JESSICA _komt op._

JESSICA:

Roept u? Wat is uw wil?

SHYLOCK:

'k Ben uitgenoodigd op een avondmaal:

Ziehier mijn sleutels.--Maar waarom zou 'k gaan?

Men vraagt me uit vriendschap niet; ze vleien mij:

Maar toch zal 'k gaan uit haat om te eten van

Den Christ'lijken verkwister.--Jessica,

Pas op mijn huis:--ongaarne ga ik heen.

Er wordt iets kwaads gebrouwen tegen mij,

Want 'k heb van nacht van zakken goud gedroomd.

LANCELOT:

Ik smeek u, Meneer, ga: mijn jonge meester wacht op uw bekomst.[34]

SHYLOCK:

En ik ook op de zijne.

LANCELOT:

En zij hebben een afspraak gemaakt:--ik zal niet zeggen dat u een

maskerade zult zien; maar als u er een ziet, dan was het niet voor

niemendal dat mijn neus verleden Paaschmaandag om zes uur 's

morgens begon te bloeden, terwijl 't zoo uitviel dat 't dàt jaar op

Aschdag[35] vier jaar 's middags was.

SHYLOCK:

Wat? Maskerades?--Luister, Jessica,

Sluit alle deuren; hoort ge trommelslag,

En 't piepend janken van de kromhals-fluit,

Klauter me dan niet tegen 't venster op,

Steek niet uw hoofd op de publieke straat

Voor Christengekken met geverfd gezicht,

Maar stop de vensters, de ooren van mijn huis;

Laat tot mijn ernstig huis 't geluid niet toe

Van holle zotternij.--Bij Jakobs staf,

'k Wou liefst van avond niet van huis naar 't feest,

Maar toch zal 'k gaan.--Jongmensch, ga voor mij uit:

Zeg, dat ik kom.

LANCELOT:

Ik zal vooruit gaan, Meneer.--(_Ter zijde tot_ JESSICA).

Juffrouw, kijk met dat al toch uit het raam;

Want een Christen komt voorbij,

Waard dat een Jodin hem vrij'. (_Af._)

SHYLOCK:

Wat zegt die zot van Hagars nakroost, hè?

JESSICA:

Hij zei niets anders dan "Vaarwel Juffrouw."

SHYLOCK:

De zotskap is wel vrindlijk, maar een vraat,

Slak-traag in 't winnen, en hij slaapt bij dag

Meer dan een boschkat: hommels wil ik niet;

Daarom laat ik hem gaan, en 'k laat hem gaan

Naar een dien hij naar 'k hoop 't geleende geld

Verkwisten helpt.--Naar binnen, Jessica;

Misschien kom ik onmiddellijk terug.

Doe als 'k je zeg, en sluit de deuren dicht:

"Wat vastgehouden wordt, vast weergevonden wordt,"

Spreuk die door zuin'gen nooit geschonden wordt. (_Af._)

JESSICA:

Vaarwel, en is 't geluk mij goed gezind.

Mis ik een vader, en mist gij een kind. (_Af._)

De Koopman van Venetië: Drama in vijf bedrijven · 第 40 / 79 题