VIII. VERHAEL.

Van een Portugijſe Edelman, die ghevanghen wierde ende tot Argiers

gebracht.

Don Franciſco de Maſcarenas, een Portugijſe Edelman hadde in het Iaer

1638. ghevochten met een Rappier inde Stadt van Liſbon, ende alſoo hy

zijn partije doot geſteecken hadde, vreeſde hy de Iuſtitie, hopende dat

de tijt deſe ſaecke ſoude verſoenen: Door raedt van zijn Ouders gingh

hy Scheep inde eerſte Schepen die na Braſilien vertrocken: Hy nam

dienſt in qualiteyt van Soldaet inde troupen van de Vice-roy inde Baey

van Todos los Sanctos. Hy bleef daer tot het jaer 1641. Wanneer hy

tijdinge ontfingh dat zijne ſaecken tot Liſbon geaccommodeert waren: ’t

Selfde verſtaen hebbende, ging hy Scheep met d’ eerſte ghelegentheydt

in compagnie van andere Capiteynen ende Officiers om wederom na

Portugael te gaen. Maer de Fortuyn liep hem tegen, want het ongeluck

ghebeurde dat het Schip vande Zee-Roovers van Argiers genomen wierde.

Men bracht volgens de gewoonte de nieuwe ſlaven voor de Baſſa, om ſijn

ghedeelte te nemen, te weten van acht eenen. De Baſſa nam voor ſijn

deel Don Franciſco, ende drie andere, die hy na hare mijnen dochte

Capiteynen te ſijn.

Men ſondt deſe vier nieuwe ſlaven in een vertreck in het Logement van

de Baſſa, alwaer Monſieur Caloen ende ick doen vaſt gehouden wierden,

gelijck ick op een andere plaets gheſeyt hebbe; Ick hete Don Franciſco

wellekom, hem vragende van waer hy quam, ende wat nieus hy van het

Chriſten-Rijck brocht. Terwijl ick dat dede ende voor aleer hy ons

konde antwoorden, dede de Baſſa Don Franciſco roepen, de welcke gingh

inde Zael van audientie, maeckende een ſeer groote reverentie. De Baſſa

vraeghde hem, wie zijt Ghy? Don Franciſco antwoorde hem: Ick ben Don

Franciſco de Maſcarenas, Neef van een Don Bernardo de Meſcarenas, die

Generael in Braſilien geweeſt is: Het vvelcke de Baſſa hoorende, die

een gereſigneerde Vos vvas, antvvoorde hem, den Edeldom ende de

Slavernye accorderen niet vvel te ſamen: Wat vvilt ghy voor u vryheydt

geven te betalen over acht ofte thien Maenden? ende ghy ſult

ondertuſſchen u tijdt-verdrijf nemen, ende inde Stadt gaen vvandelen

als het u belieft, ſonder dat gy eenigen arbeydt ſult doen.

Deſe propoſitie behaeghde Don Franciſco ſeer vvel, die aen de Baſſa

ſeyde: Wat eyſcht uvve Signorie voor mijn rantſoen? De Baſſa

antvvoorde, Vier duyſendt Ducaten. Don Franciſco kuſte op dat vvoord de

Rock van de Baſſa (ſijnde een Turckſe compliment) ende ſeyde hem, ick

ſalſe geven, ende neme de Turcken die hier tegenvvoordigh ſijn tot

getuygen.

Dat gedaen ſijnde, quam Don Franciſco vvederom daer vvy vvaren, ende

ſeyde ons: Godt danck, ick ben gheen ſlaef meer; Want ick hebbe mijn

accoort met de Baſſa gemaeckt voor vier duyſendt Ducaten. Ick

antvvoorde hem daer op: Monſieur, ick hebbe de eere niet om u te

kennen, maer indien gy vier ofte vijf dagen patientie gehadt hadde, gy

ſoudt u vryheyt gekregen hebben voor 1500. ofte ten quaetſten voor

tvvee duyſent Ducaten. Hy repliceerde my: Waerom heeft een Menſche

Gelt? Om te arbeyden ghelijck een Hondt, ofte om ſijn vryheydt te

koopen? ’t Is vvaer, ſeyde ick hem, gy meught vvel Rijck ſijn, maer de

Baſſa ſal oock ſoo veel van yeder van uvve Cameraets begeren: Want gy

hebt geſeyt, dat gy alle Soldaten van Fortuyne vvaert.

De voorſz Don Franciſco bleef twee dagen by ons, na de welcke ſeeckere

Portugijſe Coopman tot Argiers reſiderende hem na ſijn Huys leyde, tot

borge latende noch in het Huys vande Baſſa een van ſijn Dienaers

ontrent 13. jaren oudt, die aen de Baſſa preſenteerde 300. Ducaten.

Maer de Baſſa wilde meer hebben: De Cameraets van Don Franciſco wierden

inde Bain gebracht, ſijnde de ordinaris plaets vvaer de Slaven van de

Galeyen haer onthouden. De jonge verſaeckte eyndelijck het

Chriſtelijcke Geloof, ſijnde Gedebaucheert geweeſt van een Portugijſe

Renegado voor de ſomme van veertigh Aſperen; Hoewel dat Don Franciſco

hem belooft hadde af te loſſen.

De Portugijſe Renegado, die de voorſz Jonge gedebaucheert hadde, brocht

hem inde Zael van audientie voor de Baſſa, ende na dat hy de reverentie

gedaen hadde, ſeyde hy: Deſen Chriſten wil ſijn Geloof verſaken. De

Baſſa was niet ſeer wel te vreden met deſe tijdinge: Want hy eſtimeerde

de 300. Ducaten meer, als dit goede Werck aen ſijn Propheet Mahomet te

doen. Oock was hy ſo ſeer niet genegen hem dienſt te doen, dat hy ſijn

beurs niet liever en hadde: Maer alſooder eenighe Turcken van qualiteyt

teghenwoordig waren, diſſimuleerde hy ’t gene hy dachte. Ende de jonge

wierde Turcks gemaeckt met de gewoonelijcke ceremonien. Eenige dagen

daer na wierden de dingen daerom wy vaſt gehouden wierden,

geaccommodeert: daerom lietmen ons uyt gaen, ende ſoo menigmael als ick

Don Franciſco op de ſtraten reſcontreerde, ſprack ick met hem, hem

groetende wegen de oude kenniſſe.

Eenige maenden daer na vertrock ick na Tituan: Alwaer ſijnde ging ick

terſtont een Pater-Verloſſer ſalueren, die uyt Spaignen daer verſch

gekomen was, gelogeert by een Conſul van de Francoyſen. Wanneer ick op

de plaets van het Logement quam, ſagh ick Don Franciſco daer uyt komen,

ende hietende hem wellekom, vraegde ick, wat Fortuyne hem daer gebracht

hadde: Hy ſeyde my, dat ’t ſedert ick van Argiers vertrocken was, hy de

vier duyſendt ducaten ontfanghen hadde, ende de Baſſa betaelt: Maer dat

hy geen remedie ſiende na Portugael te gaen ſonder Spaignen te

paſſeren: (’t welck hy niet wilde doen door oorſaecke van den Oorlogh,

ende oock om geen Spaignaerts te ſien) ofte ſonder een groote keer te

doen met perijckel van noch eens van de Turcken genomen te worden, hy

geaccordeert was met een Vrybuyter Capiteyn, die hem op de Kuſt van

Portugael aen het vaſte Landt ſoude ſetten.

Don Franciſco gingh Scheep, ende de Vrybuyter lichte met een goede

Windt ſijn Ancker, ende haelde in volle Zee, ſich vindende binnen twee

dagen op de hooghte van Peron de Veles, alwaer doen eenige Françoyſe

Schepen waren. Die den Turckſen Vrybuyter begonnen te doen de vlucht

nemen: De welcke ſiende dat de Zeylen hem moſten ſalveren ende niet

ſijn Geſchut, dede al wat hy koſte om het perijckel te ontgaen, ende

eyndelijck geen andere middel vindende, wende ’t Schip na de Kuſt toe,

ende ſette het Schip met volle Zeylen op ’t Landt niet verre af vande

plaets alvvaer vvy onlangs een gelijcke Schip-breking hadden geleden,

gelijck ick op een ander plaets geſeydt hebbe. Wanneer hy doende vvas

my ſijn Fortuyn te vertellen, paſſeerde voor by ons een Edelman, na

mijn giſſinge oudt ſijnde ontrent 20. Iaren, modeſt gekleedt op ſijn

Hollants ofte Vlaems. Don Franciſco ſagh hem ſteyl aen, ende hy Don

Franciſco: d’ Een den anderen dus een langhen tijt ghenoegh aenſiende,

ſeyde Don Franciſco ten laetſten, ſijt ghy niet ſodanig een? de

Ionghman antwoorde hem, Ia. Doe ſeyde Don Franciſco hem, wat maect ghy

hier, ende op deſe maniere gekleedt? hy repliceerde, ick ben hier om

mijn trafijck ende Religie te oeffenen. Daer op ſeyde Don Franciſco

hem, met verlof, van wat Religie ſijt ghy? Hy antwoorde, ick ben een

Jode. Don Franciſco ſeyde, hebt ghy niet voor een Iaer inde Baey van

Todos los Santos gewoont, ende dagelijcks aldaer de Miſſe gehoort, ende

de Heylige Sacramenten gefrequenteert? Hy antwoorde, ja, maer dat hy

een Jode was, ende ghediſſimuleert hadde dat hy een Chriſten was.

Ick hebbe dit diſcours verhaelt, om te doen blijcken de verſcheyde

uytkomſten der dingen, ende verſcheyde reſcontren die in de Werelt

geſchieden.

Turckse slavernie · 第 14 / 44 题