_Venetië. Een Gerechtshof._
DE DOGE, DE MAGNIFICO'S, ANTONIO, BASSANIO, GRATIANO, SALARINO,
SOLANIO, _en Anderen._
DOGE:
Nu, is Antonio hier?
ANTONIO:
'k Wacht Uw Genade's wenk.
DOGE:
Het spijt me om u: gij hebt een tegenstander
Zoo hard als steen, een wreede' ellendeling,
Onmedelijdend, gansch verstoken van
Elk grein barmhartigheid.
ANTONIO:
Ik heb gehoord
Dat Uw Genade moeite deed om hem
Te maat'gen in zijn wreeden eisch, maar nu hij
Hardnekkig volhoudt, en geen macht van wet
Mij aan zijn haat ontrukt, beantwoord ik
Zijn woede met geduld, en 'k wapen mij
Om met een kalm gemoed zijn tirannie
En ongetemde gramschap te ondergaan.
DOGE:
Roep een van allen thans den Jood voor ons.
SOLANIO:
Hij wacht reeds bij de deur. Daar komt hij aan.