Zoodra de schuldigen hun vonnis hadden ondergaan, stegen de Zoon des

Bloeds en de Witte-Gazelle te paard en verwijderden zich in galop.

Na dien tijd heeft men niet weder van hen hooren spreken en niemand

weet wat er van hen geworden is....

Ziedaar den afloop van het verschrikkelijke drama van roof en moord,

vervolging en wraak dat onze lezers in dit en eenige vorige verhalen,

zoo wij hopen niet te lang en tevens niet geheel onnut zal hebben

bezig gehouden. De toepassing der Lynch-wet, die door de wreedste

straffen aan de bloedige veete een einde maakte, is een verschijnsel

dat alleen in de half beschaafde streken der Nieuwe Wereld mogelijk

is, zij behoort tot de donkere zijde der Amerikaansche toestanden;

als overlevering uit vroegere eeuwen van barbaarschheid en bloedwraak

begint zij echter meer en meer zeldzaam te worden, en kan men met

grond verwachten dat zij bij de uitbreiding der beschaving en de

vestiging eener ordelijke maatschappij, ook in de onmetelijke velden

van het Verre Westen eerlang geheel zal verdwijnen.

Wij bevinden ons in het kamp van den Eenhoorn, dat nog altijd op

dezelfde plaats was opgericht. Het is acht dagen na de boven door

ons beschreven toepassing der Lynch-wet, en tegen den avond, even

voor zonsondergang.

Alle sporen der strafoefening zijn verdwenen. De Sachem had bepaald dat

zijn stam voorloopig zou blijven waar hij was, uit hoofde der ziekte

van Mme. Guillois, wier hopelooze toestand volkomen rust vorderde.

De arme vrouw gevoelde dat zij ging sterven en werd van dag tot dag

zwakker, ofschoon zij in het genot van al hare zielsvermogens, met

al de helderheid die God soms den stervenden verleent, den dood met

een glimlach zag naderen en alleen haar zoon zooveel mogelijk over

haar verlies zocht te troosten.

Maar Valentin, die na eene afwezigheid van zoovele jaren zijne moeder

niet had wedergezien dan om op nieuw en voor altijd van haar te zullen

scheiden, was ontroostbaar.

Van den omgang met don Miguel en zijn zoon verstoken, die onmiddellijk

naar Paso del Norte waren teruggekeerd, het lijk der ongelukkige

Ellen met zich voerende, zat de jager weenend bij Curumilla die tot

allen troost niets anders wist te doen dan met hem te weenen.

»De Groote Geest roept de moeder mijns broeders tot zich, omdat Hij

haar lief heeft!" zeide hij.

Een gezegde vrij lang voor den woordkarigen Araucaan, en wel een

bewijs van zijne innige deelneming in de smart zijns vriends.

Dien dag waarop wij ons verhaal hervatten lag Mme. Guillois op een

hangmat voor hare hut met het aangezicht gekeerd naar de ondergaande

zon.

Valentin stond aan hare rechterzijde, vader Seraphin aan hare linker,

en Curumilla naast zijn vriend.

Op het gelaat der kranke lag een glans van inwendige rust en genoegen,

uit hare oogen blonk een levendige gloed terwijl een zweem van licht

rood hare wangen kleurde; zij scheen gelukkig.

De krijgslieden, in het leed van hun aangenomen broeder deelende,

zaten in groepjes stilzwijgend nedergehurkt rondom de hut.

Het was een heerlijke avond; de lichte koelte, die zich langzaam

verhief, deed op hare golvende beweging de bladeren nu en dan zacht

ritselen; de zon daalde ter kimme in een zee van dampen door duizend

afwisselende kleuren geschakeerd.

De kranke sprak van tijd tot tijd eenige afgebroken woorden, die haar

zoon zorgvuldig beluisterde.

Op het oogenblik dat de zon achter de besneeuwde toppen der verre

bergen verdween, richtte de zieke zich op als door een onwederstaanbare

macht gesteund, zij wierp een kalmen en helderen blik in het rond,

legde de beide handen op het hoofd van den jager en sprak met zekeren

nadruk en op zonderling welluidenden toon:

»Vaarwel, Valentin!"

Daarop zonk zij achterover.

Zij was dood.

Als bij onderlinge afspraak knielden al de aanwezigen rondom haar

leger.

Valentin boog zich over zijne moeder, wier gelaat de aureool der

hemelsche schoonheid droeg, welke sommige dooden tooit; hij sloot

haar de oogen, kuste haar en nam hare rechterhand, die van de sponde

afhing in de zijne.

Zoo ongeveer ging die gansche nacht voorbij, zonder dat iemand zijne

plaats verliet.

Met het krieken van den dag deed pater Seraphin, geholpen door

Curumilla, die hem tot sacristaan diende, de lijkdienst, daarop werd

het lijk ter aarde besteld; al de Indiaansche krijgslieden woonden

deze plechtigheid bij.

Toen al de anderen waren heengegaan, knielde Valentin neder bij het

graf, en hoe ook de missionaris en de Araucaan er op aandrongen dat

hij zich zou verwijderen, wilde hij ook dien nacht nog bij zijne

doode moeder blijven waken.

Toen zijne vrienden met het aanbreken van den volgenden morgen bij

hem kwamen, vonden zij hem geknield en biddende, hij was doodsbleek

en zag er afgemat uit, zijne haren, den vorigen dag nog zoo zwart,

waren met witte vlokken doormengd.

Wat was er gedurende dien langen nacht tusschen hem en de doode

omgegaan, welke geheimen had de doode aan den levende ontsluierd?

Vader Seraphin trachtte hem nieuwen moed in te boezemen. De jager

schudde bij zijne toespraak treurig het hoofd en zuchtte:

»Wat baat het mij?"

»O! Valentin," zei de zendeling ten slotte, »gij die altijd zoo

kloek waart, wordt gij nu zoo zwak als een kind; de droefheid slaat

u neder zonder strijd, gij weigert dien strijd, en gij vergeet dat

gij u zelven niet toebehoort; kom, laat u raden."

»Ik," riep hij; »helaas! wat blijft mij nu nog over?"

»God blijft u over!" zei de zendeling op strengen toon, terwijl hij

hem naar den hemel wees.

»En de wildernis," zei Curumilla, terwijl hij den arm uitstrekte naar

de opkomende zon.

In het oog van den jager schitterde een heldere straal, hij schudde

meer dan eens het hoofd, wierp een teederlievenden blik op het graf

zijner moeder en zei met een geschokte stem:

»Tot wederziens, moeder!"

Zich daarop tot den Indiaan wendende, zeide hij vastberaden:

»Laat ons gaan!"

Valentin zou eene nieuwe periode van zijn leven beginnen [9].

EINDE VAN DE LYNCH-WET.

AANTEEKENINGEN

[1] Zie de Gids der Prairiën en de Roovers der Prairiën.

[2] De Verbrande Hoeve.

[3] Zie De Roovers der Prairiën.

[4] Zie de Roovers der Prairiën.

[5] Zie de Roovers der Prairiën.

[6] Zie het Opperhoofd der Aucas.

[7] Deze episode, hoe ongelooflijk zij schijnen mag, is zuiver

historisch.

(G. Aimard.)

[8] Wat men niet kan verhelpen, moet men liefst vergeten.

[9] Zie de graaf de Lhorailles.

De lynch-wet · 第 29 / 29 段