Behalve die door Valentijn opgenoemd, had men ook nog de Kerkelike
Vergadering of Kerkeraad.
In de Politieke Raad was de Goeverneur voorzitter en had twee stemmen.
Deze Raad besliste over vrede of oorlog met de Hottentotten. Hij hield
ook rechtstreekse briefwisseling met de Heren Zeventien in Europa en
met de regering in Batavia.
De Raad van Justitie behandelde alle burgerlike rechtzaken, die tussen
de inwoners voorkwamen en verder alle lijfstraffelike zaken.
Als een der twee partijen een Burger van de Kaap en de ander een
beambte van de Maatschappij was, of wanneer beide partijen burgers
waren, dan riep men de drie Burgemeesters op om bij 't rechtsgeding
tegenwoordig te zijn en om mede te stemmen bij 't opmaken van het
vonnis. Daar ze echter steeds door het ledental van de Raad in de
minderheid waren, betekende dit natuurlik niet veel.
Van de uitspraak van deze Raad kon men, zoals ik boven uit Valentijn
aanhaalde, zich beroepen op de Raad van Justitie te Batavia, maar de
afstand was groot tussen de Kaap en Batavia en alles ging vreselik
langzaam, zodat het niet te verwonderen valt, dat van dit recht van
appèl weinig werd gebruik gemaakt.
»Het is beter" zegt een schrijver hiervan, »een weinig kreupel te
gaan, dan zich in gevaar te stellen van beide beenen te verliezen om
al te ver de geneezing van den gewonden te gaan zoeken."
Het lagere hof van Justitie of de »Vergadering van Kleine Zaken"
bestond uit zeven rechters. De Voorzitter was altijd een van de leden
van de Grote Raad. De drie »Borgers" bovengenoemd werden door de Grote
Raad verkozen.
Deze kleine Raad hield zich bezig met rechtsgedingen van minder
belang, zoals twisten of beledigingen, die niet de aandacht van de
Raad van Justitie waard waren.
Evenals de Landdrost en Heemraden van Stellenbosch, bovengenoemd,
konden zij alleen oordelen in kwesties, waar het niet ging om een
hoger bedrag dan van 150 gld.
Deze Raad was zo zeer ondergeschikt aan de Raad van Justitie, dat zij
aan deze verslag moest doen van de allergeringste zaken, die zij
behandeld had.
De leden werden om de twee jaar veranderd door verkiezing van de Grote
Raad of liever door die van de Goeverneur, aan wie de Burgerraden een
dubbeltal van zes medeburgers aanboden. Daarvan werd dan de helft voor
2 jaar benoemd.
Geen huwelik kon gesloten worden, tenzij men eerst voor de kamer van
huwelikszaken was geweest. Deze vergadering gaf, na behoorlik
onderzoek, de predikant schriftelik verlof om de drie gewone
huweliksafkondigingen te doen. Als gedurende deze afkondigingen
bezwaren tegen het huwelik werden ingebracht, dan moesten deze ook
weer door het huwelikshof worden onderzocht.
Door de weeskamer werden alle zaken betreffende de goederen, het
onderhoud en het huwelik van wezen, afgedaan.
Indien een wees wilde trouwen, voordat hij of zij de volle leeftijd
van 25 jaar had bereikt, moest de weeskamer daartoe verlof geven.
Zonder dit verlof kon het huwelik niet plaats hebben.
Daar de militie in drie troepen was verdeeld, n.l. die van Kaapstad,
die van Stellenbosch met Draakestein en die van Swellendam was ook de
Krijgsraad verdeeld in drie vergaderingen. Deze krijgsraad nu nam
kennis van en beoordeelde alle overtredingen van de krijgstucht.
De vergadering aan de Kaap bestond uit 19, die te Stellenbosch uit 20
en die te Swellendam uit 9 leden.
De voorzitter van de vergadering aan de Kaap was altijd een lid van de
Grote Raad en bevelhebber der bezetting en de voorzitters in de twee
andere plaatsen waren de Landdrosten.
De overige leden werden genomen uit de oudste Burger-officieren.
De Fiskaal Independent, die ik reeds meermalen heb genoemd, was door
de Heren Zeventien naar de Kaap gezonden om, als 't nodig was,
krachtig op te komen tegen onrechtvaardige handelingen van de
Goeverneur.
Independent heette hij, omdat hij aan niemand dan aan de Heren
Zeventien verantwoording schuldig was.
Stedelike zaken werden toevertrouwd aan de bovengenoemde Burgerraden.
Deze »Gemeenteraad" bestond uit een President en vier leden en zij
zorgden voor het onderhoud van straten, bruggen, wegen enz.
Voor de buitendistrikten had men de Landdrost en Heemraden, die voor
deze zaken zorg droegen.
De Landdrost kreeg minstens de helft van alle door hem opgelegde
boeten, zodat hier hetzelfde gevaar voor omkoopbaarheid bestond als
bij de Fiskaal. Bovendien was zijn salaris zo laag (Zie Hfdst. II),
dat de verleiding stellig niet minder was dan bij de Fiskaal.
Hij had 't recht om de burgers te dwingen slaven, wagens en hun eigen
diensten beschikbaar te stellen, als hij dat nodig oordeelde.
De heemraden kregen geen salaris. Ze bleven 2 jaar in betrekking en
jaarliks traden er 2 af (wat Stellenbosch betreft tenminste). De Raad
van Politiek koos dan 2 nieuwe uit een aangeboden viertal.
* * * * *
De belastingen zijn voornamelik te rangschikken onder de volgende
hoofden: