Neem een lampeglas en plak er in het midden een ring van zilverpapier
of van bladtin omheen. Plak ook eene smalle strook van dezelfde stof
van een der uiteinden van het glas tot op omstreeks 1 cM. van den
ring. Bind nu een zijden doek om een lampeschuier en wrijf daarmede
flink het lampeglas van binnen, waarbij ge zorg moet dragen, het
zilverpapier niet aan te raken. Als ge de proef in het donker verricht,
zult ge tot uwe groote verbazing, telkens als ge den schuier uit het
glas haalt, eene prachtige vonk tusschen de twee stukken zilverpapier
of bladtin zien overspringen, waardoor bewezen wordt, dat het glas
door wrijven electrisch geworden is.
Met deze zeer eenvoudige electriseermachine kunt ge de meeste proeven
met electriciteit doen, welke men gewoonlijk in physische kabinetten
verricht, o. a. de volgende: hang over den ring van bladtin een
koper- of ijzerdraad, en bevestig aan het ondereinde daarvan een
aantal strookjes dun papier, bijv. van blaadjes cigarettenpapier,
welke gij overlangs in drieën gesneden hebt.
Wrijf nu het lampeglas weder van binnen, maar steek den schuier met
den zijden doek nu van de andere zijde als bij de vorige proef in het
glas, de ring van bladtin wordt geladen, de electriciteit deelt zich
door middel van den draad aan de papierstrooken mede, en ge zult deze
zich van elkaâr zien verwijderen.
Op deze wijze toont ge aan:
1o. dat slechte geleiders, zooals glas, door wrijving electrisch
worden;
2o. dat goede geleiders (zilverpapier en metaaldraad) de electriciteit
van een geëlectriseerd lichaam (het glas) naar een ander overbrengen
(de papierstrooken);
3o. dat lichamen, met dezelfde electriciteit geladen, elkaâr afstooten.
Houd wel in het oog, dat vochtigheid de proeven met electriciteit doet
mislukken: als ge den schuier, den zijden doek en het lampeglas goed
bij het vuur gedroogd hebt, en met mooi, droog weer werkt, sta ik
voor het welslagen der proeven in.