wanhopige blikken en gebaren (alleen denkbaar bij een Italiaanschen
Vetturino), met welke het ons wordt aangekondigd, duurt het niet lang
of het is terecht gebracht door een sterfelijken hoefsmid, door wiens
hulp wij op dien zelfden avond Castiglione en den volgenden dag Arezzo
bereiken. Zooals natuurlijk, wordt daar de mis gelezen in de schoone
hoofdkerk, waar de zon binnenschijnt, tusschen de groepen pilaren,
door gekleurde vensterglazen, en de figuren, die op den steenen vloer
knielen, half verlicht en half verbergt en strepen van kleurig licht
in de lange zijschepen werpt.
Maar hoeveel schoonheid van een anderen aard is er niet, als wij op
een verrukkelijken, helderen morgen van den top eens heuvels Florence
zien! Als wij zien hoe het daar voor ons ligt in eene vallei, welke
door de zon is verlicht, en schitterend door de er tusschen kronkelende
Arno, en ingesloten door rijzige heuvels; hoe zijne kerkkoepels en
paleizen en torens oprijzen uit het weelderige landschap als eene
opgehoopte glinstering en schitteren als goud in de zon!
De straten van het schoone Florence zijn onvriendelijk en somber;
en de stevige, oude gebouwen werpen zulke groote schaduwen op den
grond en op de rivier, dat er nog eene andere en verschillende
stad van rijke vormen en vinding aan onze voeten ligt. Verbazende
paleizen ter verdediging gebouwd, met kleine wantrouwende vensters,
die van zware staven zijn voorzien, en zeer dikke muren, gevormd
van hooge massa's ruwen steen, fronsen zich, in hun ouden norschen
toestand, op elke straat. In het midden der stad--op het Plein van
den Groothertog, versierd met schoone standbeelden en de fontein
van Neptunus--rijst het Palazzo Vecchio (het oude paleis) met zijne
verbazende, overhangende kanteelingen, en den grooten toren, die over
de geheele stad waakt. In den hof er van--het Kasteel van Otranto
in zijne ontzaglijke somberheid waardig--is eene massieve trap,
waarlangs de zwaarste wagen met het fierste span paarden zou kunnen
oprijden. Er binnen is eene groote zaal, verwelkt en van glans ontdaan
in hare statelijke versiersels en bij korrels wegrottende, maar thans
nog, in de schilderstukken op de muren, de zegepralen der Medici
en de oorlogen van het oude Florentijnsche volk herinnerende. De
gevangenis ligt er dichtbij, op een er aan grenzend plein van het
gebouw--eene morsige en akelige plaats, waar eenige menschen streng
gekerkerd zijn in kleine cellen, als ovens, en waar anderen door
staven gluren en bedelen: waar eenigen dam-spelen, en anderen met
hunne vrienden praten, die onderwijl rooken om de lucht te zuiveren;
en eenigen wijn en vruchten koopen van vrouwen; en allen er smerig,
morsig en gemeen uitzien. "Zij zijn vroolijk genoeg, Signor!" zegt
de cipier. "Die zich daar bevinden, zijn allen met bloed bevlekt,"
voegt hij er bij, terwijl hij met zijne handen drie vierde gedeelten
van het geheele gebouw aanwijst. Alvorens er nog een uur is verloopen,
wordt een oud man van tachtig jaren, die om het sluiten van een koop
twist had gekregen met een jong meisje van zeventien jaar, en haar
had doodgestoken op de marktplaats, welke vol was van schitterende
bloemen, hier binnengebracht om het aantal gevangenen te vergrooten.
Onder het viertal oude bruggen, die de rivier bespannen, heeft de
Ponte Vecchio--de brug, die bezet is met de winkels der juweliers en
goudsmeden--het betooverendst aanzien in het tafereel. Ter plaatse
waar, in het midden, de ruimte van één huis is opengelaten, vertoont
zich het er achter gelegen gezicht als in eene lijst; en die kostelijke
glinstering van lucht en water, en rijke gebouwen, zoo vreedzaam
schitterende tusschen de verwarde daken en gevels op de brug, is
uitmuntend. Daarboven overkruist de Galerij van den Groothertog de
rivier. Zij is gebouwd geworden om de twee groote paleizen door een
geheime gang met elkander te verbinden; en met eene ware dwingelandij
neemt zij haar nijdigen loop tusschen straten en huizen, en gaat waar
het haar lust en drijft al wat haar in den weg staat voor zich uit.
De groothertog heeft een waardiger geheimen doorgang door de
straten in zijn zwart gewaad en hoofddeksel als lid der Compagnia
della Misericordia, eene broederschap, die menschen van alle rangen
omvat. Als er een ongeluk plaats grijpt, is het hun ambt, den lijder
op te nemen en hem liefderijk naar het gasthuis te dragen. Barst er
brand uit, dan behoort het tot hunne ambtsverrichtingen, zich ter
plaatse te begeven en hulp en bescherming te verleenen. Onder hunne
meest gewone diensten behoort ook het bezoeken en troosten der zieken;
en in een huis, dat zij met dat doel betreden, nemen zij geld, noch
spijze, noch drank aan. Zij, die de dienstbeurt hebben, worden, door
het luiden der groote torenklok, in een oogenblik tijds bijeengeroepen;
en men verhaalt, dat men den groothertog van zijne plaats aan tafel
heeft zien opstaan en stil heengaan om aan die oproeping te voldoen.
Op dit andere groote plein, waar eene onregelmatige soort van markt
wordt gehouden, en een voorraad van oud ijzer en andere kleine
koopmanschappen op stalletjes ten toon zijn gespreid, of op het
plaveisel verstrooid liggen, wordt eene groep gevormd door de hoofdkerk
met haar grooten koepel, den schoonen Italiaansch Gothischen Toren (de
Campanile) en het doophuis met zijne gewerkte bronzen deuren. En hier
is de steen van Dante, een onbetreden vierkant van het plaveisel, waar
hij (naar het verhaal luidt) gewoon was zijn stoel te plaatsen en zich
neer te zetten en in beschouwingen te verdiepen. Het zou me benieuwen
of hij, in zijne bittere ballingschap, na eenigerhande herinnering
van dit oude peins-plekje en het verband er van met de liefelijke
gedachten aan de kleine Beatrice, zich altijd hebbe onthouden van
zelfs de straatsteenen te vloeken van het ondankbare Florence!
De kapel der Medici, de goede en kwade engelen van Florence, de kerk
van Santa Croce, waar Michel Angelo ligt begraven, en waar elke steen
in de galerij welsprekend is ten opzichte van den dood van groote
mannen; ontelbare kerken, die vaak uitwendig massa's van onafgemaakt,
lomp klinkerwerk vertoonen, maar die inwendig plechtig en helder
zijn; dit alles vertraagt onze langzame schreden, terwijl wij door
de stad zwerven.
Nabij de graven in de kloosters is het Museum van Natuurlijke Historie,
dat door de geheele wereld beroemd is om zijn was-præparaten;
te beginnen met de modellen van bladeren, zaden, planten, kleine
dieren, en, trapsgewijs opklimmende door de bijzondere organen van
's menschen lichaam tot het geheele samenstel van dit verwonderlijke
scheppingstuk, wordt dit er op de uitnemendste wijze vertoond, als ware
het pas gestorven. Weinige betoogen van onze zwakke sterfelijkheid
kunnen plechtiger en treuriger wezen, of het hart dieper treffen,
dan die der afbeeldingen van Jeugd en Schoonheid, welke hier op haar
bed in den laatsten slaap liggen.
Buiten de muren zien wij de geheele liefelijke vallei van de Arno,
het klooster te Fiesole, den toren van Galileo, Boccaccio's huis,
oude landverblijven en optrekjes; ontelbare belangwekkende plaatsen,
alle glinsterende in een landschap van eene alles overtreffende
schoonheid, en, overgoten met het schitterendste licht, voor ons
uitgespreid. Wanneer wij van al dat glansrijke terugkeeren, hoe
plechtig en hoe grootsch zijn dan niet weer de straten, met hare
groote, donkere, treurige paleizen en tal van legenden; niet slechts
van Beleg en Macht en IJzeren Hand, maar van den zegevierenden groei
der vreedzame Kunsten en Wetenschappen.
Wat al lichts is er niet, tot op den huidigen dag, van tusschen die
oude Florentijnsche paleizen over de wereld uitgestort! Hier zijn de
beeldhouwers der oudheid, in hunne schoone en stille bewaarplaatsen,
voor elken bezoeker geopend, onsterfelijk, naast Michel Angelo, Canova,
Titiaan, Rembrandt, Raphael, en naast dichters, geschiedschrijvers en
wijsgeeren, die doorluchte mannen der geschiedenis, naast welke hare
gekroonde hoofden en geharnaste krijgslieden eene zoo armzalige en
kleine vertooning maken en zoo spoedig vergeten zijn. Hier blijft het
onvergankelijke deel van edele vestingen door aanval en verdediging
in puin vergaan, als geesten vreedzaam en gelijkmatig leven, als de
dwingelandij der menigte, of van weinigen, of van beide, slechts tot
een sprookje is geworden; als Trotschheid en Macht in opgesloten
stof zijne verkeerd. Het vuur in de barsche straten en tusschen
de stevige paleizen en torens, door hemelsche stralen ontstoken,
brandt nog schitterend, terwijl de vlam des oorlogs is uitgedoofd
en de huishoudelijke vuren van geslachten zijn weggekwijnd. Terwijl
duizenden en nog eens duizenden van aangezichten, wier trekken een
streng voorkomen hebben gehad door de worsteling en de driften van het
oogenblik, verzwonden zijn van de oude pleinen en openbare plaatsen
van samenkomst, en de naamlooze Florentijnsche Dame, door de hand
eens schilders voor vergetelheid bewaard, nog altijd in voortdurende
bevalligheid en jeugd voortleeft.
Laat ons, zoolang wij kunnen, op Florence terugzien, en als zijn
schitterende kerkkoepel buiten ons gezicht is, door het vroolijke
Toskane reizen met eene schitterende heugenis er van; want Italië
zal nog schooner in de herinnering zijn. De zomer was gekomen, en
Genua en Milaan en het meer van Como lagen ver achter ons, en wij
rusten te Faido, een Zwitsersch dorp, nabij de ontzaglijke rotsen
en bergen, de eeuwigdurende sneeuw en bruisende watervallen van den
grooten Sint Gothard. Dáár hoorden wij de Italiaansche taal voor het
laatst op deze reize. En zoo laat ons dan Italië en al zijne ellende
en verkeerdheden met genegenheid verlaten, laat ons onze bewondering
blijven schenken aan het schoone van natuur en kunst, waarvan het
tot overvloeiens vol is, en onze teederheid aan een volk, dat van
nature een goeden aanleg heeft en geduldig en zachtmoedig is. Jaren
van veronachtzaming, onderdrukking en wanbestuur hebben gepoogd
zijne natuur te veranderen en zijn geest te verlammen. Ellendige
naijver, aangehitst door nietige vorsten, wie eendracht vernieling,
en verdeeling kracht was, vormde een kanker aan den wortel van zijn
nationaliteit en heeft zijne taal barbaarsch gemaakt. Maar het goede,
dat van oudsher in hen was, zit er nog in, en uit deze asch kan ééns
een edel volk verrijzen. Laat ons die hoop voeden! En laten wij ons
Italië met niet te minder achting in het geheugen roepen, dewijl elk
fragment van zijne vervallen tempels, elke steen van zijne verlaten
paleizen en kerkers bijdraagt tot het opscherpen der les: dat het
rad van den tijd naar een einde rolt, en dat de wereld, naarmate
het voortrolt, in alle groote, gewichtige aangelegenheden beter,
zachtmoediger, verdraagzamer en hoopvoller wordt.
AANTEEKENINGEN
[1] Tot naricht diene, dat in 't Engelsch dit woord maar uit één
lettergreep bestaat: key.
[2] Daargelaten het door den nuttigen arbeid van gevangenen verkregen
voordeel, dat we nooit kunnen hopen tot eenige noemenswaardige
hoogte op te voeren--misschien is 't niet eens geraden voor ons,
dit te probeeren--zijn er twee gevangenissen in Londen, die in alle
opzichten gelijk en op sommige punten bepaald hooger staan dan die,
welke ik in, Amerika gezien of waarvan ik ooit gehoord en gelezen
heb. De eene gevangenis "the Tothill Fields Bridewell," onder directie
van den luitenant der koninklijke marine A. F. Tracey; de andere "The
Middlesex House of Correction," waarvan de heer Chesterton directeur
is. Beiden zijn verlichte en superieure menschen: en 't zou even
moeielijk wezen om personen te vinden, die beter geschikt zijn voor
de functiën die zij met vastheid, vlijt, verstand en menschelijkheid
verrichten, als om de volkomen orde en uitstekende inrichting van de
door hen bestuurde huizen te overtreffen.
[3] Tot naricht diene, dat men voor vrouwenjapon en tabberd in 't
Engelsch één en 't zelfde woord gebruikt.
Vert.
[4] Blauw is een der scheldwoorden in Engeland, die men den
Presbyterianen naar 't hoofd pleegt te werpen, en wil dan zooveel
zeggen als hier te lande vroom of fijn.
Vert.
[5] Cant--een soort van Farizeesche eigenschap om zich opzettelijk van
woorden te bedienen die gansch wat anders schijnen, dan ze werkelijk
bedoelen.
Vert.
[6] Alles klaar.
[7] Vooruit!
[8] Een vervaarlijk groote bijl.
[9] Looking-Glass = Spiegel.
[10] De minste druktemakers.
[11] Dat wil zooveel zeggen als de meren aandoen.
[12] Het Engelsche woord Shaker wil, letterlijk vertaald, triller of
bever zeggen.
[13] Komt, mannen, vroolijk maar!
[14] Een soort van kaartspel.
[15] Bij de Engelschen is het schip van 't vrouwelijk geslacht; wel
opmerkelijk, daar een der regels hunner taalkunde, zeer rationeel
inderdaad, levenlooze voorwerpen onzijdig verklaart.
Vert.
[16] Als een kleine proef van Amerikaanschen krantenstijl hebben we
dezen volzin zoo getrouw mogelijk zien weer te geven. Vert.
[17] Alweer een proefje van Amerikaanschen kranten-stijl.
[18] In 't Engelsch luidt dit "He is a smart man." Bijna geen woordje
in de Engelsche taal dat zoo'n curieuse rol vervult als dit woordje
smart. In de bovenstaande periode komt het telkens voor, beginnende
met the love of "smart" dealing, waarvan wij den zin niet beter
wisten weer te geven, dan door: de zucht om in zijn handel en wandel
"bij de hand" te zijn.
[19] Een Bazar met een tuin.
[20] Een gebouw te Parijs, waar de gevonden, onbekende lijken
van drenkelingen enz. ten toon worden gesteld, opdat zij door de
betrekkingen der overledene kunnen herkend worden.
[21] Ook Paardenbloem Leontodon Taraxacum.
[22] Écu d'Or is gouden schild; Écu de cuivre koperen schild.
[23] Hier en overal in het werk wordt van Engelsche mijlen gesproken,
waarvan drie een uur gaans maken.
[24] Die van den Predikant van Wakefield, een bekende roman van
Goldsmith.
[25] Den gemartelde werd een trechter tot aan de keelholte gebracht
en door dezen het water ingegoten; doch opdat de lijder het water
langzamerhand zou inzuigen, werd de onderzijde der trechterpijp met
eene lap lijnwaad bedekt.
[26] In sommige landen worden de graanhalmen niet gedorscht, maar
door de hoeven van paarden en muilezels getreden.
[27] Crypta noemde men, in den ouden kerkbouw, eene kleine
onderaardsche kapel, waarin de beenderen van den Heilige rustten naar
wien meestal de kerk was genaamd.
[28] Eene opera van Bellini.
[29] Vijftig centen Nederlandsch geld.
[30] De naam voor reizigers, die eene reistoer over het vasteland
maken.
[31] Een yard is 0.914 Ned. el.
[32] In het Italiaansch is cappello een hoed, vandaar Capuletto.
[33] M. L. Ph. C. van den Bergh, Bloemlezing uit Shakespeare.
Vert.
[34] De vrouw van den Predikant van Wakefield. Zie Aanm. bladz. 149.
[35] Zie Aanm. bladz. 160.
[36] Een Engelsch kunstenaar van grooten naam.
[37] Guy Fawkes, Catesby en anderen smeedden een komplot, om 't
vergaderde parlement, op den vijfden November 1605, door buskruit in
de lucht te doen springen. Het komplot werd ontdekt en de aanleggers
ondergingen hunne straf. Tor herinnering wordt op den verjaardag er
van, door het gemeen van Londen, eene pop met eene mijter op het hoofd,
eene lantaren in de eene en een bos zwavelstokken in de andere hand,
rondgedragen, en dan op een vreugdevuur verbrand.
Vert.
[38] Een koddig persoon uit verscheidene tooneelstukken van
Shakespeare. De bedoelde plaats is te vinden in King Henry IV, 2de
bedrijf, 4de tooneel.
Vert.
[39] Shakespeare, Macbeth, 5de bedrijf, 1ste tooneel.
Vert.
[40] Het Engelsche woord voor de kaak, eene eerloos makende
tentoonstelling van misdadigers, thans aldaar afgeschaft of
buiten gebruik. Oudtijds was het een paal aan de grenzen van
eene heerlijkheid, met 's heeren wapen en een halsband voor
misdadigers. Later was het een soort van houten bord, waaruit het
hoofd en de handen van den er achter geplaatsten misdadiger staken,
wiens straf werd verzwaard door het volk, dat hem allerlei vuilnis
in het gezicht smeet. Aanvankelijk was 't eene straf voor bakkers,
die te licht of slecht brood bakten.
Vert.
[41] Shelley en Keats zijn twee Engelsche dichters.
[42] Dit bijgeloof, bestaande bij vele Oostersche en Westersche volken,
vooronderstelt, dat men, door een persoon met afgunstige oogen aan
te zien, onheil over hem kan brengen.