Wij maakten ons dadelijk zeilklaar en verlieten Tanna, na ev

Reis naar de Nieuwe Hebriden en de Salomons-eilanden.

Naar het Fransch van

Dr. A. Hagen.

Officier van Gezondheid.

De ontwikkeling van de kolonisatie op het fransche eiland

Nieuw-Caledonië heeft er sinds lang den invoer noodzakelijk gemaakt

van vreemde arbeiders. De exploitatie der nikkelmijnen, de verbouw

van koffie, tabak en maïs dwingen den europeeschen kolonist, gebruik

te maken van werkkrachten uit Oceanië.

De reeders uit Nouméa, de hoofdstad van Nieuw-Caledonië rustten dus

vaak schepen uit, die naar de Nieuwe Hebriden en de Salomonseilanden

gingen, om inboorlingen mee terug te brengen, voor zwaren arbeid

geschikt. Ongelukkig hadden er daarbij misbruiken plaats; er werd met

geweld opgetreden tegen weerspannige Kanaken, die niet gezind waren,

hun geboorteland te verlaten en het dolce far niente op te geven,

waaraan ze bij zich te huis waren gewend.

Het werd noodig, orde te stellen op die handelingen van zoogenaamde

recruteering. Ik vervulde toen mijn kolonialen diensttijd op

Nieuw-Caledonië. De heer Pardon, gouverneur der kolonie, wilde mij

wel het toezicht op de genoemde emigratie toevertrouwen en benoemde

mij tot regeeringscommissaris aan boord van de _Lady Saint Aubyn_

en de _Mary Anderson_. Zoo heb ik verschillende reizen door den

Stillen Oceaan gedaan en won daarbij allerlei inlichtingen in over

de verschillende eilanden, die samen vormen de eilandengroepen der

Nieuwe Hebriden en der Salomonseilanden.

Den 4en April 1891 ging ik aan boord van de _Lady Saint Aubyn_,

een zeilschip van 150 ton.

Wij vertrokken op een reis van vele maanden naar weinig bekende landen,

die zeer belangwekkend waren, en waarvan de bewoners nog boosaardige,

woeste menscheneters heetten, die een zekere beruchtheid hadden

gekregen door veel aanvallen op Europeanen. Maar dat zijn gevaren,

waaraan men pas gaat denken op den dag, als ze zich juist voordoen;

op het oogenblik van ons vertrek kenden we geen andere zorg dan de

richting van den wind, want ons scheepje was niet voor stoom ingericht

en onze grootste vijand was de tegenwind.

Wat dreigementen van de inboorlingen betreft, daartegen waren wij

genoegzaam gewapend; de 200 geweren en 3000 patronen, die de _Lady

Saint Aubyn_ meevoerde, zouden ons in staat stellen, het antwoord

niet schuldig te blijven, als wij werden aangevallen, en ons leven

duur te verkoopen.

Zoodra we uit de haven van Nouméa waren, voeren we vlug voorbij het

eilandje Porc-Epic, dat wel zijn naam van Stekelvarkeneiland verdient

om de vele pijnboomen, waarmee het bezet is en zetten onzen tocht voort

langs het Zuiden der westkust van Nieuw-Caledonië. Er was daar niet

veel plantengroei, en het aantal bewoners was gering sedert den opstand

van 1878; maar deze kust bezit veel minerale rijkdommen, want nikkel

en kobalt vindt men er in groote hoeveelheid, en van het dek van ons

schip konden wij sporen ontdekken van oude en van nieuwe ontginningen.

Enkele inboorlingen voeren op zee rond, vroegen ons, waarheen wij

gingen en wenschten ons goede reis. Zij kwamen van het Pijneiland met

hun dubbele prauwen en waren op weg naar den zendingspost Saint-Louis,

waar ze de mis zouden hooren. Vroeger was altijd de piloe-piloe

met de gruwelijkste tooneelen van kannibalisme de reden van hunne

bijeenkomsten en gaf aan hun feesten zulk een woest en afgrijselijk

karakter.

De beschaving heeft hun zeden verzacht; maar dat is gegaan ten

koste van het ras, dat meer en meer de neiging vertoont, om uit te

sterven. "Er zijn geen Kanaken meer," zei Pila, een groote, forsche

en intelligente inboorling. "Vóór de blanken hier kwamen, hadden

wij aardappelen en knollen in overvloed; nu worden wij van ons land

verjaagd, of men doodt ons door middel van sterken drank."

Tegen zes uur 's avonds kwamen we in de Yré-baai.

De richting van den wind liet niet toe, het kanaal over te steken en

in open zee te komen. Wij wierpen het anker in die baai uit, dichtbij

het eiland Wen. Het eiland ziet er zeer bijzonder uit, en in de verte

lijkt het, alsof het overal met den ploeg is bewerkt van boven tot

beneden, ja tot op den top der hoogste heuvels. Doch weldra ziet

men, dat niemand lust heeft gehad, daar te zaaien of te oogsten. De

prospectors, de goudzoekers, hebben er den grond zoo omgewoeld bij

hun zoeken naar nikkel in den bodem. Hoeveel slachtoffers heeft die

mijnkoorts al niet op hare rekening, en hoeveel maakt zij er nog

steeds, ook nu op Nieuw-Caledonië!

Het schijnt trouwens wel, of het eiland niets anders bevat dan

steenen van chroom en kobalt; en men vraagt zich af, hoe de weinige

inboorlingen leven, die er heen zijn gedeporteerd ten gevolge van den

opstand van 1878. Gelukkig is de zee dichtbij, en de Kanaak is een

goed visscher, zoodat de uitstekende visch hem voldoende schadeloos

stelt voor 't gemis van knollen en aardappels.

Op de ankerplaats aan de Yré-baai, toen niemand meer dacht aan de

ellende van de zeereis, hadden wij ruimschoots gelegenheid, met

elkander kennis te maken. Dus kan ik aan de lezers voorstellen, ten

eerste B., onzen kapitein, een ouden zeerot, die al twintig jaren

ongeveer in deze wateren vaart, een ervaren zeeman, maar een al te

trouw dienaar van Bacchus; ten tweede Mac D., een Engelschman van

iersche afkomst. Men kan zijns gelijke niet vinden in het winnen van

het vertrouwen der Kanaken; hij kan hun de mooiste voorspiegelingen

doen en hun 't heerlijkst leventje voorspellen, als ze naar Nouméa mee

willen gaan. Dat is het Beloofde Land, wordt hun gezegd, waar men nooit

werkt en altijd eet, wat voor een inboorling de hoogste zaligheid is.

Ons verblijf op het eiland Wen duurde maar kort, en den volgenden

morgen zette de _Lady Saint Aubyn_ koers naar het Havannakanaal. Wij

passeerden de Zuiderbaai, waar in zoete rust en in de verzekerdheid

van een goede woning en goeden kost eenige honderden dwangarbeiders

leefden, voor wie de regeering op moederlijke wijze zorgt. Als

houthakkers werden zij aan het werk gezet bij het exploiteeren van de

bosschen aan de Pronybaai, en hun arbeid zou den nijd kunnen opwekken

van onze boeren uit de bosschen der Vogezen, wier leven zoo moeilijk

is, en wier arbeid zoo slecht wordt betaald.

Toch zijn er eenige ontevredenen, en op het eiland Santa-Anna van

de groep der Salomonseilanden, zullen wij drie van hen ontmoeten,

die op deze afgelegen eilanden een schuilplaats zijn gaan zoeken,

om tegen dwangarbeid beveiligd te zijn en voor de straffen van de

bewakers. Zij hebben bij den ruil niet gewonnen.

Tegen den middag waren wij buiten den gordel van riffen,

die Nieuw-Caledonië omgeeft. Nadat we het eiland Maré, een der

Logally-eilanden, hadden verkend, wendden wij den steven naar de

Nieuwe Hebriden, waarvan 300 mijlen ons scheidden.

Twee dagen hadden wij noodig, om dien afstand af te leggen; vier

dagen na ons vertrek van Nouméa, lagen wij tegenover het eiland

Tanna. Het werd ons al in de verte gewezen om zijn vulkaan, welks

lichtend schijnsel wij wel 20 mijlen ver op zee konden waarnemen.

Wij gingen aan wal op de oostkust van het eiland. Op eenigen afstand

gezien, bood het een zonderlingen aanblik aan. Rondom den vulkaan was

de grond dor, volkomen kaal; noch plant, noch gras, noch boom kon men

er bespeuren; maar op de noordelijke helft van het eiland groeide

een prachtige plantengroei; er werd van alles door de inboorlingen

verbouwd, en allerlei edele houtsoorten waren er in ruimen overvloed

te vinden.

Onze eerste aanlegplaats moest Port Resolution zijn. Op den

vastgestelden tijd, tien uur 's morgens, ankerden wij bij den

ingang der haven; rotsen beletten ons, er binnen te varen, want

er was slechts een nauwe doorgang, bijna niet bruikbaar voor zeer

kleine vaartuigen. Dit was oudtijds de eenige haven van het eiland;

een schip vond er een veilige schuilplaats gedurende hevige stormen

of cyclonen, die in den archipel zoo veelvuldig voorkomen in de

maanden December, Januari en Februari. Maar in 1878 is ten gevolge

van hevige aardbevingen de zeebodem opgehoogd, en de diepte bedraagt

nu niet meer dan 1.5 à 2 M., terwijl er acht M. stond, toen Cook er

een eeuw ongeveer geleden kwam. Nu kwamen de inboorlingen, die ons

op grooten afstand hadden gezien, naar de _Lady Saint Aubyn_ toe,

om ons te waarschuwen tegen de gevaren, die elk schip bedreigen,

dat zou willen binnenvaren.

Zoodra wij het anker hadden laten vallen, bracht een boot van het

schip ons naar den wal; wij konden zien, welke wijzigingen de vulkaan

achtereenvolgens aan de kust had teweeggebracht; een moerasje aan

den linkerkant der haven was plotseling droog geworden, en wij zagen

alleen de bedding; het had nu een zeer duidelijk in 't oog vallende

helling, en al het water was weggevloeid naar de zee.

De inboorlingen, die in Port Resolution wonen, zijn ongeveer 300

in aantal, zij stonden spoedig allen om ons heen en vroegen ons

zonder eenige schaamte of verlegenheid dadelijk om tabak en vooral

om patronen, daar zij in oorlog zijn met de naburige stammen. Maar

niemand van hen had lust, een verbintenis aan te gaan, ten einde

in Nouméa te werken. Zij waren trouwens reeds tot het Christendom

overgegaan en wel tot het protestantsche geloof, en de engelsche

zendeling, die hier resideerde, overreedde hen niet te emigreeren,

daar hij zijn kuddeke gaarne bijeen wilde houden.

Die herder was afwezig bij mijn bezoek; hij bracht in Engeland een

zesmaandsch verlof door, dus kon ik aan zijn sierlijk woonhuis een

bezoek brengen, dat, aan de linkerzijde der haven op een kleinen heuvel

gelegen, groot en ruim van steen was opgetrokken en omringd was met een

veranda en een grooten tuin, door de schaapjes van de kudde in orde

gehouden. Van binnen was het huis deftig en geriefelijk gemeubeld,

en ik vond er een welvoorziene bibliotheek, die den leeraar zeker

in staat stelde, op amusante wijze zijn vrijen tijd te besteden. In

het kort, de installatie liet niets te wenschen over, en ik kon niet

laten, vergelijkingen te maken tusschen deze inrichting en die van

onze fransche zendelingen, die in inboorlingenhutten wonen en wien

het vaak hun prestige kost, dat zij hetzelfde leven moeten leiden

als de inboorlingen.

Wij trokken door het Kanakendorp, dat aan den oever lag en wij konden

er kennis maken met de zeden en gewoonten der bewoners. Bij onze

aankomst lag een van hen op den grond en had zijn hoofd op een klein

houten bankje gelegd; hij liet zich het haar vlechten door een anderen

inboorling in kleine vlechtjes, die in den nek neerhingen. Dit is een

bewerking, die een groote rol speelt in het leven van een inwoner van

Tanna; het duurt een eindeloozen tijd en vereischt een geduld, als

wij in ons oud Europa alleen aantreffen bij de zeer elegante dames,

die zich zoo mooi mogelijk wenschen te maken voor een bal.

Die wilden besteden niet dezelfde zorg aan de bereiding van hun

voedsel. Toen ik er was, zag ik hen op heetgemaakte steenen een

grooten, achtarmigen zeepoliep braden; maar zonder te wachten, tot hij

gaar was geworden, nam één van hen het dier en zette er zijn tanden in,

terwijl een ander er ook naar greep, om zijn deel te krijgen; op een

gegeven oogenblik scheurden de vijf om het vuur gezeten inboorlingen

elkaâr het dier uit de handen en hapten er allen tegelijk in, als

honden, die vechten om een been.

Zij eten ook aardknollen en bananen, en ik zag herhaaldelijk vrouwen,

met die vruchten beladen, zich begeven naar den rechtschen kant der

baai, ze laten de knollen namelijk gaar worden in de heetwaterbronnen,

die er in menigte in het naburig gebergte worden aangetroffen, op welks

top zich de krater bevindt. Die berg vertoont overal veel spleten,

waardoor golven van stoom ontsnappen, gemengd met zwaveldampen. Men

moet zeer voorzichtig zijn bij de bestijging; elk oogenblik loopt men

gevaar te struikelen en in een dier spleten te vallen in onberekenbare

diepte.

Wij gingen met een boot naar de Zwavelbaai, eenige mijlen van onze

ankerplaats verwijderd en zoo genoemd naar de groote hoeveelheid

zwavel, die men er vindt, en die eenige jaren geleden geleid heeft

tot een poging ter ontginning van die terreinen. De baai is gewoonlijk

uitgangspunt van de excursionnisten, die den vulkaan willen bestijgen,

maar de herhaalde aanvallen van de inboorlingen dringen de toeristen,

een talrijk gewapend geleide mee te nemen.

Het was ons niet mogelijk, voor den tocht tijd te vinden en wij

stelden ons ermee tevreden, den vulkaan van het dek van ons schip te

bewonderen. Op de ankerplaats van Port Resolution gevoelden wij zonder

ophouden de schokken door de beving van de zeebedding aan ons anker

meegedeeld of liever aan zijn ketting, en gedurende de vaart van Port

Resolution naar Wassissi, die wij in één nacht volbrachten, konden we

het schitterende licht waarnemen, dat uit den vulkaan uitstraalde en

vele mijlen ver zichtbaar was. Ik genoot van een verheven schouwspel,

toen ik eenige uren leunende tegen de verschansing, enorme steenen zag

uitwerpen, die verscheiden honderden meters hoog werden opgeworpen,

terwijl de gesmolten lava in stroomen langs de helling van den berg

vloeide. Ik kreeg nog vrij wat stof over van het door den vulkaan

uitgeworpen gesteente, en fijne stofdeeltjes drongen zelfs tot in de

scheepshut door.

Wij legden te Wassissi aan in de diepte van een kleine, goed tegen

den zuidoostenwind beschutte baai; twee honderd-vijftig inboorlingen

wonen op deze plaats en leven geheel in wilden toestand. Ofschoon er

zich een engelsche zendeling heeft gevestigd, blijven de inboorlingen

weerspannig tegen zijn leer en nemen zijn raadgevingen niet aan. Van

eenige beschaving is er bij hen nog geen sprake; daarvan is nog

niets tot hen doorgedrongen; men bespeurt dat dadelijk, als men hun

rudimentaire kleeding ziet, zooals zij naar de heerschende mode daar

wordt gedragen. De mannen zijn zoo goed als geheel naakt. De vrouwen

hebben enkel een gordel van pandanusbladeren, die om de lenden is

geslagen bij de vrouwen, die moeders zijn, en de heupen onbedekt laat

bij maagdelijke vrouwen.

Deze inboorlingen, die flink van bouw en zeer sterk zijn, zouden goede

modellen zijn voor een beeldhouwer, sierlijkheid van vormen op prijs

stellend en plastische schoonheid waardeerend. Men ziet zeer zelden

zieken, en lepralijders, zooals er op deze eilanden zooveel voorkomen,

treft men bij hen bijna niet aan; allen zijn ze gespierd en lenig.

Ons verblijf viel samen met den bananenoogst; deze is een voorwendsel

voor openbare feestelijkheden. Wij vonden hier een mast om in te

klimmen, behangen met geschenken, juist als bij nationale feesten in

Europa. Men kiest daarvoor een vrij hoogen boom, aan welks takken

op verschillende hoogten trossen bananen zijn opgehangen. Ieder

inboorling moet tot den top erin klimmen en mag behouden, wat hij

mee weet te nemen.

Ook voor het dansen bieden die feesten eene gelegenheid. Ik kon

tegenwoordig zijn bij de dansen, waarin de schoone sekse in Tanna

zooveel behagen schept. Alle leeftijden nemen er aan deel, van het

kleine kind af, dat nog op de heupen der moeder wordt gedragen, tot het

tandelooze oudje, dat zich zóó de genoegens harer jeugd herinnert. De

dames dragen lappen van alle mogelijke kleuren en vormen een kring,

waarbij bij beurten een vrouw zich afzondert. Zij heft een lied aan,

en de andere danseressen antwoorden, nu eens op haar toe tredend,

dan met sierlijke bewegingen achteruit wijkend. Zoo doen zij een

muziek hooren, die ver van harmonieus is, en waar iemand, die ze voor

't eerst hoort, bijna doof van zou worden.

Ik bleef niet lang in het gezelschap van die nieuw-hebridische

schoonheden, en ik begaf mij naar het strand der zee langs een

voetpad, dat door de aanplantingen van den stam leidde. De velden

waren goed onderhouden; er was geen onkruid te zien, en ze waren

door rijen opgehoopte steenen beveiligd tegen de invallen van

wilde varkens. Midden in het veld vond ik een kleine hoogte, waar

voedingsmiddelen op waren neergelegd, aardappels, knollen, bananen

en visschen. Mijn gids vertelde mij, dat die voorraad bestemd was

voor de godin Teapolo, die den landbouw beschermde. Elke inboorling

zorgt, dat zij hem gunstig is gezind, niet door te bidden, maar door

haar geschenken aan te bieden, dan is hij er van verzekerd, dat zijn

oogst goed zal zijn.

Op het strand aangekomen, ging ik voorbij een klein huis, waarin

ik mannen op matten zag liggen; hun heftig schitterende oogen en

karakteristiek dronkemansuiterlijk deden mij zien, dat zij te veel

hadden genoten van het brouwsel, dat de inboorlingen vervaardigen,

de kawa. Elken avond tegen vier uur moet een jongen van ongeveer

vijftien jaren de wortels van die plant kauwen; hij spuwt het sap

uit in een daarvoor bestemden bak, waar hij het laat gisten. Dat is

de inlandsche drank; ieder dorpeling, die den mannelijken leeftijd

heeft bereikt, mag uit den voorraad drinken en hij heeft het recht,

om in het gemeenschappelijke huis de gevolgen te laten voorbijgaan

van dien sterk bedwelmenden drank, die op de Zuidzee-eilanden zoo

algemeen wordt gedronken. Om de kawa klaar te maken, kiezen ze bij

voorkeur een knaap, wiens gebit volmaakt in orde is; en ik heb hen

een allernauwkeurigst onderzoek zien instellen naar zijn kaken,

om te zien, of geen zijner tanden was aangestoken.

Te Wassissi heb ik voor de eerste maal gebruik moeten maken van het

gezag, dat mij mijn functie als commissaris der regeering verschafte,

om het nieuwe reglement, betreffende de emigratie, tot uitvoering te

brengen. Ziehier, in welke omstandigheden. De super-cargo van ons schip

had twee vrouwen gerecruteerd. Maar pas was ik aan boord teruggekeerd,

of een Kanaak kwam een van haar, Yamé genaamd, opeischen. Hij beweerde,

dat zij zijn vrouw was, en dat hij haar niet mee wilde laten gaan

naar Nouméa, terwijl hij aanbood, den prijs voor haar ontvangen, terug

te betalen. Ik ondervroeg Yamé, die mij antwoordde, dat die man haar

echtgenoot niet was; zij weigerde categorisch weer aan wal te gaan.

Ondanks de smeekingen van den Kanaak en de tranen, die hij in massa

stortte, ondanks de ontroering, die den man overweldigde, bleef Yamé

onverbiddelijk en hield hare ontkenning vol. Toch vertrouwde ik haar

woorden niet recht en ging informeeren bij de andere Kanaken. Zij

vertelden mij, dat zij wèl zijn vrouw was, en dat zij zijn toestemming,

om te mogen vertrekken, niet had gevraagd. Ik heb toen haar engagement

moeten schrappen en moest haar teruggeven aan haar heer en meester. Ik

vrees zeer, dat de ontvangen stokslagen haar niet zullen hebben

genezen van haar zucht naar vrijheid en onafhankelijkheid. Maar de

meest elementaire voorzichtigheid eischte, dat die vrouw aan haren

man werd teruggegeven; maar al te dikwijls hebben de aanvallen

op Europeanen tot oorzaak gehad een roof van weggevoerde Kanaken,

zonder toestemming van den stam ontvoerd; onze opvolgers aan deze

kusten zouden aan weerwraak hebben blootgestaan, en ons gedrag zou

die dan hebben uitgelokt.

Na Wassissi te hebben verlaten, voeren wij langs de noordelijke helft

der oostkust van Tanna en om kaap Lamtahim heen, die bewoond werd

door een onrustigen stam; wij hadden het voornemen, op de westkust

het anker te laten vallen bij Sangalli. De invloed van den vulkaan

is in dit deel van het eiland minder merkbaar; men bespeurt nog in

de verte de wolk van rook, die Tanna steeds bedekt houdt en in niet

onbelangrijke mate de meteorologische toestanden er wijzigt; alle

voorspellingen der zeelui omtrent het te verwachten weder brengt die

rook in de war. Maar het stof, dat uit de opening naar buiten komt,

vliegt niet tot deze plek en verbrandt er de planten niet, terwijl

de plantengroei er inderdaad vrij weelderig is en den top der heuvels

zelfs bedekt.

Aan deze kust waren niet veel menschen; men moet tot aan het Zwarte

Strand gaan op de westkust, om eenigszins belangrijke volksstammen

te ontmoeten. Ik ging hier aan wal op den oever van een rivier, waar

zoet water in overvloed te krijgen was; de gelegenheid was gunstig, om

een uitstapje in het binnenland te doen. Een kronkelend pad volgend,

dat door den regen van de voorafgaande dagen glibberig was geworden,

ging ik door een dicht bosch, waar geen zonnestraal doordrong; de grond

was er zeer vruchtbaar en humus was er in een laag van aanmerkelijke

diepte afgezet. In een meer of minder ver verwijderde toekomst zal

dit plekje een geschikt punt van uitgang zijn voor een proef met

een landbouwkolonie; de uitstekende ankerplaats, de betrekkelijke

gezondheid van de plaats, het goede rivierwater, dat men er heeft,

en eindelijk de rijkdom van het land, al die omstandigheden zijn bij

uitstek gunstig voor het welslagen van een europeesche kolonie.

Weldra naderden wij Sangalli, waar wij eenige dagen dachten te

blijven. De ankerplaats was er niet uitstekend; van het dek van ons

schip konden wij de overblijfselen zien van de engelsche stoomboot

_Fijian_, die in 1887 schipbreuk heeft geleden; de passagiers hebben

zich kunnen redden, maar het schip was geheel verloren en de lading

werd door de inboorlingen geplunderd. Onze reeder verschaft zich er

tegen lage prijzen voorwerpen van europeesch maaksel, als messen,

couverts, groote en kleine lantaarns en allerlei levensmiddelen.

Zoodra de _Lady Saint Aubyn_ het anker had uitgeworpen, zagen wij het

hoofd Gemmy aankomen, wel bekend bij de kooplieden. Met een in flarden

gescheurd hemd aan, zonder broek, met een pijp in den mond en op het

hoofd een gibus, stapte hij aan boord, om ons zijn diensten aan te

bieden tegen betaling. Het gezicht van een flesch jenever bracht een

glimlach op zijn dikke lippen, en 't ontvangen van een geweer zette

zijn blijdschap de kroon op.

Wij hebben ons over zijn gedrag niet te beklagen gehad, en uit zijn

stam konden wij enkele arbeiders tot meegaan bewegen. Maar hij had

zich ons verblijf ten nutte weten te maken, en de herinnering aan

onze goedgeefschheid zal lang levendig bij hem blijven. Zoolang wij

daar bleven, werd hij aan onze tafel toegelaten, en hij trok er de

aandacht, zoo niet door uitgezochte zindelijkheid, dan toch door

een onverzadelijken eetlust en onleschbaren dorst. Hij zag ons met

leedwezen vertrekken en gaf ons zelfs de plechtige belofte, schitterend

wraak te zullen nemen op een van zijn buren, een aanzienlijk hoofd,

Maki geheeten, wiens onverwachte aanval ons haastig tot vertrek had

doen besluiten.

Ziehier, wat er gebeurd was. In den namiddag tegen 4 uur, terwijl

een onzer walvischsloepen bezig was te recruteeren op de zuidwestkust

van het eiland Tanna beneden Sangalli, had de andere sloep zich naar

de noordwestkust begeven. Deze laatste was aan land gegaan juist op

de plek, waar de _Fijian_ schipbreuk had geleden. Plotseling werden

verscheiden geweerschoten gelost door de inboorlingen op het strand;

een matroos kreeg een kogel in het linkerbeen, zoodat hij drie dagen

later aan tetanus stierf. De boot keerde dadelijk naar boord terug, na

eenige geweerschoten te hebben gewisseld met de aanvallers. Ik stelde

een onderzoek in. Het hoofd van den vijandelijken stam beweerde,

dat een vrouw uit zijn dorp was gevlucht en zich op ons schip had

verborgen. Hij was in den morgen er geweest, om haar te zoeken, en

toen hij haar niet had kunnen vinden, vertrok hij in de overtuiging,

dat wij haar hadden verborgen.

Hij was weer naar den wal gegaan en had ons aangevallen, om zich

te wreken over een roof, dien wij niet hadden gepleegd. Overigens

werd deze kust altijd als hoogst gevaarlijk aangewezen; de _Nouméa_,

de _Télégraphe_ en nog een schip uit Queensland hadden herhaaldelijk

zich over de inboorlingen te beklagen.

Bij zulk een reis ter afsluiting van huurcontracten met inboorlingen

is het voorzichtig, zoo gauw mogelijk te vertrekken, als dergelijke

gevallen zich voordoen, want dat zijn slechte voorteekenen. Het

schijnt, dat er dan dadelijk een teeken wordt gegeven, dat het geheele

eiland over wordt verstaan en dat het consigne blijkt, om alle verkeer

tusschen de vreemdelingen en den vasten wal te breken.

Wij maakten ons dadelijk zeilklaar en verlieten Tanna, na even Kwamera

te hebben aangedaan in het Zuiden van het eiland. De inboorlingen

zijn er rustig, en zijn bekeerd tot het protestantisme. Zij doen

aan landbouw, dus konden wij er allerlei voorraad opdoen, oranjes en

bananen, suikerriet en knollen.

Wij wendden ons naar het eiland Erromango, dat 35 mijlen ongeveer

van Tanna was verwijderd. Een krachtige zuidoostenwind bracht ons

weldra in het gezicht der westkust, en om elf uur 's avonds voeren

wij de Cooksbaai binnen, na om de Verraderskaap te zijn heengezeild,

zoo genoemd door den beroemden engelschen zeevaarder, die er door de

inboorlingen werd aangevallen. Wij bleven den geheelen nacht onder

zeil; de baai is zeer weinig beschut en men kan er dus enkel bij

windstilte landen, terwijl men ieder oogenblik gereed moet zijn,

weer zee te kiezen.

Om zeven uur 's morgens zette een boot ons in de buurt van het dorp

aan land; die kust is nog al bevolkt en wij merkten drie stammen op,

aan de baai gevestigd. Eertijds waren de bewoners zeer gevaarlijk en

zonder op te klimmen tot den aanval, waaraan Cook indertijd blootstond,

zou ik kunnen herinneren aan den zendeling Gordon, die er in 1869

gedood werd met knotsslagen, en nog korter geleden aan de bemanning

van een engelsch schip, die er in 1875 vermoord en opgegeten werd.

Bij ons bezoek liepen vreemdelingen niet meer zooveel gevaar;

de invloed van den zendeling, aan de oostkust gevestigd in de

Dillonbaai, heeft zich tot hier doen gevoelen; hij heeft in de dorpen

enkele scholen gesticht, en de onderwijzers brengen den inboorlingen

beschavingsdenkbeelden bij. Wij kunnen dus onbevreesd aan land gaan

en met hen betrekkingen aanknoopen.

Wij kwamen op een Zondag in de Cooksbaai; de inboorlingen, al half

bekeerd, hadden hun mooiste kleederen aangetrokken; mannen en vrouwen

hadden de nationale kleeding, bestaande uit een lapje of gordel van

pandanenbladeren, vaarwel gezegd. Nu dragen beide seksen hemden en

broeken, en de jonge dames van Erromango zijn hoogelijk ingenomen met

gekleurde jurken, hoeden met veêren en zelfs met het corset. Ik geloof,

dat de winkels van Nouméa hier al hun overtolligheden slijten. Zoo dan

al het schaamtegevoel bij deze transformatie der zeden heeft gewonnen,

in schilderachtigheid zijn die menschen er niet op vooruitgegaan. De

originaliteit dezer eilanden gaat langzamerhand te niet, en weldra

zal de beschaving den eigenaardigen stempel hebben doen verdwijnen,

die hen nog onder de aandacht deed vallen.

Onze werving had er niet veel succes; een enkele inboorling wilde

meegaan naar Nouméa; maar hij vroeg, of het schip voor anker wilde

blijven liggen, want hij kon geen contract sluiten op Zondag; hij

mocht geen betaling aannemen op een dag, die geheel en al moet zijn

gewijd aan overdenking en godsdienstoefening.

Weldra verlieten wij deze streken, die reeds al te beschaafd waren,

en in de richting van de Dillonbaai varend, volgden wij de noordkust

van het eiland en een gedeelte van de westkust.

Erromango zag er meer begroeid uit dan Tanna, het eiland is boschrijker

en niet zoo vulkanisch en bergachtig als het andere, er zijn wel

enkele heuvels in het binnenland; maar men heeft er ook vlakten waar

aan veeteelt zou kunnen worden gedaan. Daarbij is het eiland goed

besproeid, en de kust is gemakkelijk toegankelijk.

Als men bij de Dillonbaai komt, ontdekt men aan den oever der rivier

de prachtige installatie van den protestantschen zendeling R., die

sedert 1872 op het eiland woont; in de buurt is een kerk gebouwd, waar

men op een houten bord kan lezen, welke feiten Engelands aandacht op

dit eiland hebben gevestigd en het zoo bekend hebben gemaakt. Sedert

1839 zijn vijf anglicaansche zendelingen gedood door inboorlingen

uit Erromango.

Langen tijd ging dit eiland door voor het gevaarlijkste van

de groep der Nieuwe Hebriden. De Kanaken werden voorgesteld

als de bloeddorstigste en gevaarlijkste wilden uit den geheelen

archipel. Vijftig jaren geleden ongeveer kwamen op Erromango veel

Europeanen; in de Dillonbaai kan men nog de overblijfselen vinden

van eene belangrijke vestiging, bestemd voor de exploitatie van

sandelhoutaanplantingen. Die werkte er van 1855 tot 1864, en van dien

tijd dagteekent de vijandige gezindheid, bij de bewoners opgemerkt,

waardoor niet alleen onder de zendelingen, maar ook onder de toevallig

aankomende zeevaarders zooveel slachtoffers zijn gemaakt.

Inderdaad werpen de handelingen, door de houtinzamelaars volbracht,

om arbeiders te krijgen, hun blijkbaar kwade trouw bij het sluiten

van handelsovereenkomsten, de moord op veel inboorlingen voldoende

licht op de daden van geweld, door de inboorlingen begaan, en op de

weerwraak, door hen genomen op onschuldigen, met hun leven boetend

voor de misdaden van anderen.

Aan boord van ons schip luisterde ik naar de mededeelingen van

onzen werver F., die vroeger ambtenaar was in een exploitatiezaak van

sandelhout, en hij zei tot mij: "Als dit eiland Erromango spreken kon,

zou het dingen kunnen vertellen, die iemand de haren zouden doen te

berge rijzen".

Het scheen mij toe, dat de bevolking er minder dicht was dan op

Tanna; volgens ter plaatse ingewonnen inlichtingen heeft men er

ongeveer 2500 inwoners, waarvan 1200 tot het Christendom bekeerd

zijn en 1300 nog heidenen zouden wezen. Maar de vorderingen, die

de zendeling R. maakt, zijn niet weg te cijferen, en langzamerhand

dringt zijn invloed door tot in de afgelegenste gedeelten van het

eiland. Zoo heeft hij drie-en-dertig kleine zendingsposten in 't

leven kunnen roepen, geleid door een dergelijk aantal vermaners,

en toen ik er was, had hij reeds 150 kinderen gedoopt.

Ik hoop, dat deze pogingen tot het maken van proselieten volkomen

slagen; zij zullen mogelijk de ontvolking van het eiland tegengaan,

waar sinds dertig jaren het aantal bewoners van 3000 tot 2000 is

gedaald. Ik heb kunnen waarnemen, dat de inboorlingen van Erromango

minder forsch zijn dan die uit Tanna. Hun gestalte is kleiner, hun

kleur donkerder; ze zijn magerder en hebben een minder gezond gestel

dan hun buren; de wapens, die zij gebruiken, als bogen en pijlen en

knotsen, zijn kleiner en geheel in overeenstemming met den tengerder

lichaamsbouw, die bij alle bewoners valt op te merken.

Uit het oogpunt van het intellect, komt dit ras mij het minst

ontwikkeld voor van die, welke ik nog in den archipel heb ontmoet. De

inboorlingen beoefenen in 't geheel geen industrie, en hun verstand

is niet ontwikkeld. Men bemerkt, dat zij den invloed niet hebben

ondervonden van de Polynesiërs, die op de andere eilanden de

autochthone bevolking hebben opgeheven, haar nieuw bloed hebben

bijgebracht en haar in alle opzichten hebben vooruitgeholpen. De Kanaak

uit Erromango is nog de zuivere Negrito of wel de Papoea, die nog in

niets is veranderd, die vrij gebleven is van elken vreemden invloed

en een der laagst staande rassen vormt van de groote menschenfamilie.

De gezondheid van 't klimaat op het eiland is verschillend op de oost-

en de westkust; de Cooksbaai lijkt gezond en wel geschikt voor eene

europeesche vestiging; maar daarentegen hebben mijn tochten in en om

de Dillonbaai mij overtuigd van de ongunstige ligging dier plaats. Het

dal is vruchtbaar, en de rivier brengt zoet water aan in overvloed,

maar miasmen worden ontwikkeld op de moerassige oevers der rivier, en

de baai ligt te zeer beschut voor de heerschende zuidoostenwinden. Het

verbaasde mij niet, dat de heer R. en zijn gezin ziek waren tijdens ons

bezoek en zich genoodzaakt hadden gezien, tot herstel van gezondheid

de australische koloniën op te zoeken.

Van Erromango voeren wij naar het Noordwesten en stevenden naar het

eiland Vaté of Sandwich, waarvan wij ongeveer 70 mijlen verwijderd

waren. Het deed mij genoegen, dit eiland nogmaals aan te doen;

vier jaren geleden was ik er een half jaar gestationneerd geweest

met nog een luitenant en vijftig soldaten. Dat was in den tijd,

toen Frankrijk den archipel in bezit had genomen en posten had

gevestigd te Vaté en te Mallicolo. Maar het verzet van Engeland en

van de presbyteriaansche zendelingen leidden tot de ontruiming van

het land door onze troepen, en ik had met leedwezen moeten aanzien,

hoe onze driekleur er was verdwenen.

Twee dagen, nadat wij Erromango hadden verlaten, verkenden wij het

Sandwicheiland. Cook beschouwde het als de parel van de groep der

Nieuwe Hebriden en het verdient dien naam, terwijl de beschrijving,

die hij ervan geeft, zich niet aan overdrijving schuldig maakt. Dit is

het voor den landbouw 't best geschikte eiland; men vindt er breede,

goed besproeide dalen, waar de grond verrassend rijk en vruchtbaar

is; de heuvels dragen niet veel bosschen, maar er zijn weidenrijke

plateaux, en op veel plaatsen wacht de grond er maar op, in cultuur

te worden gebracht, om de overvloedigste oogsten te leveren. De

kolonist behoeft hier geen voorbereidenden arbeid te doen, hij vindt

een ontgonnen terrein en dadelijk na zijn aankomst kan hij er maïs

en koffie gaan planten. De noordwestkust is rijk aan zeer goede,

veilige havens; alleen voor de oostkust ligt een gevaarlijke klip,

maar die is best te vermijden.

Wij voeren de Pangobaai binnen en zouden bij Port Vila voor anker gaan,

een haven, zoo ruim, dat er wel een vloot in geborgen kon worden. Het

is 't belangrijkste punt van de groep der Nieuwe Hebriden, bestemd

voor eene groote toekomst, en nu reeds neemt het een eerste plaats in,

wat handel en landbouw betreft.

Port-Vila is dan ook de hoofdstad der Nieuwe-Hebriden, centrum van

de kleine, fransche kolonie, die de natuurlijke schatten van den

grond exploiteert en deze eilanden, die zoo rijk en productief zijn,

voor Frankrijk wil trachten te winnen. De naam Franceville, die der

plaats ook wel wordt gegeven, herinnert aan het moederland en aan de

gevoelens, die onze landgenooten koesteren voor Frankrijk, waarvan

zij door 6000 à 7000 mijlen land en zee gescheiden zijn.

Ondanks hunne grootere getalsterkte zijn de inboorlingen als verloren

onder de blanken, die Port-Vila bewonen; zij zijn voor 't grootste

deel verwezen naar de twee eilanden Vila en Mélé, die wij tijdens

ons verblijf alhier nog willen bezoeken.

Vijftig Europeanen ongeveer wonen te Franceville; zij behooren

tot verschillende nationaliteiten; men ziet er Franschen, Zweden,

Engelschen, Noren, Amerikanen en Duitschers. Allen doen aan landbouw

en drijven handel.

Ons eerste bezoek gold den agent van de _Compagnie Calédonienne_,

die te Anabroe woont. Die maatschappij, in 1882 opgericht, heeft veel

grondgebied verworven in den Archipel; zij heeft kantoren ingesteld

op de verschillende eilanden en houdt zich ernstig bezig met het

stichten van landbouwkoloniën.

De vertegenwoordiger van de maatschappij, de heer A., stelde

vriendelijk een paard te mijner beschikking, en zoo kon ik een prettig

wandelritje doen door de aanplantingen; er gingen verscheiden uren met

een rit over de plantages heen. Tegenwoordig zijn reeds 30000 H.A. in

cultuur; 120000 koffieboomen geven een jaarlijksche opbrengst van

40 tonnen en 1000 kokospalmen zullen het volgend jaar voor 't eerst

vruchten leveren.

Het was een waar genoegen, het binnenland van Vaté of het

Sandwich-eiland in te gaan, dat vroeger geheel aan de inboorlingen

was overgelaten en nu bijna uitsluitend door Europeanen is bezet,

die de natuurlijke hulpbronnen er exploiteeren; daar zijn er onder

hen, die zich met geduld en volharding een zoo niet schitterende,

dan toch zeer dragelijke positie hebben veroverd.

Zoo kwamen wij te Freshwater, reden door bananenaanplantingen,

die zeer winstgevend zullen zijn, zoodra de kolonisten de vruchten

ter markt zullen kunnen brengen te Sydney en te Melbourne en dus

met voordeel zullen kunnen wedijveren met de voortbrengers op de

Fidsji-eilanden. Na de Freshwaterrivier te zijn overgegaan, bereikten

wij het dorp Tagabé, door onze landgenooten bewoond. Zes jaren geleden

ongeveer liet een fransche kolonisatie-maatschappij naar Port-Vila

een groep kolonisten uitgaan, die lust hadden in landverhuizing en

die elders eens hun fortuin wilden beproeven. Sommigen werden al

gauw ontmoedigd en keerden naar het moederland terug; anderen, die

zich niet lieten afschrikken door tegenspoed en inspanning, bleven en

hebben ten laatste het welvarende dorp gesticht, dat er nu is verrezen.

Elk van hen heeft een kleine bezitting, waarop hij een huisje heeft

gebouwd met bijgebouwtjes voor varkens en kippen; enkele woningen

waren artistiek versierd; er was een engelsche tuin aangelegd met

nette paden, grasvelden en keur van bloemperken.

Allen leefden van de opbrengst van hun land; hun koffieaanplantingen,

en de bouw van bananen en maïs leverden hun een welstand, die hun

in Frankrijk niet zou zijn te beurt gevallen; hun bestaan is vrij en

onafhankelijk en kent geen dwang van conventie of mode, waardoor in

Europa zooveel individueel initiatief wordt tegengehouden.

Ik kwam te Franceville terug en begaf mij naar de woning van den

ouden maire dier plaats, den heer C. De blanken te Port-Vila vormen

inderdaad een afzonderlijke groep, met een burgemeester en verdere

ambtenaren, die de aangelegenheden van openbaar belang behartigen; de

quaesties omtrent de wegen, de reiniging, de haven worden bestudeerd,

en binnen korten tijd zal men goede rijwegen te Port-Vila hebben,

leidend naar andere centra van kolonisatie.

Er is zelfs sprake van, een weg te leggen naar den anderen kant

van het eiland, naar Port-Havannah, en het zal een weg zijn voor

allerlei vervoermiddelen geschikt. Zoo vertelt mij de heer C., dien

ik reeds had leeren kennen op een vorige reis. Hij noodigde mij uit,

zijn bezitting te gaan zien, die in de laatste jaren aanmerkelijk was

vergroot, en stelde mij voor, den volgenden dag met hem een uitstapje

naar het inlandsche dorp Mélé te maken. Ik nam het aanbod gretig aan,

was precies op tijd op de afgesproken plaats, namelijk om zes uur

's morgens voor den winkel van de Maatschappij der Nieuwe-Hebriden.

Wij deden den tocht te paard. Port-Vila is het eenige punt op de

Hebriden, waar men van die beweegkracht gebruik kan maken; er zijn

sinds eenige jaren paarden ingevoerd van het eiland Norfolk. Zij

bewijzen er groote diensten, want nu kunnen de kolonisten te paard

hunne uitgebreide plantages bezoeken. Bij 't verlaten van Port-Vila

kwamen wij in een bosch, waarvan de dichte boomen den mooien weg, die

naar het dorp Mélé leidde, heerlijk tegen de brandende zonnestralen

beschutten.

Na een half uur verlieten wij het bosch en kwamen uit vlak

bij de Pangobaai, waar rustig ons schip, de _Lady Saint Aubyn_

lag. Wij volgden het strand, en na nog een paar plantages te hebben

bezichtigd van zweedsche families, die er reeds vijf-en-twintig jaren

woonden, kwamen we bij een open ruimte, waar vijf- of zeshonderd

inboorlingen schreeuwden en gesticuleerden en zich aan allerlei

lichaamsverdraaiingen te buiten gingen.

Dat waren de bewoners van het dorp Mélé, die door hun dansen den

aardknollenoogst vierden. In rood en in wit katoen gekleed, met

veêren in het haar en een rood en zwart beschilderd gezicht, ieder

met een knots en een paar messen gewapend, stonden ze in vier of vijf

gelederen en kwamen al zingend naar voren, met de voeten trappend op

de maat van inlandsche trommels.

Hun muziekinstrumenten zijn allermerkwaardigst; 't zijn holle

boomstronken, vastgezet in den grond, met gaten er in geboord,

die onderling verbonden zijn door verticale spleten; van boven zijn

ze versierd met allerlei snijwerk, dat een voorstelling geeft van

vogels en andere dieren, schepen enz. Door op die trommels te slaan

met stevige stokken, weten ze vrij afwisselende geluiden in de maat

voort te brengen.

Die dansen en die muziek zijn zeer gewild bij de inboorlingen der

Nieuwe-Hebriden; bij elken stam zijn er, evenals in onze fransche

dorpen, enkele jongelui, die den boel aan den gang maken en de feesten

geanimeerd houden; zij zijn ongevoelig voor vermoeienis en warmte,

en altijd gereed, om opnieuw te beginnen.

Alleen over dag houden zij zich met die genoegens bezig, en een uur na

onze aankomst hielden de dansen op en de inboorlingen keerden naar hun

hutten terug. De dansen werden telkens aangemoedigd door grijsaards,

die op den grond zaten en nu en dan opstonden, om de vermoeiden te

laten drinken en de drukst dansenden te complimenteeren.

Zij, die op het eiland Mélé zich met die dansen bezighielden, woonden

niet op het hoofdeiland maar op een klein dor eilandje in de baai, waar

bijna geen water en geen groen te vinden waren. Daar vertoeven zij en

gaan alleen aan wal, om hun velden te bebouwen. Wat zou de oorsprong

van dit gebruik zijn? Waarom hebben zij zich afgezonderd? Ik zou het

niet kunnen zeggen, en ik denk, dat zij in vroeger tijden in strijd

zijn geraakt met de naburige stammen en dat ze zich op het eilandje

moesten verschuilen voor de aanvallen van hunne tegenstanders.

Wij volgden hen, en door een bootje overgebracht, gingen we bij hun

woningen aan wal. De bevolking van het eiland Mélé schijnt nog niet

spoedig te zullen uitsterven; wij werden omringd door kinderen van

elken leeftijd, jongens en meisjes, die elkander duwden en stieten,

om ons beter te zien. De kleine kinderen waren geheel naakt en

betrekkelijk vrij zindelijk, als wij ze vergeleken met de bewoners

van Tanna en vooral van Erromango. Overigens verschilt dit ras van

dat der andere eilanden, zoodat ik er wel toe geneigd ben, voor

waar aan te nemen de traditie, die wil, dat Mélé bevolkt is geworden

tachtig jaren geleden door een schip, dat van Nieuw-Zeeland kwam en

schipbreuk leed in de Pangobaai. Hun physieke eigenschappen, hun taal

en ook hun gewoonten herinneren sterk aan die der Polynesiërs.

Wij verlieten die eilandbewoners en kwamen op het groote eiland terug,

waar wij onze paarden terugvonden, rustig grazend onder de hoede van

een paar Kanaken. Een vlugge galop bracht ons in anderhalf uur naar

Franceville terug.

Zoodra ik aan boord was, maakte ons schip zich voor het vertrek gereed,

nadat wij afscheid hadden genomen van de beminnelijke kolonisten van

Port-Vila, en de _Lady Saint Aubyn_ zette koers naar Port-Havannah,

de belangrijkste plaats van het eiland Vaté na Port-Vila. Wij zeilden

met moeite om de Duivelskaap heen, die de noordwestelijke begrenzing

van de Pangobaai vormt; het was nog al een gevaarlijk punt vanwege

een klip, die ver in zee vooruitstak. Op die klip was kort te voren

een schip van de Nieuw-Hebridische Compagnie vergaan.

We voeren voorbij kaap Tu-ku-tu, bewoond door een fransche familie, die

een landbouwkolonie bestuurt; koffieboomen en kokospalmen en bananen

waren in de laatste jaren daar aangeplant, zoodat die bezitting een der

belangrijkste van de Nieuwe-Hebriden belooft te zullen worden. Het is

een doel voor uitstapjes van toeristen uit Port-Havannah, die zeker

zijn, door den heer H. goed te worden ontvangen.

Uit wat ik hier heb meegedeeld, kan de lezer wel afleiden, dat een reis

naar het eiland Vaté niet lastig of moeilijk is; de Europeanen, die er

wonen, zijn blij, eens gastvrijheid te kunnen bewijzen aan iemand, die

hun een bezoek brengt. De inboorlingen zijn er zachtzinnig en vreedzaam

en beschouwen de Europeanen volstrekt niet met een wantrouwend

oog. Ongelukkig kan deze beschrijving alleen voor het eiland Vaté

gelden. Op de andere eilanden der groep, bij voorbeeld op Tanna en

Erromango, ontmoetten wij slechts wilde, gevaarlijke inboorlingen,

en men moet dan uiterst voorzichtig zijn bij de betrekkingen, die men

wel genoodzaakt is met hen aan te knoopen, want elk oogenblik kan er

een moeilijkheid ontstaan, die den reiziger herinnert aan de waarheid,

dat deze archipel, dien hij bezoekt, gelegen is aan den anderen kant

van de beschaafde wereld.

Zoodra men Tu-ku-tu voorbij is, bemerkt men het eiland, dat het

Hoedeiland wordt genoemd naar den vorm, dien het met zijn laag gebergte

vertoont, of dat ook wel het Entrée-eiland heet, omdat het den weg

aangeeft, welken men heeft te volgen naar Port-Havannah,

Wij voeren de Zuiderstraat of de Groote Straat binnen, en na enkele

oogenblikken bemerkten wij aan het kalme water en den getemperden wind,

dat we in een goed beschutte haven waren binnengekomen. Port-Havannah

was nog niet duidelijk te zien. Wij ontdekten de eilanden Déception

en Protection, die aan alle zijden de haven omsluiten, maar de huizen

der kolonisten en hun winkels waren nog niet te zien. Die gebouwen

werden verborgen door de kaap, die Kaap van het Witte Zand heette. Daar

woonde de engelsche presbyteriaansche zendeling Mac., wiens geest zoo

weinig evangelisch is gestemd en die een zoo krachtigen haat tegen

Frankrijk koestert.

Wij lieten aan stuurboord die kaap liggen, waar de engelsche vlag boven

wapperde, en bemerkten weldra de eerste huizen van Port-Havannah. Wij

ankerden tegenover de magazijnen van de Caledonische Maatschappij. Ik

zag deze plaats met genoegen terug, waar ik zes maanden van mijn

leven had gesleten met dappere soldaten, die door moeraskoortsen

gekweld werden, maar die trotsch waren, het eerst de driekleur op

deze eilanden te hebben geplant.

Onze nationale vlag heeft er echter slechts eenige maanden gewapperd;

zij heeft zich moeten terugtrekken voor britsche aanmatiging, en wij

hebben het moeten bijwonen, dat de huizen verwoest werden, waar onze

matrozen hadden verblijf gehouden. Nu zag ik er geen spoor meer van.

De groote vlakte, waar Port-Havannah was gelegen, zag er niet meer

zoo druk en levendig uit als vroeger; de belangrijkheid van het

punt was sterk verminderd in de laatste jaren, en de handels- en

landbouwinrichtingen zijn nu alle geconcentreerd te Port-Vila.

Toch scheen deze haven eens een groote toekomst te gemoet te gaan. De

reede is veilig; de vlakte wordt bespoeld door twee rivieren, die

zoet water van uitstekende hoedanigheid leveren; er zijn weiden, die

voldoende voedsel geven voor de honderd-vijftig stuks vee, welke er

grazen onder de hoede van eenige inboorlingen.

Ik ontmoette te Port-Havannah mijn ouden vriend Mackintosh, hoofd van

het Déception-eiland; hij vertelde mij eenige van zijn gouvernementeele

rampen. Hij stond oudtijds aan het hoofd van een belangrijken stam,

waarover hij een volstrekt en onbeperkt gezag uitoefende; sedert

de engelsche zendeling is aangekomen, hebben zijn onderdanen hem

langzamerhand in den steek gelaten en ze zijn gaan wonen in het dorp

bij het huis van den heer Mac.

Wij konden niet hopen, veel contracten te sluiten met de inboorlingen

van Vaté; ze zijn tot het Christendom bekeerd en wel tot de denkbeelden

der presbyteriaansche zendelingen; die laatsten beletten hen het

landverhuizen en houden het op alle manieren tegen, dat de jonge lieden

van daar gaan. Zij vreezen, dat het reizen hen onafhankelijker zal

maken en den invloed zal verkleinen van de predikers der christelijke

leer. Alleen de bewoners van Lélépa op het Protection-eiland bleven

ongevoelig voor de vermaningen van den anglicaanschen zendeling en

behielden ondanks alles het geloof hunner voorouders.

Het werk der zendelingen, de invloed der Europeanen en de herhaalde

aanraking der inboorlingen met de blanken hebben het moreele

en intellectueele peil der bewoners van het Sandwich-eiland doen

stijgen. Hun materieele leven is er niet weinig op vooruitgegaan en

hun maatschappelijke verhoudingen zijn tevens verbeterd. Toch zien wij

hier, evenals op Nieuw-Caledonië, een geleidelijke vermindering van

het ras der Kanaken; stammen, die ik in 1887 had ontmoet, bestonden

niet meer, en het blijkt maar al te duidelijk, dat deze Zuidzeevolken

onvermijdelijk ten ondergang zijn gedoemd. In acht-en-twintig jaren

is het bevolkingscijfer van 8000 op 3500 gedaald.

Reis naar de Nieuwe Hebriden en de Salomons-eilanden De Aarde en haar Volken, 1906 · 第 1 / 6 段