In het archief van ds. Buskes [9.16] bevinden zich haar brieven aan hem,
helaas niet die van hem aan haar. Haar eerste brief is geschreven op zondag 16
augustus, 1942:
Na die paar haastig gewisselde woorden van drie weken geleden, wilde ik U graag
een nadere verklaring geven. Ik ben die jodin, die na afloop van de dienst even
bij U kwam, heet Bep Blok en ben 20 jaar.
U had het voorstel gedaan mij te dopen; ik heb het om de volgende redenen niet
willen doen.(...) ze zullen één ding nooit van me kunnen zeggen, n.l. dat ik me
heb laten dopen om vrij te komen van Polen.
Voorlopig heb ik uitstel, omdat ik onderwijzeres ben, maar ik heil oprecht van
plan om me, zodra mijn oproep komt, te laten dopen en zo weg te gaan. Ik geloof
niet, dat ik het recht heb me eraan te onttrekken. Alle Joden moeten, dus ik ook.
(...)
<133>
Vader en moeder hebben uitstel, omdat moeder in het ziekenhuis ligt. Toch moest
dinsdag alles klaargemaakt worden. Zo'n dag is onbeschrijfelijk. Maandagavond
kwamen de oproepen; die nacht dus niet geslapen en dan de hele dag heen en weer
draven om alles te hebben: alles moet genaaid en gepakt zijn.(...)
Nu wachten we tot moeder uit het ziekenhuis komt en tot de volgende oproep
verschijnt. Vader zei laatst: 'We wachten allemaal op een wonder, dat niet
gebeurt.' Ik heb toen ontdekt, dat ik zelfs niet eens op dat wonder wacht.
Is dat nu gebrek aan Godsvertrouwen?(...) Ds. Buskes, neemt U mij deze lange
brief vooral niet kwalijk. Ik had zo graag over al deze dingen mondeling met
U gesproken, maar ik mag niet bij U komen en omdat ik U het toch zeggen wou,
heb ik het geschreven. Het zijn problemen die ons niet loslaten en die zo
verschrikkelijk belangrijk zijn. Misschien mag ik U een keer komen halen op
zondagochtend, als U naar de kerk loopt. Wilt U mij eens een keer terugschrijven,
als U tijd hebt?
Blijkbaar heeft ds. Buskes haar brief snel beantwoord, want op 31 augustus
schreef ze hem wanneer ze op school was en wanneer vrij. Bep Blok is door
ds. Buskes gedoopt. Ook zij kreeg de oproep voor Westerbork en ze is gegaan.
Vanuit Westerbork stuurde ze ds. Buskes een briefkaart d.d. 21.4.'43:
Wat hebt U fijn vlug teruggeschreven. Ik was heel blij met Uw brief. U zult wel
gehoord hebben dat het hier best uit te houden is. Vader en moeder met al mijn
vrienden zijn gisterenochtend vertrokken. Dat is beroerd. In het land waar ze
komen hebben ze het niet slecht, dat weten we positief.(...)
Er is hier een vrij groot aantal gedoopte Joden. Op het ogenblik is onze dominee
Enker(...) Het is een heerlijk gevoel om je te horen toespreken met 'Gemeente
van onze Heer Jezus Christus' en te weten dat wij er echt bijhoren.
Het volgende stuk in het archief is een circulaire afkomstig van de Joodsche
Raad voor Amsterdam - Bureau Rotterdam", gericht aan Mevrouw J.J. Buskes en
gedateerd 26-4-1943:
Wij ontvingen van de hieronder genoemde personen het telegrafisch verzoek, of U
voor doorzending aan hen van na te melden artikelen wilt zorgdragen naar het
DOORGANGSKAMP WESTERBORK, Post Hooghalen-Oost (Drente). (...)
Naam: Rebekka Blok. Geboortedatum: 14-11-1921.
Baraknummer: 72.
Op 3 mei kwam er van haar een briefkaart: "Pakket ontvangen. Hartelijk dank!"
Daarna niets meer.
<134>