_De Baron doet een uitstap door de waereld, na een bezoek aan
den berg _Etna_ gegeven te hebben; hij vindt zigzelven weder
in de Zuid-zee; bezoekt _VULKANUS_ op zijne reis; komt bij een
_Hollander_ aan boord, waarmede hij landt aan een Eiland van
kaas, liggende in een zee van melk; beschrijving van eenige
zonderlinge voorwerpen.—Zij verliezen hun compas; hun schip
glijdt tusschen de tanden van een visch, onbekend in dit
gedeelte van de waereld; hunne moeite, om zig uit die plaats
te verlossen; zij komen in de _Kaspische_ zee.—De Baron laat
een beer doodhongeren in zijne handen.—Eenige bijzonderheden
van een borstrok.—In dit hoofdstuk, 't welk het laatste en
het langste is, draagt de Baron zedekundige bedenkingen voor,
over de deugd van trouw en liefde tot de waarheid._ 194
REIZEN
VAN DEN BARON
VAN MUNCHHAUSEN.