Knip van dun karton een paar poppetjes, die een penneschachtje voor
den mond houden, waarin ze schijnen te blazen.
Vul de penneschachten met zand, maar laat een gedeelte open aan het
van den mond afgekeerde einde.
Doe in de eene opening een weinig jachtkruit en in de andere een
klein stukje phosphorus.
Als de poppetjes vooraf op deze wijze zijn gereed gemaakt, laat ge
eene brandende kaars brengen, en deelt mede dat het eene poppetje
op uw verzoek de kaars zal uitblazen, terwijl de andere haar weer
zal aansteken.
Zoodra ge het buisje met kruit bij de vlam brengt, zal dit ontbranden
en eene ontploffing in miniatuur teweegbrengen, welke echter voldoende
is, om de kaars uit te blazen en de rook naar het poppetje te jagen,
dat ge in de andere hand houdt. Deze rook is warm genoeg om het
stukje phosphorus aan te steken, en als ge het buisje, dat het bevat,
op behoorlijken afstand van de pit houdt, gaat de kaars weer aan.
Het is niet gewenscht, dat ongeoefende handen deze proef voorbereiden,
daar met buskruit en phosphorus voorzichtig moet omgegaan worden.