HEILIGE VENUS.

['t Gedicht begint met de vraag:

Heilige Venus, die 't roer houdt aller harten,

Hoe komt mijn nimfjes hart zoo ongevoelijk

Daar z' is zoo goelijk?

De dichter troost zich dan, dat dit niet zoo blijven zal; de macht van

de Mingodin zal ook dat hartjen „schuw en schichtig,” „ommekeeren en

minnen leeren.”

Jan, Jannetje en hun jongste kind—Het Rijksmuseum met inleiding en aanteekeningen van L.S. en vier-en-veertig afbeeldingen · 第 32 / 62 题