Twee Exempelen van mildadigheyt ende erkenteniſſe

Saban Gallan Aga, menighmael gementioneert in het diſcours van mijn

Reyſe, als mede in mijne Verhalinghen, was van Geboorte een Spaignaert

vande Frontieren van Portugael, ende Zoon van een Boots-Geſel. Hy was

van zijn jonckheydt af gevallen in Slavernye vande Turcken, die hem

geperſuadeert ende gheinduceert hadden het Chriſtelijcke Geloof te

verſaecken, het welcke aen een jongh Kindt licht te doen is.

Deſen Saban ontfingh door zijne noble maniere van yder een te

tracteren, de naem van Galan. Hy was ſeer Rijck: Zijn oeffeninge was

den Oorlogh ſoo ter Zee als te Lande. Hy was een Aga geweeſt, dat is,

Maiſtre de Camp. Deſen Saban gingh op ſeeckere dagh by geval over de

Marckt, alwaer men de Chriſtenen verkoopt, hy begon met de Slaven te

diſcoureren, ende vonde by gheval een van ſijne Landts-Luyden, die hy

om een kleyn Gelt koſte, want hy was een Viſſcher, ſonder apparentie

van groot Rantſoen voor te krijghen. Hy brocht de Slaef t’ ſijnen

Huyſe, ende ſeyde hem: Ick hebbe hondert ende vijftigh ſtucken van

achten voor u betaelt, indien gy my wilt belooven ghelijcke ſomme in u

Landt te betalen aen een die mijn Bloed-Vrindt is ende arm, ſal ick u

aen Landt ſetten in u Vaderlandt met de eerſte Vrybuyter die vertrecken

ſal. De Viſſcher de Slaef was ſeer blijde over deſe propoſitie, ende

accepteerde ſonder uytſtel ’t ghene ſijn Patroon voor-geſtelt hadde.

Saban dede volgens ſijn belofte hem inbarqueren op het eerſte

Vrybuyters Schip, het welcke na de Ocean toe voer, ende gaf ordre

datmen deſen Chriſten op de Kuſt van Portugael aen Landt ſoude ſetten.

De ordre van Saban wierde volbracht. De Portugijſen van ſijn Dorp waren

verwondert een Man ſoo haeſt van de Slavernye wederom te ſien. Hy begon

ſijn Fortuyn te vertellen, ende de reſcontre die hy gehadt hadde, ende

voorts alles wat met Saban Gallan gepaſſeert was.

Hy verkocht alles wat hy hadde, ende betaelde volghens zijn belofte aen

wien hy de 150. ſtucken van achten betalen moſte, de welcke het Gelt

ontfangen hebbende, ſchreef een brief van danck aen zijn bloedt-verwant

Saban Gallan. Ondertuſſchen keerde deſen goeden Man ſich wederom na de

Viſſcherye om zijn Koſt te winnen, ende het ongeluck wilde dat hy noch

eens vande Zee-Roovers genomen wierde, ende tot Argiers gebracht,

alwaer hy gekomen zijnde, liet hy aen Saban Gallan zijn ongheluck

weten, die hem wederom kocht, hem eenighe daghen langh in zijn Huys

tracterende, ende verſagh hem met Wolle ende Linnen na zijn behoef,

ende ſeyde. Om dat gy een eerlijck Man zijt, ende dat gy u belofte

voldaen hebt, keert noch een mael na u Huys, ende ’t gene gy gekoſt

hebt, betaelt dat aen de ſelfde Perſoon op ſoodanighen tijdt. De

Viſſcher ſeyde, Ick kan het niet doen, want ick hebbe alles wat ick

hadde verkocht, om mijn eerſte rantſoen te betalen: Daerom ſal ick

liever Slaef blijven, als mijn woordt niet te houden. Saban hoorende

deſe eerlijcke reden, ſeyde hem, betaelt na u gelegentheydt (de tijdt

was van ſes Maenden) binnen twee Iaren. De Viſſcher nam deſe conditie

aen ende men ſette hem aen Landt als d’ eerſte mael in zijn Vaderlandt.

Hy gingh terſtont by de Bloet-Vrindt van Saban, ende ſeyde hem zijne

recommandatien, hem belovende de geaccordeerde ſomme te betalen binnen

twee Iaren, ende keerde wederom na zijn neringe. Maer alſoo zijn Barck

met zijn toebehooren, ofte verkocht was, om zijn eerſte rantſoen te

betalen, ofte verloren, wanneer hy de tweede mael genomen wierde, was

hy genootſaeckt voor Knecht van andere Viſſchers te varen, ſoo dat hy

ſoo veel profijt niet konde doen, als wanneer hy voor ſijn ſelven was:

Maer niet teghenſtaende zijn kleyn profijt hebbende een kleyn ſomme

gheſpaert, gaf hy de ſelve terſtont tot afkortinge van zijn rantſoen.

De twee Iaren waren gepaſſeert, ende hy hadde noch boven een derdedeel

niet betaelt van ’t ghene hy ſchuldigh was: Om ſijn belofte te voldoen,

dachte hy op een middel, de welcke was een quintael Toback te koopen,

ende imbarqueerde ſich in een Portugijſe Schip dat na Argiers vertrock,

(alwaer de Toback doenmael ſeer dier was) met paſpoort vande Baſſa, om

eenighe Slaven af te loſſen. Hy quam in weynig dagen tot Argiers, ende

ging recht na het Huys van Saban Gallan, de welcke ſeer verbaeſt was

hem te zien: De Viſſcher ſeyde hem: Patroon, ick hebbe maer een

derdendeel van ’t gene ick u ſchuldig ben, betaelt, als blijckt by deſe

Quitantie, ende alſoo ick geen middel hebbe om de reſt te betalen, ben

ick gekomen met een Quintael Toback, ende indien ick die kan verkoopen

met het profijt alſmen my verſeeckert heeft dat ick ſoude doen, ſal ick

u betalen, ſoo niet, ſal ick liever wederom u Slaef willen zijn, als

dat uwe Signorie, vande welcke ick ſoo veel weldaden ontfanghen hebbe,

my ſoude beſchuldigen van eenighe ondanckbaerheydt. Saban hoorde deſe

redenen met groote verwonderinge vande ghetrouwigheydt ende

erkenteniſſe van deſen Viſſcher: Antwoorde hem, gy zijt een eerlijck,

getrouw ende danckbaer Man, Maer ſeer onnoſel: Gaet u Toback verkoopen,

ende keert wederom na u Landt, ende behoudt het Gelt te ſamen met uwe

vryheydt, ende gaf hem in ſijn Huys Eten, ende Drincken, tot dat hy met

het ſelfde Schip wederom keerde: latende binnen Argiers een eeuwige

naem van getrouwigheydt ende danckbaerheydt, ende brenghende in

Portugael een eeuwige lof vande liberaliteyt van Saban Gallan.

Turckse slavernie · 第 21 / 44 题