XXXIV. VERHAEL.

De curioſiteyt wordt voldaen met der tijt ende patientie.

In het Iaer 1639. voer ick van Engelandt na S. Lucar in Spaignen, ende

na dat ick 12. dagen in Zee was geweeſt, ſonder eenig Landt te ſien,

nam de Schipper van ons Schip met ſijne Graed-Boogh de hooghte van de

Son, maeckende ſijn rekeninghe na de obſervantien vanden Stier-Man, dat

wy op de hoogte van Portugael waren, ende dat wy voor den avont ſouden

ſien twee Eylanden genaemt de Berlingas. Komende by deſe twee Eylanden,

vernamen wy twee Schepen die de Zee kruyſten. Onſen Capiteyn genaemt

Vincent Arris, ſeer ervaren in de Zee-Vaert, oordeelde dat het twee

Turckſe Zee-Roovers waren, ende daerom commandeerde hy datmen de Kogels

in het Geſchut ſoude afſchieten, ende inde plaets van de ſelfde de

ſtucken met Schroot ſoude laden, ſeggende dat indien die twee Schepen

ons ſouden willen attacqueren, ſy by nacht by ons ſoude komen, ende

wanneerſe dicht by komen, hy haer meer ſoude beſchadigen met de Schroot

als met Kogels: Het bevel van de Capiteyn wierde in ’t werck geſtelt.

Ondertuſſchen quam de nacht aen, ende de twee Schepen waren uyt het

geſicht. De Paſſagiers onder de welcke ick mede was, vreeſde datmen by

nacht ſoude moeten vechten. De Capiteyn ſeyde dat hy van die opinie

niet en was. Wy waren achter op het Schip ende droncken yeder een een

Glaeſje Spaenſe Wijn, ende daar mede gingen wy ſlapen. De Capiteyn

ſtelde de ordinaris wacht maer alſoo wy met het voor-Zeyl voeren en

koſte de ſentinelle die achter in ’t Schip was niet voor uyt ſien: Het

gebeurde dat als wy ontrent een uyr gheſlapen hadden ſeeckere jongen

die de wacht hiel voor in ’t Schip, vernam twee Schepen, ende begon te

roepen, alarm. De groote Boot was op het verdeck. Deſe twee Schepen

waren alreede ſoo na by, dat niemant ſich op het verdeck dorſte begeven

om de Boot in Zee te werpen: Want wanneer de Boot op het verdeck is,

kanmen ſonder groote ongelegentheydt ſich niet defenderen, noch

verhinderen dat de Vyandt niet in ’t Schip en kome. Alle de

Boots-Geſellen die ontrent 60. in getal waren, waren op een oogenblick

gereet om te vechten: By yeder ſtuck Geſchut was een Conſtapel met twee

Compagnons. De Capiteyn beval dat men alle de Poorten ſoude toe doen,

ende datmen het licht ſoude uyt doen, ende dat men heel ſtille ſoude

ſijn: Ende gaf ordre aende Conſtapels van d’ eene ſijde van het Schip,

dat de derde Klop die hy met ſijn Voet ſoude doen, een teecken ſoude

ſijn dat yeder een ſijn Poort ſoude open doen, de ſtucken uyt halen,

ende Vyer geven. Hy hadde oock ordre gegeven aen acht Trompetters die

hy hadde; datſe blaſen ſouden wanneer het Geſchut ſoude afgheſchoten

worden: De twee Turckſe Zee-Roovers waren ondertuſſchen ſoo na by

gekomen, datter maer en gebrack aen Boort te komen ende met eenen in

ons Schip te enteren met het Rappier inde Handt. Terſtont geeft de

Capiteyn het teecken, ende de ordren wierden ſoo prompt geexecuteert,

dat de Poorten in een oogenblick open waren, de ſtucken toegeſtelt,

ende Vyer gegeven: Ende op de ſelfde tijdt begonnen de Trompetten alarm

te blaſen, ende de ſtilte veranderde in groot gheluyt, ende alſoo de

voorſz twee Schepen ſeer na by waren, hoorden wy perfect de ſtucken

Yſer uyt ons Geſchut geſchoten, door haer Schepen paſſeren, ende het

gekrijt van die daer in waren. Na het afſchieten, vvierden de ſtucken

ingehaelt, de Poorten geſlooten, ende de Trompetten continueerden den

alarm te blaſen. Dit geluyt by nacht met den Roock gemaeckt, vvas

machtigh de ſtoutſte van ons Volck te doen beven: De tvvee Schepen

vernomen ende gevoelt hebbende dat vvy niet en ſliepen, paſſeerden

ſonder te antvvoorden. Onſe Capiteyn vernemende datſe gepaſſeert

vvaren, liep op het verdeck, nam het groote Zeyl in, ende maeckte

lucht, het vvelcke noodigh vvas, vvant den Roock van onder geen opening

hebbende maeckte een dicke duyſterheydt.

Alles ſijnde in goede defenſie geſtelt, verdubbelde de Capiteyn de

wacht, ende gaf ordre dat yder een tegens het aenkomen van den dag ſich

gereet ſoude houden. ’s Anderendaegs voor het op komen vande Sonne,

ſagen wy de twee Schepen die recht na ons toe quamen. De Capiteyn riep

alle zijn Volck op den overloop; haer incouragerende met weynig

woorden, ende toonende de Vlaggen vande twee Schepen, die Turcken

waren, ende ſeggende dat de middel om de Slavernye te ontgaen was wel

te vechten: Ende doe dede hy eenige Gebeden ſeggen op haer maniere,

ende wy Paſſagiers die Catholijcks waren, baden op onſe maniere. Men

gaf yeder een twee Glaſen met Wijn, ende men trock het groote Zeyl in

voor een teecken dat wy geen luſt hadden te vluchten, ende de roode

Vlagge wierde achter op het Schip geſtelt tot een teecken van vechten:

De twee Schepen ſiende de grootheydt van ons Schip, ſoo veel Volcks op

de Overloop, ende de reſolutie om te vechten, en dorſten niet

approcheren. ’t Welck onſe Capiteyn ſiende dede hy een ſtuck Geſchut

afſchieten als om haer uyt te tarten, ende ſiende datſe geen luſt

hadden daer van te eten, lietmen de Zeylen wederom vallen. Wy

vervorderden onſe Reyſe, ende quamen weynigh daghen daer na tot S.

Lucar, Godt danck. Ik hadde een groote curioſiteyt om te weten ’t gene

inde twee Turckſe Schepen gepaſſeert was, na dat ſy onſe ſchooten

ontfanghen hadden, want die van binnen hadden dapper getier gemaeckt,

ende ſiende de Turckſe Vlagghe, wenſte ick oock te weten uyt wat Haven

van Barbarien, ſy ghegaen waren, ende hoe veel Volck ende Geſchut die

ſchepen op hadden, ende de reden waerom ſy ſoo na by onſe ſchepen

ſijnde, ende niet een Menſch op den Overloop tot defenſie was, ſy ons

niet en abordeerden, antwoordende op ons Geſchut met de ſelfde ſprake.

In het Iaer 1641. vvanneer ick vvoonde met Cataborne Moſtafa in de

Funduck, gelijck ick in mijn Reyſe verhaelt hebbe, gingh ick ’s avonts

met de Chriſten Slaven van de ſelfde Funduck boven op het plat, om de

diſcourſen van de Chriſtenen van verſcheyden Natien te verſtaen. Dien

avont pratenſe van de reſcontres op Zee, ende dat menighmael door het

beleydt van de Capiteyn het Schip de perijckelen ontgaet, ende

wanneerder verſchil is tuſſchen de Capiteyn ende de Officiers ende

Soldaten, datſe nimmermeer yets doen dat deught, ende voornamentlijck

in de Vry-buyterſe Schepen. Daer op verhaelde een Franſe Slaef dat

vvanneer hy ontrent tvvee Iaren geleden de Zee kruyſte met de

Vry-buyters van Argiers op de Kuſt van Portugael, tvvee Vry-buyters

meenden op ſekere nacht een Engels Schip te attacqueren, ende dat door

eenigh verſchil tuſſchen de Capiteyn ende Officiers, het Engels ſchip

niet geattacqueert vvierde. Ick ſeyde alſdan dat ick op het Engels

ſchip vvas: ende ſeght my de reden vvaerom ſy, ſo na by ſijnde, gelijck

ghy vveet, vvanneer vvy afſchoten, niet en dorſten aborderen? vvaerom

ſchotenſe niet ten minſten eens af? Hy antvvoorde my: ſy dachten niet

dat men haer geſien hadde, ende alſoo het groote Schip daer ick op

vvas, ſonder het minſte geluyt gehoort te hebben, op een oogenblick op

een ſijde eenige ſtucken Yſers ontfingh, ende vvy al teffens ſoo veel

Trompetten hoorden, quam’er ſoodanigen ſchrick, vreeſe ende confuſie,

dat de Officiers ende ſoldaten recht uyt ſeyden aen de Capiteyn, vvy

willen anders niet als by daegh vechten: Ende vvanneer de Turcken ’s

anderendaeghs de groote van u ſchip ſagen, neffens de couragie van uvve

Capiteyn, haddenſe geen luſt meer te vechten. Ick verſtonde op een

vreemde vvijſe ’t gene ick vvenſchte te vveten, ende niet geerne op die

vvijſe als ick het dede.

Turckse slavernie · 第 41 / 44 题