„~Backhuyzen~, ~Peters~, ~v. d. Velde~ verklaren u in ditzelfde gebouw
om strijd.” Hier doelt Potgieter op:
XXXV No. 40 ~De Raadpensionaris Johan de Witt aan boord gaande van de
Ned. Vloot op 13 Sept. 1665~ door ~Ludolf Bakhuysen~ (1631–1708).
pag. 180.
XXXVI No. 1850 ~Het verbranden van de Eng. vloot voor Chatham, 20 Juni
1667~, toegeschreven aan den Antwerpenaar ~Jan Peeters~ (1624–1677) en
pag. 181.
XXXVII No. 2470 ~De vierdaagsche Zeeslag~ (11–14 Juni 1666) en
pag. 182.
XXXVIII No. 2471 ~De veroverde prijzen in dien slag~, beiden door
~Willem v. d. Velde~ den Jongere. pag. 183.
Er zijn nu veel meer zeeslagstukken van dezen schilder en van zijn
vader, doch alle pas na 1844 verkregen, zoodat P. slechts op deze
gedoeld kan hebben.
XXXIX No. 549 ~Michiel Adr. de Ruyter~ door ~Ferdinand Bol~ (1616–1680).
pag. 185.
No. 548 stelt denzelfde voor; doch deze schilderij kwam eerst in 1885
in het Rijksmuseum.
XL No. 402 ~Cornelis de Witt~, Burgemeester van Dordrecht, door ~Jan de
Baen~. pag. 187.
XLI No. 2140 ~Prins Willem III~, borstbeeld bij kaarslicht door
~Godfried Schalcken~ (1643–1706), bekend als de kaarslichtschilder.
pag. 188.
XLII „Portretten van vorsten en vorstinnen uit het huis van Oranje in...
pastel,” zegt P. minachtend. Er is een heele serie van; we bepalen ons
tot éen van de vele voortbrengselen van ~Joh. Fr. Aug. Tischbein~
(1750–1812)—het portret van Frederica Sophia Wilhelmina van Pruisen,
gemalin van Prins Willem V. pag. 203.
* * * * *
#Alle afbeeldingen zijn speciaal voor dezen
bundel naar de schilderijen opgenomen door
den heer K. SAMPLONIUS.#