19. EEN KLEINE KAARS

We reden, op weg naar Hongarije, door Oostenrijk. Mijn broer wees me de wegwijzer

aan: "Kijk, daar: de weg naar Mauthausen". Tegelijk zei hij: "Ik heb geen behoefte

om er heen te gaan." Hij heeft in een concentratiekamp (Vught) gezeten, en in

Duitse gevangenissen.

Je verbaast je erover dat Mauthausen ook een gewoon dorp is: het staat op de

kaart en er zijn borden die de weg er naartoe wijzen. De naam betekent: "tolhuizen".

Later heb ik gezegd dat ik op de terugweg toch graag naar Mauthausen wilde, en

dat mijn broer dan buiten op me zou kunnen wachten.

Je rijdt, na de grote verkeersweg verlaten te hebben en de Donau te zijn overgegaan,

door een lieflijk landschap. Je passeert een paar schilderachtige dorpjes, elk

met een kerktoren. Mauthausen ligt in een prachtige omgeving.

Ten slotte gingen we toch samen naar binnen. Mijn broer wees het me aan: "Kijk,

dat moet de appel-plaats geweest zijn". Blijkbaar werden de concentratiekampen

volgens een standaardtype gebouwd.

We zagen de beruchte steengroeve met de treden; het gedenkteken voor de homofielen

("dood geslagen - dood gezwegen"). Wij allen zijn eraan schuldig. We zagen

de "klaagmuur", en vele foto's. Bij sommige denk je: "Mag men dit wel tonen? Mag

men dit de overledene aandoen?"

Er waren veel bezoekers. Toch was het er stil. Mijn broer zei: Ik hoor een vogel

fluiten; ik neem het die vogel haast kwalijk". Ik dacht aan de kerktorens die we

gezien hadden. In die kerken zullen ook toen diensten gehouden zijn. Ik dacht

terug aan de Duitse predikant aan wie ik eens vroeg: "Hebt u het niet geweten?"

Hij antwoordde: "We hebben het niet geweten, en juist dat is onze schuld; we

hadden het moeten weten en we hadden het kunnen weten".

<200>

Maar betrekkelijk weinig Nederlanders zijn er in Mauthausen vermoord. Die naam

was wel het schrikbeeld. Daarheen gingen zij die bij de eerste razzia gepakt

waren, en van de 340 hebben slechts drie het overleefd. Van de bij de tweede

razzia (juni 1941) gegrepenen kwamen allen hier om.' Sindsdien functioneerde

de naam Mauthausen als de stok waarmee men de fuik werd ingedreven: "Meld je;

waag het niet om onder te duiken, want als we je dan pakken, ga je regelrecht

naar Mauthausen." Zo bleef Mauthausen de hele oorlog door en daarna de plaats

van de opperste verschrikking.

Velen meldden zich en inderdaad werden ze niet naar Mauthausen gestuurd, maar

naar Auschwitz, Sobibor of Bergen-Belsen.

Na in Mauthausen te zijn geweest is men geneigd zich af te vragen: wat doet het

er eigenlijk toe, of kerken af en toe geprotesteerd hebben? Of christenen hier

en daar geholpen hebben? Wat stelde dat voor, vergeleken bij deze afgrond van

ellende en duisternis?

De duisternis van de sjoa was zo diep, dat men het nauwelijks kan bevatten.

Het is te begrijpen dat velen de kleine (te kleine) lichtpunten die er waren,

over het hoofd zien.

Toch: iemand - Heinz Leuner - vertelde eens een verhaal van hulp en zelfopoffering

in moeilijke tijden, toen medelijden een misdaad was.' Van hem is ook de uitspraak:

"Hoe groter de duisternis, des te helderder het licht, ook al is het niet meer dan

dat van een kleine kaars."

<201>

*******************************************************************************

De Nederlandse kerken en de joden, 1940-1945 De protesten bij Seyss-Inquart, hulp aan joodse onderduikers, de motieven voor hulpverlening · 第 46 / 55 题