de spits met vergulden draak

van het Belfort zich afteekenen; bemerk die rij van oude gebouwen, het

«vrije Schippershuis», een der fraaiste Gothische woningen der XVe eeuw,

het oude Stapelhuis der XIIIe eeuw in Romaanschen bouwtrant; links, waar de

Lieve zich met de Lei vereenigt, den ouden slottoren van 't Gravensteen, en

zeg, of het mogelijk is zich een tafereel voor te stellen, zoo keurig en

rijk, zoo schilderachtig door samenvoeging van vormen en lijnen, en dit

alles op een betrekkelijk kleine ruimte, in het centrum der stad? Doch 't

is vooral de St-Baafskerk, die den kunstminnenden reiziger in zoo hooge

mate aantrekt. Reeds bij het binnenkomen is de indruk overweldigend. Haar

verheven hoogaltaar, dat bijna tot aan het gewelf reikt, het weidsche koor

met zijn marmeren praalgraven, de talrijke kapellen met de kostbare

gedreven koperen deuren, ieder van deze is op zich zelve een

kunstheiligdom. In de eene bewondert men het meesterstuk van _Hubert_ en

_Jan van Eyck_ «de Aanbidding van 't Lam Gods» (1411-1432), zoo verheven

en dichterlijk van opvatting, zoo volmaakt van samenstelling en techniek,

zoo rijk van koloriet; in de andere een der heerlijkste doeken van _Rubens_

«de aanvaarding van den H. Bavo in 't klooster»; in den middelbeuk den

zeldzamen schoonen predikstoel van _Laurens Delvaux_ (18e eeuw); aan den

ingang links de doopvont, waarin Karel V in 1500 werd gedoopt, en meer

andere gewrochten van onschatbare waarde. Wie van karakter en

oorspronkelijkheid houdt, begeve zich naar Gent, het Venetië van 't

Noorden, door zijn rivieren (Lei en Schelde, Lieve en Moere) en vaarten in

verscheidene eilanden verdeeld, die door 65 bruggen met elkander

gemeenschap hebben.

[Illustration: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods]

Vervolgen wij onzen weg tot op de Veerleplaats, waar de trotsche oude

burcht met zijn hoogen slottoren en versterkten ringmuur uit de wateren

omhoogrijst. Dit bewonderenswaardig specimen van militaire bouwkunst,

waarvan de onderbouw wellicht opklimt tot de IXe eeuw en waarschijnlijk als

sterkte diende tegen de Noormannen, werd door Filips van den Elzas in 1180

vergroot en opgebouwd. Dit slot, dat den geest terugvoert naar overoude

tijden, zou een lange geschiedenis kunnen verhalen van Vlaanderens strijd

en wee, evenals de Vrijdagmarkt, het forum der oude Gentenaars, waar het

standbeeld prijkt van hun grooten burger uit het roemrijk tijdvak van de

gemeenten der XIVe eeuw, _Jacob van Artevelde_.

[Illustration: Predikstoel van St-Baafskerk te Gent]

Hoeveel vaderlandsche helden en groote mannen zijn hier niet geboren, ook

de machtige Keizer Karel V, die zijn geboorteplaats zoo vreeselijk

kastijdde.

[Illustration: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (vijf van

de zeven bovenpaneelen)]

[Illustration: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods

(hoofdpaneel)]

De liefhebber van oudheden vindt hier nog zooveel dat zijn weetgierigheid

bevredigen kan, vooral de indrukwekkende bouwvallen der aloude

St.-Baafsabdij, gesticht in de VIIe eeuw, tijdgenoote van St-Amand, die

in 636 hier het evangelie kwam prediken, en herbouwd in de IXe.

[Illustration: Het Stadhuis te Oudenaarde]

Door twee belangrijke kanalen is Gent in gemeenschap met de zee: door de

vaart van Brugge en Oostende en door die van Terneuzen, welke, gegraven op

last van koning Willem I (1825), thans verbreed en verdiept, een der

schoonste kanalen van Europa is geworden.

Door zijn inrichtingen van onderwijs op elk gebied en van elken graad, door

zijn hoogeschool in 1817 door Willem I gesticht, door zijn museums en

kostbare bibliotheek, door zijn aanzienlijke fabrieken van metaal, linnen

en katoen, door zijn tuinbouw en bloementeelt, die thans de eerste plaats

in de wereld bekleedt, heeft Gent, ondanks al de uitgestane rampen, zich

allengs weten op te richten, dank zij de levenskracht van dat taaie ras,

dat in onze dagen zich nog altoos kloek, even vrijzinnig en gevoelig toont

voor al wat schoon is en groot, even flink en nijverig als zijn Vaderen van

voorheen.

Met dit bemoedigend beeld voor oogen, begeven we ons naar Oudenaarde (7,000

inw.), mede een der oudste en heldhaftigste steden van 't land. Haar rang,

evenals haar vermaarde nijverheid van tapijten en gobelins, die in de 15e

en 16e eeuw tot 14,000 personen bezighield en voor welke de grootste

kunstenaars de modellen en teekeningen leverden, heeft ze laten verloren

gaan. Lodewijk XIII gelastte _Filips Robijns_ van Oudenaarde de beroemde

manufacturen der Gobelins naar Parijs over te brengen en de werkhuizen van

Beauvais in te richten.

Haar muren hebben aan menige bestorming kloeken weerstand geboden. De

gebouwen, die ze heeft bewaard, getuigen van haar vroegere welvaart: het

Stadhuis, dat pronkjuweel van een uit steen gebeiteld kantwerk met zijn

torentinne in vorm van kroon (1525-1537), is het werk van den Brusselaar

_Hendrik van Pede_, en moet in schoonheid voor dat van Leuven niet

onderdoen. Gelukkig heeft het van de woede der beeldstormers niet te lijden

gehad. Het innerlijke bevat een paar mooie schoorsteenen en een prachtige

hoofddeur, een meesterstuk der zestiende-eeuwsche Renaissance. Verder heeft

men het statig koor van de oude St.-Walburgis-kerk, den Romaanschen tempel

van O.-L.-Vrouw van Pamele met zijn edelen vorm en eerwaardig voorkomen.

Oudenaarde is de geboorteplaats van _Margareta van Parma_, de beroemde

landvoogdes der Nederlanden (1560-1567), van den vermaarden schilder

_Adriaan Brouwer_(1608-1640) en van andere befaamde personen.

Voorbij de stad begint een heuvelachtige streek, een der schoonste van

België, met zachte hellingen, vriendelijke valleien en boschrijke hoogten,

die Vlaanderen van Henegouwen scheiden en ook de taalgrens vormen tusschen

de beide stammen. De hoogste punten der provincie zijn: de Kluisberg (150

M.), in de omgeving van Ronse, de Muziekberg (150 M.), waaraan de legende

van Daneelken, den Vlaamschen Tannhäuser, is verbonden, en de Hootond (180

M.). Richt men van een dier hoogten den blik in het ronde, dan kan men

moeielijk een uitroep van bewondering weerhouden. Diep, verreweg kronkelt

de Schelde als een zilveren streep door de heerlijke landerijen, terwijl

naar het zuiden het oog rust op de zachte omtrekken van den

Drievuldigheidsberg, die als een baak de plaats aanwijst, waar de Waalsche

stad Doornik met de meest indrukwekkende hoofdkerk en haar vijf Romaansche

torens zich verheft.

Ronse (20,000 inw.) was reeds ten tijde der Romeinen een bewoond centrum.

Thans is het een zeer bedrijvig midden met fabrieken van allerhande

weefsels.

De weg naar Kortrijk is niet lang, maar zeer afwisselend.

Kortrijk (35,000 inw.), te midden der licht groene vlasakkers en het

weelderig bouwland, is niet ingeslapen en mag fier zijn op de producten

zijner nijverheid. De stad bezit de grootste lijnwaadmarkt van België. Haar

fijne linnen weefsels, haar tafellakens en servetten, haar mooie kanten,

haar bleekerijen en oliefabrieken bezorgen haar rijkdom en welvaart. Binnen

de grenzen der tegenwoordige stad ligt een deel van den Groeningerkouter,

waar den 11n Juli 1302 onze ambachtslieden het groote Fransche leger

versloegen in den slag der Gulden Sporen, en door hun heldenmoed het

bestaan en de toekomst van den heelen Dietschen stam van een gewissen

ondergang redden.

Dicht in de nabijheid ligt het aloude Harelbeke, dat beschouwd wordt als de

bakermat van Vlaanderen. Dit dorp is de geboorteplaats van den grooten

Vlaamschen toondichter _Peter Benoit_.

Gaan we van Kortrijk naar Ieperen, dan stoomt de trein voorbij Meenen

(19,000 inw.), Wervik (8,700 inw.), een zeer oude stad, Komen (5,700 inw.),

waar de Fransche kronijkschrijver van Lodewijk XI en Karel VI, _Philippe de

Comines_, geboren werd, alsook _Auger Busbecq_, beroemd natuurkundige, die

uit Azië de jasmijn en tulp in Europa bracht. Met Waasten (13,600 inw.)

drijven de genoemde steden grooten handel in tabak en nemen een belangrijk

deel aan de linnen- en katoennijverheid.

Ieperen (17,000 inw.), thans een stad van den derden rang, was in de

middeleeuwen de machtige mededingster van Brugge en Gent, die te zamen over

het lot van Vlaanderen beslisten. Haar omvang was in dien tijd veel grooter

dan in onze dagen. Aan haar uitstekend laken, aan de overvloedige productie

van dekens en wollen stoffen, aan haar uitgebreiden handel dankte zij voor

een groot deel haar voorspoed en welvaart. Doch van al dien rijkdom en

geduchte macht is weinig overgebleven: alleen haar monumenten zijn van den

eersten rang, waaronder een zeker getal merkwaardige huizen, de oude

vleeschhal en inzonderheid de grootsche St.-Maartenskerk en de

indrukwekkende lakenhalle.

Grootsch en schoon in den verheven zin is die oude St.-Maartenskerk (1221),

haar monumentaal koor met de weidsche praalgraven der oude bisschoppen, en

de eenvoudige zerk van _Cornelis Jansenius_, in leven den geëerbiedigden

kerkvoogd, den 6n Mei 1638 door de pest weggerukt, doch na zijn dood, ter

oorzake zijner schriften, als ketter gedoemd.

Doch het is de welberoemde halle, die het meest de aandacht trekt. Een

gevoel van eerbiedige bewondering maakt zich van ons meester, als we staan

tegenover dien reuzenbouw met zijn honderd vensters in den voorgevel en

zijn zwaren wachttoren. De indruk dien zij maakt, is des te aangrijpender,

omdat niemand zulk een wonder verwacht in deze verlaten stad. Het is

verreweg het grootste burgerlijk gebouw der middeleeuwen.

Op dit uitgestrekte plein was het, dat de beroemde jaarmarkten gehouden

werden, dat de gilden en ambachtslieden vergaderden, en de beroemde

rederijkerskamer, de _Alpha en Omega_, haar vermaarde landjuweelen hield.

Niet ver van Ieperen ligt Poperinge (11,500 inw.) te midden van rijke

velden met hoppe, die overal gezocht wordt.

Vervolgen wij onze reis naar het noorden, dan ontmoeten we eerst Roeselare

(23,000 inw.) op de Mandel, na Kortrijk de nijverigste stad van

West-Vlaanderen, met een belangrijke linnen- en hennepmarkt, alsmede

fabrieken van katoen, lijnwaad en linten. Het is de geboorteplaats van den

te vroeg gestorven West-Vlaamschen dichter _Albrecht Rodenbach_.

Izegem (12,000 inw.) met belangrijke schoen- en borstelfabrieken, en Tielt

(11,000 inw.) met linnenweverijen, vlas- en grooten veehandel, laten we

terzijde, evenals Tourhout (10,000 inw.), een zeer oude vervallen stad,

wier oorsprong ongetwijfeld opklimt tot den tijd onzer heidensche

voorouders. Tijdens de middeleeuwen was zij de groote stapelplaats van de

Spaansche en Engelsche wolsoorten; door haar jaarmarkten en handel in

paarden een der bedrijvigste steden van Vlaanderen.

Ten noord-oosten der stad, op 3 Km. afstand, ligt een deel van 't oude

grafelijk slot van Wijnendale, het voormalig zomerverblijf der graven van

Vlaanderen, te beginnen met Robrecht den Vries tot en met Lodewijk van

Nevers. Maria van Bourgondië, dochter van Karel den Stoute, overleed er in

1482, ten gevolge van een val van haar paard.

Hoe verder men naar het noorden en westen trekt, hoe meer de grond zich

effent, tot hij overgaat in de lage vlakte.

Diksmuide aan den IJzer (4,000 inw.) was eenmaal een aanzienlijke haven- en

handelsstad, wier jaarmarkten langs de heele kust bekend waren. Zij bezit

een doksaal, dat te recht om zijn keurige uitvoering als een der schoonste

van West-Europa is bekend. Sedert drie eeuwen geniet de Diksmuidsche boter

een welverdiende faam.

Veurne (5,800 inw.) is de westelijkste, maar ook de meest Vlaamschsprekende

stad van België. De oude kastelenij met haar talrijke dorpen volgde Brugge

en Gent in macht en aanzien op. De groote markt met haar antieke gevels,

haar raadhuis en gerechtshof, met daarachter de indrukwekkende kerk en

toren van St.-Walburgis, is nog altijd een der schilderachtigste pleinen

van geheel Vlaanderen en onder de kleine pleinen van Europa een der

allerliefste. Jaarlijks, op den laatsten Zondag van Juli, lokt de vermaarde

boetprocessie, met haar eigenaardig zeventiende-eeuwsch karakter, duizenden

toeschouwers.

[Illustration: Groote Markt te Veurne]

Heeft men van Diksmuide en Veurne een indruk van verlatenheid meegenomen,

nog droeviger is het gevoel, dat ons bevangt, als men Nieuwpoort

binnentreedt. De groote markt met haar ruime, zeer eigenaardige Gothische

hal, vroeger het middelpunt van haar bedrijvig leven, is thans ledig en

verlaten. Ten jare 1600 was Nieuwpoorts strand getuige van een der

schoonste wapenfeiten, waarvan de geschiedenis gewaagt, de overwinning van

prins Maurits met zijn Geuzenvloot op het Spaansche leger, aangevoerd door

den aartshertog Albert van Oostenrijk.

Klimmen we thans de duinen over, om langs de kust met haar aaneenschakeling

van kleine en groote badplaatsen, Oostende, het middelpunt van allen, te

bereiken.

Zoo stil en rustig Nieuwpoort is, zoo levendig en woelig is Oostende, in

het badseizoen vooral. Zonder tegenspraak is zij de schitterendste en meest

bezochte badstad van Europa. Het uitzicht, als men haar van den zeekant

nadert, is ongemeen betooverend. Haar breede, met zorg onderhouden dijk,

welke een der schoonste zeestranden beheerscht, is bezoomd met kostbare

villa's in allerlei bouwtrant, met prachtige hotels, paleizen en heerlijke

woningen, de eene al weelderiger dan de andere. Meer en meer wordt Oostende

de internationale paradeplaats van het rijke Europa. Een geregelde

stoomvaartlijn op Dover onderhoudt de gemeenschap met Engeland, waaruit de

prachtige en welingelichte mailbooten des zomers duizenden reizigers

overbrengen. Wie denkt bij het zien van dit woelig strand, aan den ouden

tijd waarop de schoonste bladzijde harer geschiedenis met stroomen bloeds

beschreven is, aan de belegering van Albertus en Isabella, waarbij 60,000

strijders den dood vonden (1601-1604)?

Had zij door het beleg en den oorlog veel geleden, de vrede en het sluiten

der Schelde hergaven haar een deel van haar voormaligen luister. De stad

telt thans 40,000 inw.; meer dan 200 schuiten en een twintigtal stoombooten

gebruikt zij voor de vischvangst; ook houdt ze zich bezig met alles wat bij

den scheepsbouw behoort.

Van het oude Oostende is weinig overgebleven. Haar prachtige Kurzaal met

haar rijke zalen, haar nieuwe schouwburg en postkantoor in Renaissance,

haar bijna voltooide sierlijke Gothische kerk, van den Brugschen

bouwmeester _De la Censerie_, bewijzen, dat de smaak voor edele kunst nog

steeds onze Vlaamsche meesters weet te bezielen.

Na Blankenberge, sedert weinige jaren de mededingster van Oostende, en

Heist, de laatste plaats van belang op de Vlaamsche kust, steken we de

groene velden over, ontwoekerd aan de baren van de zee. Die nieuw

veroverde grond was de oorzaak van de verzanding van 't Zwin, den grooten

zeeboezem tijdens de Middeleeuwen, ruim genoeg, om een gansche vloot te

bergen, tevens van den dood van Damme en Sluis en het verval van Brugge.

Damme. -- Geen rechtgeaard Nederlander bezoekt Brugge zonder zijn groet en

dank te brengen aan 't stille Damme, de vroegere voorhaven, waarmee het

door een zeekanaal verbonden werd, toen de golven zich voor goed

terugtrokken. Gedurende twee eeuwen was de welvaart van Damme ongehoord.

Thans is het een onbeduidend dorp met een alleenstaanden vierkanten

kerktoren en een vervallen raadhuis, en te midden van het plein het

standbeeld van _Jacob van Maerlant_, «den Vader der Dietscher Dichtre

algader», die reeds van in de XIIIe eeuw «den Nederlanders den weg der

vrijheid en der verlichting wees», de rechten zijner medemenschen

kloekmoedig verdedigde tegen de aanmatiging van adel en geestelijkheid.

Brugge (53,000 inw.). Niet zonder een gevoel van ontroering en weemoed

nadert een Vlaming het stille Brugge, tevens zoo belangrijk voor den

geschied- en oudheidkenner als voor den vriend der kunst. Geen stad heeft

zoo trouw haar middeleeuwsch karakter bewaard, en voortdurend streeft ze er

naar, om dit eigenaardige te behouden. Wat een weelde van hooge

torentransen, die uit alle deelen der stad zoo rustig en fier ten hemel

klimmen, van merkwaardige gebouwen met beeldhouwwerken, waaraan zoo menige

herinnering is verbonden! Wat een rij van schilderachtige hoekjes en

grachten met hun mooie omlijsting, die den blik bekoren en den geest

terugvoeren naar lang vervlogen tijden! Zie, bijna zonder het te weten,

staan we op de Groote Markt vóór den Halletoren, die met zijn vorstelijke

stedekroon de trotsche macht der Vlaamsche gemeente zoo aanschouwelijk

uitdrukt, en dit juist tegenover een andere verpersoonlijking van

wilskracht en heldenmoed, van Breidel en De Coninc, de helden uit den

Gulden-Sporenslag, toonbeelden van vaderlandsliefde.

[Illustration: De Halletoren te Brugge]

[Illustration: Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge]

Op het burchtplein bewonderen wij het stadhuis (1376) met de kapel van 't

H. Bloed; links de oude griffie in de zestiende-eeuwsche Renaissance; in

het justitiepaleis, de vermaarde schouw van «'t Vrije»[21], een wonder van

Renaissance-houtsnijkunst, uitgevoerd naar de teekening van _Lancelot

Blondeel_ (1529-1531). Gaat men de overdekte straat naast het raadhuis

door, dan heeft men langs de gracht niet alleen een verrukkelijk

gezichtspunt op het achtergedeelte van «den vrijen burcht»[22], maar op al

de omliggende gebouwen, op zoo menig schilderachtig plekje, gelijk men er

in Brugge aantreft. Steekt men den Dijver over, een heerlijk tafereel,

gevormd door de grootsche lijnen der O.-L.-Vrouwenkerk met haar 122 M.

hoogen toren, als een oude vesting des geloofs, en de prachtige woning der

Heeren van Gruuthuse, teekent zich af tegen het verzilverde blauw van den

hemel. De oude kerk bezit een schat van kunstwerken, een groot getal

schilderijen van groote meesters, een overheerlijk madonnabeeld van Michel

Angelo, alsook de prachtige graftomben van Karel den Stoute en Maria van

Bourgondië. Het paleis der familie Gruuthuse is ingericht tot een museum

met wonderbare handschriften, kostbare kanten en drijfwerk. Van de andere

zijde der plaats trekt ons de donkere gevel van St.-Jans-gasthuis

onweerstaanbaar aan, om binnen zijn muren de meesterstukken te bewonderen

van den grooten schilder _Hans Memlinc_. Daar vindt men hem in al zijn

teederheid en bewogen uitdrukking, in al zijn glorie en volmaaktheid.

Een aantal merkwaardige doeken van dien meester, ook van Jan van Eyck en

andere primitieven berusten in het stedelijk museum.

Van hier begeven wij ons naar de kathedraal van St.-Salvator met haar rijke

kunstschatten en haar toren in de gedaante van een hoog versterkt kasteel.

Al die monumenten, die mooie gevels, die weergalooze kunst, wier roem

sedert eeuwen nog niets verloren heeft van hun grootheid, staven zij niet

de vroegere macht en glorie onzer Vlaamsche steden, maar ook den

schoonheidszin en de bedrevenheid onzer kunstenaars? Onvergankelijk is de

roem onzer voorouders op dit gebied. Maar groot en machtig was eens Brugge,

de eerste handelsstad van Noord-Europa. Twintig naties hadden er hun

handelsfactorijen. In 1365 waren er veertig Duitsche handelshuizen, die

deel uitmaakten van de _Hanze_[23]. De Spanjaarden en Italianen waren nog

talrijker. In dien tijd werd de eerste beurs gehouden, waarop de Bruggeling

zoo trotsch was. De eenstemmige berichten omtrent Brugge's rijkdom, pracht

en schoonheid, grenzen bijna aan het ongelooflijke. Allen spreken van haar

met een soort van geestvervoering[24]. In de XVe eeuw telde zij niet minder

dan 80 neringen. Helaas! die roem is ondergegaan. Burgeroorlogen en de

verzanding van het Zwin, haar voorhaven, hebben haar den doodslag

toegebracht. Onder Maximiliaan van Oostenrijk begon haar welvaart snel te

zinken, haar bevolking te verminderen. In 1516 bracht de Hanze den zetel

van haar zaken naar Antwerpen over. Sedertdien geraakte zij meer en meer in

verval, in een soort van doodslaap, die nog slechts gestoord zou worden

door de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw. Droevig tijdperk, waaraan

een Vlaming niet kan denken, zonder dat hij naar de reden vraagt van zulk

«een hachlijk lot»[25].

Toch blijft ze voor den denker en den droomer nog bekoorlijk in haar

alouden luister, de onttroonde stedekoningin, met haar schilderachtig

Minnewater en haar eenig oud Begijnhof.

Van Brugge vervolgen wij onze reis door het Meetjesland naar Eekloo (13,000

inw.) met linnenweverijen, wol- en katoenfabrieken, de geboorteplaats van

den dichter K. L. Ledeganck, wien zijn stamgenooten onlangs een standbeeld

hebben opgericht.

Spoedig hebben we de grens van dien zandgrond achter ons, om straks het

kanaal van Terneuzen over te stoomen, en het vruchtbare Waasland binnen te

treden.

Ons eerste bezoek geldt het nijverige Lokeren (25,000 inw.) aan de Durme,

met fabrieken van katoenen en wollen stoffen, van zeildoek en vellen; haar

bleekerijen en linnenweefsels zijn algemeen gekend, ook haar handel in

granen, hennep, olie en koolzaad.

Thans volgt St.-Nikolaas (32,000 inw.), de vriendelijke hoofdplaats van 't

Land van Waas. Haar fabrieken van katoenen, wollen en fluweelen stoffen,

van linten en galons, van kousen en hoeden, vormen een van de schakels der

nijverheidsketen, die Vlaanderen aan de hoofdstad verbindt.

Intusschen hebben we Antwerpen, de koningin der Schelde bereikt. Met haar

heerlijke ligging aan den breeden Scheldestroom, waar schepen uit alle

zeeën binnenloopen, en in haar dokken de schatten der vijf werelddeelen

komen uitstorten; door haar uitgebreiden handel verrijkt en getooid met de

schoonste voortbrengselen der kunst, is zij een der prachtigste en

bloeiendste steden van 't vasteland. In de jaarboeken der geschiedenis en

der kunst prijkt haar naam met onvergankelijken luister. Toen zij onder

Karel V de rijke erfgename werd der vervallen grootheid van Brugge, was het

zielental reeds tot 90,000 geklommen. Wil men zich een denkbeeld vormen van

haar spoedige macht en grootheid als handelsstad, men leze Guicciardini,

waar hij schrijft, dat «de kooplieden van alle natiën er hun kantoren

hadden en zij welhaast alle andere steden der wereld overtrof.»

[Illustration: P. P. RUBENS. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. Kerk te

Antwerpen)]

Met de regeering van Filips II en vooral met de komst van Alva, begon voor

ons land een tijdperk van vervolging, van jammer en ellende, maar ook van

hardnekkigen strijd voor de vrijheid van geweten, voor godsdienstige

verdraagzaamheid, zoo onmisbaar voor de grootheid van een volk. En toen na

de heldhaftige verdediging van Antwerpen, Marnix genoodzaakt was de stad

over te geven aan Alexander Farnese, en het Spaansche leger haar muren

binnentrok, begon voor haar een sombere tijd. Met haar val in 1585 ging

de wereldhandel naar Amsterdam, en toen bij den Vrede van Munster in 1648

de Scheldemonden niet heropend, maar voor goed gesloten werden, was het

voor lang met haar welvaart gedaan. Gedurende twee eeuwen trachtte zij nog

te leven voor de kunst, wier glans nog immer op haar afstraalt van haar

groote zonen, van Quanten Metsijs, Jordaens, Van Dyck, Teniers, Rubens

bovenal, die in heel de stad zijn glorierijk spoor heeft achtergelaten. De

Fransche sansculotten openden weer de Schelde en eerst in 1803, onder

Napoleon, begon men groote verbeteringen aan de haven te brengen, en er

voorname scheepstimmerwerven te vestigen.

[Illustration: O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen]

Sinds den afkoop van den Scheldetol in 1863, nam haar handel en welvaart

dagelijks toe. Thans is zij na Londen de meest bezochte handels- en

havenstad van Europa, want in de laatste jaren heeft zij Liverpool en

Hamburg voorbij gestreefd. Meer dan 5000 schepen van alle natiën en grootte

varen er jaarlijks binnen. Haar zielental is thans tot 282,000 geklommen,

zonder de dichtbevolkte voorsteden. De diamantslijperijen en

goudsmeedkunst, haar zijde, kanten en tapijten, haar suiker-, zeep-,

tabak-, touw- en zeilfabrieken, haar stokerijen, brouwerijen en

scheepstimmerwerven, evenals haar uitgebreide handel bezorgen aan al die

duizenden werk en voorspoed. Doch niet alleen als handels-metropool is

Antwerpen een bezoek overwaard; ook om haar rijke museums, haar monumenten

en heerlijke kerken, gevuld met meesterstukken van schilder- en

beeldhouwkunst. Onder al die merkwaardige gebouwen is de O.-L.-Vrouwenkerk

de schoonste en prachtigste. Die ruime Gothische tempel met zijn vijf

beuken en zijn weergalooze torenspits, een steenen kantwerk, dat zich 123

M. hoog in de lucht verheft, bevat o. a. drie wereldberoemde schilderijen

van den grooten Rubens. Ook de met marmer zoo rijk versierde kerk van

St.-Jacob, waar de groote schilder begraven ligt, en die der Jezuïeten, de

schoonste proef van Rubens talent als bouwmeester, verdienen bewonderd te

worden. Onder de burgerlijke gebouwen noemen we slechts het stadhuis met de

bekende Leyszaal, de mooie omringende gildehuizen en de fontein van

Lambeaux, die de legende van Antwerpen voorstelt; de Handelsbeurs, het

Museum van schilderijen, zoo rijk aan heerlijke doeken van Vlaamsche

meesters; verder het Museum Plantijn-Moretus, eenig in zijn soort, met een

overvloed van familie-relieken, bibliotheek en archief, alsmede het

drukkersmaterieel uit de 16e en 17e eeuwen, een rijke verzameling hout- en

koperplaten, schilderijen, enz. Aan standbeelden van groote mannen, die

hier geleefd en gewerkt hebben voor den roem van 't Vaderland, ontbreekt

het in Antwerpen niet; onder de moderne gebouwen vermelden we alleen het

Justitiepaleis, de Nationale Bank, den Nederlandschen Schouwburg, het

prachtig Stationsgebouw en den vermaarden Dierentuin, een der heerlijkste

van Europa.

Hier zijn we aan het einde van onze omwandeling door het Vlaamsche land met

zijn nijverige steden. Moge dit vluchtig overzicht van wat het op het

gebied van natuurschoon, van kunst en nijverheid te genieten geeft, van

alles wat ons volk door vlijt en werkzaamheid heeft voortgebracht en door

't voorgeslacht is nagelaten, er toe bijdragen, om den lust bij allen op te

wekken ons land en volk beter te leeren kennen in zijn geschiedenis en

taal, in zijn streven en werken, en alzoo den band, die ons allen

vereenigt, nauwer en duurzamer te maken.

_Gent_, 1905.

Vlaamsch Belgie sedert 1830 Eerste Deel · 第 32 / 49 题