Neem eene naainaald van middelmatige grootte en waarvan de punt goed
scherp is; plaats u op omstreeks drie passen van een houten beschot,
neem de naald tusschen duim en wijsvinger en beproef dan met een
krachtigen worp, de naald in het hout te drijven. Al zijt ge nog zoo
behendig, gij zult er ondanks herhaalde pogingen niet in slagen.
Steek nu een eindje garen door het oog van de naald en bij iederen
worp zult ge er in slagen uwe werpspies in het hout te planten,
dat ge u als wit hebt gekozen.
Het lichte eindje draad, dat ge aan de naald hebt toegevoegd, maakt
deze tot een waren pijl, en is oorzaak, dat de punt door de kracht
van den worp het voorwerp, waartegen zij gericht is, loodrecht treft,
hetgeen ten gevolge heeft, dat zij er indringt.
Deze uitslag wekt altijd de verbazing der toeschouwers, die niet
in gebreke blijven, u hun compliment te maken over uwe buitengewone
kunstvaardigheid.
De natuurkundige Comus, welke deze proef bedacht, wist op eene
vernuftige wijze den aangewenden kunstgreep te verbergen.
Hij legde den toeschouwers draden van verschillende kleuren voor
om er een uit te kiezen, welken hij moest gebruiken, opdat men zich
zou kunnen overtuigen, zooals hij zeide, dat het inderdaad dezelfde
naald was, welke men in het beschot terugvond. De draad, waarin in
werkelijkheid het geheele geheim van den toer zat, scheen dus slechts
een middel van contrôle te zijn, om alle bedrog te voorkomen.
Deze proef herinnert aan de pen met papieren vleugels, welke aan den
hoek van onze teekening is afgebeeld, en die menig scholier strafwerk
berokkend heeft, die zich liever bezighield met balistische proeven
dan met zijn schoolwerk.