Als er op een gezellig avondje onder vrienden verschillende kunstjes
met de kaart gedaan zijn, en men raakt zachtjes aan uitgepraat, moet
ge eens vragen of iemand kans ziet, dwars door eene speelkaart heen
te gaan.
Men zal u antwoorden, dat dit niet moeilijk is, als de kaart maar
groot genoeg is; als ge echter meedeelt, dat er sprake is van eene
gewone speelkaart, wordt de vraag lastiger. Om het gezelschap dan
ook niet lang te laten zoeken, neemt ge eene speelkaart, en maakt er
in de lengte eene snede in tot dicht bij den rand, (zie fig. 1). Nu
vouwt ge de kaart volgens die snede dubbel, en maakt er de sneden in,
welke door fig. 2 worden aangewezen.
Als ge nu de kaart weer openvouwt en aan de randen uittrekt, zult ge
zien dat ze verandert in eene lange, rekbare strook, welke bestaat
uit kleine reepen, die onderling meer of minder scherpe hoeken vormen,
naarmate de kaart meer of minder uitgerekt wordt, en waar ge, zooals
de teekening u doet zien, gemakkelijk doorheen kunt.