LORENZO:
De maan schijnt klaar:--in zulk een zomernacht,
Toen zoele wind de boomen zachtjes kuste,
Zoodat geen ruischen klonk,--in zulk een nacht
Klom Troilus, naar ik meen, op Troje's muur,
Zijn ziel uitzuchtend naar het Grieksche kamp,
Waar Cressida toen sliep.
JESSICA:
In zulk een nacht
Ging Thisbe angstig tripp'lend op den dauw;
En zag vooruit de schaduw van den leeuw,
En liep verschrikt van daar.
LORENZO:
In zulk een nacht
Stond Dido met een wilgentak omhoog
Op 't wilde strand, en wenkte tot haar lief
Om weer aan wal te gaan.
JESSICA:
In zulk een nacht
Verzamelde Medea 't tooverkruid,
Dat Aeson gansch verjongde.
LORENZO:
In zulk een nacht
Stal Jessica zich van den rijken Jood,
Ontliep Venetië met haar roek'loos lief,
En kwam op Belmont aan.
JESSICA:
In zulk een nacht
Was 't dat Lorenzo haar zijn liefde zwoer,
Stelend haar ziel met meen'gen eed van trouw,
En geen van alle waar.
LORENZO:
In zulk een nacht,
Belasterde de kleine Jessica,
Die snib, haar liefste' en hij vergaf het haar.
JESSICA:
Ik overtroefde u, als daar niemand kwam;
Maar, luister, 'k hoor de stappen van een man.