DE SCHORPIOEN VAN KAMFER.

Plaats op de oppervlakte van het water in eene schaal stukjes kamfer

van verschillende grootte in den vorm van het een of ander dier, een

schorpioen bijv. Na eenigen tijd begint het dier zich in de vloeistof

te bewegen; ge ziet het met de pooten trekken, alsof het beproefde

te zwemmen, en den staart krommen.

Deze aardige proef is zeer eenvoudig en weinig kostbaar, daar men in

iedere huishouding kamfer bij de hand heeft; niettegenstaande deze

schijnbare eenvoudigheid, kan zij ons stof leveren voor eenige zeer

belangwekkende opmerkingen:

1o. Onze schorpioen drijft op het water, maar dompelt daarbij haast

geheel onder; dit bewijst ons, dat de dichtheid van kamfer geringer

is dan die van water, maar er slechts zeer weinig van verschilt;

het soortgelijk gewicht is dan ook 0.995.

2o. Het dier lost niet op: kamfer is dus onoplosbaar in water; hadden

wij het daarentegen in alcohol geplaatst, dan zouden wij bespeurd

hebben, dat alcohol de kamfer oplost.

3o. De losse stukken, waaruit onze schorpioen bestaat, blijven

aaneenliggen juist zooals ze gelegd werden en schijnen aan elkaar te

kleven: ze blijven verbonden door de kracht, welke men cohaesie noemt.

4o. Ten slotte: dat de schorpioen de zonderlinge bewegingen maakt,

waarvan wij zooeven spraken, wordt veroorzaakt door de welbekende

eigenschap van kamfer, dat zij in beweging geraakt op het water,

waarop zij drijft. Wij weten inderdaad, dat een stukje kamfer, op een

wateroppervlak geplaatst, na eenige oogenblikken eene voortgaande en

draaiende beweging zal verkrijgen; deze bewegingen ontstaan, volgens

sommigen door eene terugwerkende kracht, door de ontwikkeling van

kamferdampen ontstaan, volgens anderen door eene geheimzinnige kracht,

spanning aan de vloeistofoppervlakte geheeten.

Natuurkunde in de Huiskamer: ongeveer 100 proeven met huishoudelijke voorwerpen. · 第 33 / 104 题