ANTONIO _komt op._

ANTONIO:

Wie is dat daar?

GRATIANO:

Signor Antonio?

ANTONIO:

Foei, foei, Gratiano! Waar zijn de and'ren toch?

't Is negen uur! De vrienden wachten u:

Geen optocht nu; de wind is omgedraaid;

Bassanio gaat onmiddellijk aan boord,

Wel twintig boden zond ik naar hem uit.

GRATIANO:

Gelukkig; niets lacht mij nu zóózeer aan

Dan weg te zeilen en van hier te gaan. (_Beiden af._)

De Koopman van Venetië: Drama in vijf bedrijven · 第 45 / 79 题