Werp een ring of een geldstuk in een kom met water, en neem aan,
het voorwerp uit het water te halen, zonder de hand nat te maken.
Daartoe behoeft ge slechts de oppervlakte van de vloeistof te
bestrooien met een poeder, waaraan het water niet blijft kleven en
dat dus niet nat wordt. Het lycopodiumpoeder, dat in alle apotheken
te krijgen is, bezit die eigenschap.
Strooi dus een weinig van dat poeder op het water, dompel de hand
gerust in de vloeistof en haal den ring er uit; de toeschouwers zullen
zich kunnen overtuigen, dat uwe hand volkomen droog gebleven is.
Het lycopodiumpoeder heeft in den waren zin des woords uwe hand bekleed
met een handschoen, waarop het water geen vat heeft, evenmin als op
de veeren van de eenden, die we herhaaldelijk zien onderduiken en
toch volkomen droog blijven, tengevolge van de vetdeelen, waarmede
de veeren bedekt zijn.
Mochten sommigen uwer de proef nog verder willen voortzetten, dan
kunnen zij daartoe steeds warmer water nemen, en zich overtuigen dat
het met behulp van het lycopodiumpoeder mogelijk is, een voorwerp
uit een ketel met bijna kokend water te halen; het gevoel van warmte
wordt niet weggenomen, maar de weefsels worden niet aangedaan, en er
ontstaat dus geen brandwond.
De kennis van deze bijzonderheid zou in de middeleeuwen zeer te
stade zijn gekomen aan de slachtoffers van de zoogenaamde ordaliën
of godsoordeelen, als zij aan de proef met kokend water onderworpen
werden.