[1] Romeinsche oorlogsgod, ook god van het begin van het jaar, met twee
aangezichten, waarvan het eene vaak jeugdig en glimlachend en het andere
oud en gefronsd was.
[2] Koning van Pylos (Navarino), een der Grieksche helden die aan den
Trojaanschen oorlog deelnamen; de type van ouderdom, wijsheid en ernst.
[3] Toespeling op een grafteeken.
[4] Vgl. Mattheus V, 22.
[5] Nl. den dunk van wijsheid dien de menschen van u krijgen moeten,
juist iets voor maltentige lieden om naar te streven.
[6] Onder aanvoering van Jason zeilden de Argonauten naar Kolchos
(of Kolchis,) ten Oosten van de Zwarte Zee om de gouden vacht te halen.
[7] Nl. Venetië.
[8] Spreuken XVII, 5.
[9] d.i. hem waarborgde, er borg voor bleef.
[10] Zekere profetessen. Een van hen had van Apollo, die op haar verliefd
was, verkregen dat zij evenveel jaren zou leven als hij zandkorrels in zijn
hand hield.
[11] Er waren er eigenlijk zes: de Napolitaansche Prins, de Paltsgraaf,
de Franschman, de Engelsche baron, de Schotsche lord en de Duitscher,
maar dit is een van die "slips" welke Shakespeare meer overkomen.
[12] De Venetiaansche dukaat gold ongeveer een rijksdaalder.
[13] d.i. op de beurs, die zich bevond op de Isola del Rivo alto (eiland
van den diepen stroom,) uit welke laatste woorden Rialto is ontstaan. In
Shakespeare's tijd bestond de brug van dien naam nog niet.
[14] Toespeling op Jezus' wonder in 't land van de Gadarenen, Lukas VIII,
33.
[15] Genesis XXVIII, 13 en 14.
[16] Genesis XXX, 31 vgg.
[17] Mattheus IV, 6.
[18] d.i. wanneer eischte een vriend, die een anderen vriend geld leende,
winst van hem in den vorm van interest, daar toch het geld als een van
nature onvruchtbaar iets zich niet vermenigvuldigen kan?--Reeds
Aristoteles en Bacon wezen hierop.
[19] d.w.z. een overeenkomst zonder verdere voorwaarde van verbeurte in
geld.
[20] Hier in den zin van kieskeurig.
[21] De Shah van Perzie.
[22] Zie A n t . e n C l e o p . IV, 12, 45.
[23] Een andere naam voor Hercules.
[24] nl. om den eed af te leggen.
[25] Italiaansch voor: Weg!
[26] Hij bedoelt d i r e k t .
[27] De Parcen of Schikgodinnen.
[28] Lancelot knielt met den rug naar zijn vader, die bij 't betasten
van Lancelots hoofdhaar denkt dat hij een baard te pakken heeft.
[29] Hij bedoelt: "de zaak gaat mij aan, betreft mij," maar hij gebruikt
om deftig te zijn een woord waarvan hij de beteekenis niet begrijpt.
[30] Hij bedoelt: "het effectieve."
[31] "Wie Gods genade heeft, heeft rijkdom genoeg."
[32] Hij verknoeit op deze zotte manier het deftige "betoomen."
[33] Hem geld gevend.
[34] Verwarring tusschen "bezoek" en "komst."
[35] Woensdag na vastenavond. De volgende woorden van L. zijn
opzettelijke onzin.
[36] Z. O. van de Kaspische zee.
[37] Vgl. M a c b e t h , I, 6, 4.
[38] Schertsende toespraak tot den bode, als terugslag op zijn vraag.
[39] Tegenover de kust van Kent, de bank was vroeger een eiland
toebehoorend aan Goodwin, den Graaf van Kent, dat in 1097 door de zee
werd verwoest.
[40] Door het eten van sterken gember trachtte men zich tranen in de
oogen te persen, als men den schijn wilde aannemen van te weenen. Ook
werd gember vroeger als een hartigheidje voor den ouden dag gebruikt.
[41] Solanio vat Shylocks woorden in letterlijken zin op, en beantwoordt
die daarom zoo dubbelzinnig-obsceen.
[42] Al mag een maagd zich niet met haar tong, maar alleen in haar
gedachten uiten.
[43] Hercules.
[44] De zeegod Poseidon, door den Trojaanschen koning Laomedon beleedigd,
dreigde Troje te zullen vernietigen als Laomedon zijn dochter Hesione
niet opofferde. Deze werd dan ook aan een rots gebonden om de prooi te
worden van een zeemonster, maar zij werd door Hercules bevrijd.
[45] De verborgen beteekenis van dit liedje is volgens sommige
commentators dat Bassanio zich niet door zijn fantasie en door een
valschen schijn (in dit geval van goud en zilver) moet laten verblinden.
Een zachte en geheime wenk dus om het looden kistje te kiezen.
[46] De door valschen schijn gewekte illusie vergaat weer, nadat het oog,
dat er eerst door werd verblind, er de holheid en nietigheid van inziet.
[47] Een witte, bloedelooze lever komt bij Sh. dikwijls als symbool van
lafheid voor.
[48] d.w.z. op de hoofden van vrouwen die daardoor voor blond gehouden
worden. Er werd in Sh.'s tijd veel blond haar gedragen omdat koningin
Elizabeth blond was.
[49] Midas, koning van Phrygie, had van Bacchus de gave ontvangen alles
wat hij aanraakte in goud te veranderen. Daardoor werd ook alles wat hij
wilde eten en drinken goud, zoodat hij genoodzaakt was den god om
herroeping van zijn gave te bidden.
[50] Vgl. I, 1, 172. (Noot 1 blz. 13.)
[51] Venetiaansche Senatoren. Vgl. O t h e l l o , I, 2, 12.
[52] Met "mijn ziel" wordt Bassanio bedoeld.
[53] Hij bedoelt i d e e .
[54] Skylla en Charybdis: draaikolken bij Messina op de kust van Sicilië.
[55] Vgl. Lukas XVI, 25. Deze passage kan misschien dienen om de moeilijke
plaats in 't begin van O t h e l l o te verklaren, waar Iago van Cassio
zegt: "Een kerel, haast verdoemd door 'n mooie vrouw."
[56] Dr. Leyden zegt in zijn uitgave van "The Complaynt of Scotland" dat
de doedelzakken gewoonlijk bekleed waren met wollen stof van groene
kleur.
[57] Vgl. Jacobus II, 13.
[58] Voorbeeld van Shakespeariaansche opeenhooping van negatieven.
[59] Het Evangelie noemt hem Barabbas, Lukas XXIII, 18.
[60] Het veranderen van de intrekking van de helft van 't vermogen in
een boete geldt wel voor den Staat, maar niet voor Antonio.
[61] Toespeling op de twaalf leden van de Jury, soms spottenderwijs,
"the twelve godfathers" genoemd, o.a. in T h e M u s e s'
L o o k i n g G l a s s , een blijspel van Randolph, IV, 4.
[62] De maangodin.
[63] Ovidius.
[64] Tartarus, onderwereld.
[65] d.i. niets is goed op zichzelf; slechts de bijkomende
omstandigheden, de betrekking tot andere dingen, maken het zoo.
[66] De maangodin Diana was verliefd op den schoonen jager Endymion, die
zich ophield op den berg Latmos in Karië. (Kl. Azië.)
[67] De messenmakers lieten vroeger op de messen, die als souvenir
moesten dienen, door middel van een of ander zuur allerlei spreuken
bijten.
[68] Een honderdoogig monster door Juno (Hera) aangesteld om de door
haar in een vaars veranderde Io, geliefde van Jupiter (Zeus), te
bewaken.
[69] Zinspeling op dubbelhartigheid.
WERKEN VAN EDWARD B. KOSTER
Ing. Geb.
_Verzamelde Gedichten_ (met portret door H. J.
H a v e r m a n) f 2.-- f 2.50
_Niobe_ (derde herziene druk) - 0.30 - 0.65
_Odusseus' Dood_ - 0.35 - 0.70
_Adrastos e.a. Gedichten_ (met portret door
L a u r e n t H. V e r w e y) - 1.-- - 1.60
Uitgaven van G. A. KOTTMANN, den Haag.
_Studiën in Kunst en Kritiek_ f 1.90 f 2.40
Uitgave van HOLKEMA & WARENDORF, Amsterdam.
_Over Navolging en Overeenkomst in de Literatuur_ f 0.75
Uitgave van MARTINUS NIJHOFF, den Haag.
_Verhalen uit Shakespeare_, naar het Eng. van
D r. T h. C a r t e r, met 16 ill. in kleur
van G. D e m a i n H a m m o n d f 2.50 f 2.90
Uitgave van W. J. THIEME & CIE, Zutphen.
_Shakespeare-Vertalingen:_ D e K o o p m a n
v a n V e n e t i ë (2de herz. dr.) --
A n t o n i u s e n C l e o p a t r a --
C o r i o l a n u s (2de herz. dr.) --
M a c b e t h -- O t h e l l o --
J u l i u s C a e s a r.
N a t h a n d e W ij z e, naar het Duitsch van
G.E. Lessing.
Uitgaven van de MIJ. VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE
LECTUUR, Amsterdam.
_Uren met Shakespeare_ f 1.50 f 1.90
Uitgave van de HOLLANDIA DRUKKERIJ, Baarn.
_William Shakespeare_, Gedenkboek 1616-1916
(derde herz. druk) f 1.50 f 2.--
Uitgave van G. A. KOTTMANN, den Haag.