XXIV. VERHAEL.

Van het wijs retireren van een Zee-Roover.

In het Iaer 1638. waſſer tot Argiers een Turckſe Soldaet, die

verſcheyde Reyſen op Zee ghedaen hadde, als ſimpel Soldaet, ende

hebbende met grootelijcx te menageren de ſomme van twee hondert ſtucken

van achten verkregen, preſumeerde hy by zijn ſelven dat hy Rijck

ghenoegh was om een Capiteyn ende Reeder te zyn. Hy kochte een kleyn

Scheepje ’t vvelck koſte Zeylen ende geroeyt vvorden als het ſtil vvas.

Hy ſtelde een Vlagge op ſijn Schip tot een teecken, dat die de Zee met

hem vvilden varen, aen Boort ſouden komen: Hy kreegh 16. Turckſe

Soldaten ende Gerenegeerden: Sy begoſten de Zee te kruyſſen op de

Spaenſe Kuſt tuſſchen S. Lucar ende Cadix. Eenige Coopluyden van Cadix

hadden voorghenomen in een Enghels Schip ’t welck inde Haven van S.

Lucar lagh 60. Balen Silver te brenghen. Om dit voornemen te doen

ghelucken ſonder ondeckt te worden (want men magh ſonder permiſſie

vande Coningh geen Gelt op Lijf-ſtraffe uyt het Landt ſenden) hadden

deſe Coop-Luyden geaccordeert met ſeeckere perſoon: die onder goede

conditien ſich verobligeerde de voorſz 60. Baren Silver aen Boort van

het Engels Schip te brengen. Volgens het Contract komt hy ’s nachts

waer het Silver was, vergeſelſchapt met 18. avonturiers, gewapent met

Rappieren, kleyne Rondaſſen, ende vier Muſquetten, zijnde Wapenen

genoegh om haer te beſchermen tegens de Officiers vande Iuſtitie. Sy

deden het Gelt in een kleyne Barck, om het ſelfde in het Engels Schip

te brengen. De voorſz kleyne Turckſe Zee-Roover, vernam haer ende

approcheerde. ’t Welck de Spaignaerts ſiende, verwachten haer met

reſolutie, indienſe aen Boort quamen, met het Rappier inde Handt in het

Turckſe Schip te ſpringen, ende haer alle te dooden. De Turcken

begoſten te ſchieten, ende alſoo de Spaignaerts met hare Muſquetten

kouwelijck antwoorden, oordeelde terſtont de Turckſe Capiteyn die den

Oorlogh verſtont, dat de Chriſtenen geen Vier-Gheweeren hadden, en

beval datmen niet meer ſoude approcheren, maer gedurigh van verre af te

ſchieten: ’t welck ſy deden, ende na een uyrs gevecht, vier avonturiers

ghedoodt ſijnde, ende andere gequetſt, heeft de reſt haer overgegeven

op de genade vande Turcken, die ſonder vertoeven het Silver ende de

Gevangens in haer Schepen namen, latende de Spaenſe Barck neffens vier

doode Lichamen op de ghenade van de golven. Deſe Barck met de vier

doode Lichamen wierde drie daghen daer na dight by S. Lucar aen Landt

geworpen, alwaer ick doen ter tijdt was. De Turckſe Capiteyn keerde

wederom na Argiers, alwaer hy gekomen zijnde, den Buyt na de ghewoonte

loſte, ofte om beter te ſegghen na de ordinantie vande Baſſa, te weten

de helft voor hem ſelven, om dat hy alleen Reeder daer van was, ende d’

andere half voor de Soldaten. Wanneer het achtſte part voor de Baſſa

afgetrocken was neffens andere onkoſten, was het gedeelte vande voorſz

Capiteyn, van dertigh Baren Silver, weerdigh ſijnde dertigh duyſendt

ſtucken van achten. Deſen Capiteyn verkreegh neffens dit Gelt veele

Vrienden. Eenighe voorneme Zee-Roovers wilden hem het commandement

gheven vande voornaemſte Schepen van Argiers, maer hy als wijs ſijnde,

dede haer dit antwoordt: Ick hebbe mijn leven menighmael in perijckel

gheſtelt, om 200. ſtucken van achten te winnen, welcke ſomme niet

ſuffiſant was om mijn leven mede te eyndigen, ſonder wederom in het

perijckel te gaen: Nu ick genoeg hebbe om aen Land op mijn gemack te

leven tot het eynde van mijn daghen, houde ick de ſpot met het

perijckel van de Zee. Hy trouwde met de Dochter van een Tagarijn die

ſeer Rijck was, ende leefde na zijne qualiteyt ſeer gheluckigh ſonder

ſich met yets te moeyen.

Turckse slavernie · 第 31 / 44 题