III.

Het voorafgaande moge tot inleiding strekken van een opstel van den

heer Gaston Tissandier, die met de heeren Crocé-Spinelli en Sivel,

den noodlottigen tocht met den _Zenith_ heeft ondernomen, waarvan

hij alleen levend is teruggekeerd. Zijn opstel over de onheilen,

aan luchtreizigers overkomen, en zijn verslag over de opstijging

met den _Zenith_, zullen zeker met belangstelling door onze lezers

worden ontvangen.

Nu ruim negentig jaar geleden, toen de luchtballons voor het eerst

werden vertoond, scheen deze opstijging in de ruimte voor de meesten

iets zoo fabelachtigs en ongeloofelijks, dat zij moeite hadden het

als werkelijkheid te erkennen. Zeer vele verstandige en moedige mannen

werden door ontroering en schrik bevangen, op de bloote gedachte aan

zulk een luchtreis.

En schoon nu, na verloop van bijna een eeuw, zulke gevoelens ons

kinderachtig en overdreven toeschijnen, moeten wij evenwel erkennen,

dat ook thans nog alle vooroordeelen ten aanzien der luchtballons

niet zijn uitgeroeid. Hoe vele menschen zouden ook tegenwoordig nog

aarzelen, hun leven toe te vertrouwen aan de teenen mand! Van hoe

menigeen zou de moed bezwijken, als hij een tocht boven de wolken

moest aanvaarden! Men is nog niet gewoon geraakt aan de gedachte,

dat de luchtbol, even als het schip, even als de lokomotief, niet

anders is dan een gewrocht der wetenschap, eene in geen enkel opzicht

buitengewone toepassing harer vaste wetten.

Voorzeker schijnt het niet het rechte middel om deze beangste

gemoederen gerust te stellen, wanneer men hen wijst op de ongelukken

aan luchtreizigers overkomen, die nu eens in de zee verzwolgen, dan

door den storm medegevoerd, straks in de wolken door het vuur verteerd,

of van duizelingwekkende hoogte te pletter zijn gestort. Toch mogen

wij de opmerking niet weerhouden, dat het aantal luchtreizen, sedert de

uitvinding der ballons, zeer aanzienlijk is, en ongeveer twintigduizend

bedraagt; daarentegen is het aantal ongelukken betrekkelijk gering. Wij

durven beweeren, en zouden dit met cijfers kunnen bewijzen, dat,

op een gelijk getal reizen, het aantal schipbreuken in de lucht

veel minder is dan dat der schipbreuken in zee, veel minder zelfs

dan dat der spoorwegongelukken. En wij mogen daarbij voegen, dat,

buitengewone omstandigheden daargelaten, de ongelukken op de luchtreis

bijna altijd het gevolg zijn geweest van onwetenheid, onbekwaamheid,

of roekelooze en eigenzinnige vermetelheid.

Bij voorbeeld. Ten vorigen jare, ter gelegenheid van zijn

kroningsfeest, wilde de Koning van Siam zijne hovelingen onthalen

op het voor hen zeker ongewone schouwspel der opstijging van een

luchtbol. Hij had van Parijs een ballon laten komen, die in zijne

tegenwoordigheid werd gevuld. Maar toen de ballon gereed was om op

te stijgen, was er niemand te vinden, die den tocht kon of durfde

medemaken om den luchtbol weder veilig terug te brengen. De Koning liet

daarop een armen, ter dood veroordeelden slaaf halen, en gelastte hem,

in het schuitje plaats te nemen. De ongelukkige ging in de mand zitten,

juist zoo als hij het hoofd zou hebben gebogen voor het zwaard van den

scherprechter. De ballon, nu van de touwen losgemaakt, vloog pijlsnel

de lucht in.... Is het te verwonderen, dat de slaaf, aldus de oneindige

ruimte ingeslingerd, zonder ballast, zonder voorraad, zonder touwen,

zonder eenig begrip van de aërostatiek, voor immer verdween?

Meermalen hebben Europeanen zich, moedwillig en tegen beter weten in,

aan hetzelfde gevaar blootgesteld.

In datzelfde jaar 1874 steeg een koorddanser, Braquet genaamd,

te Bordeaux op, daarbij kunsten makende op een trapèze, aan een

_montgolfière_ opgehangen. Eenige honderde ellen hoog gestegen, laat

hij los, en de ongelukkige valt met ijlende en steeds toenemende

snelheid naar beneden, tot hij op den grond terecht komt, waar hij

verpletterd wordt. Is zulk een ongeluk te wijten aan het voertuig of

aan den roekeloozen stuurman?

Neen, zoowel op grond mijner eigene ervaring als van hetgeen mij

omtrent andere luchtreizen bekend is, durf ik de verzekering geven, dat

de ballon geen gevaarlijk voertuig is. Mits het door eene ervaren en

voorzichtige hand bestuurd worde, is het lichte luchtschip integendeel

volgzaam en veilig. Zachtkens medegevoerd door de onzichtbare golven

van den dampkring, zweeft het boven steden, wouden en velden; het

wiegt zich, in plechtige stille eenzaamheid, in de hooge streken,

vanwaar het oog nederziet op de prachtige damp- en nevelgroepen, als

veder- of laagwolken, in duizenderlei gestalte, in de lagere luchtlagen

drijvende; het rijst of daalt, naar de begeerte van den meester. Een

handvol uitgeworpen ballast verwijdert het van de oppervlakte

der aarde; eenige ponden gas, door de veiligheidsklep uitgelaten,

voeren het zonder schokken naar de aarde terug; en ondanks den wind,

geschiedt de landing zonder eenige moeite, indien het sleeptouw en

het anker voldoenden weerstand kunnen bieden. Eene zaak valt echter

niet te loochenen: een tocht door de lucht kan evenmin zonder eenig

gevaar hoegenaamd zijn, als een tocht op het water of op het vasteland.

Tot de meest gewone ongevallen van een luchtreis behooren ook die,

welke op het oogenblik zelf van het vertrek plaats grijpen, wanneer de

luchtreiziger de stijgkracht van den ballon niet goed berekend heeft.

Ik was zelf eenmaal getuige van zulk een onheil. Mijn broeder had,

met een zijner vrienden, juist plaats genomen in het schuitje van

den luchtbol _l'Union_, die den 7 Maart 1869 aan de gasfabriek van la

Villette te Parijs was gevuld. Op het oogenblik, toen de luchtreiziger

het bekende _Laat los!_ roept, stijgt de ballon, van te veel ballast

voorzien, niet hooger dan ongeveer een el boven den grond; de wind

grijpt hem aan en werpt hem, in horizontale richting, tegen een der

gasmeters van de fabriek; hij scheurt aanstonds, en wordt met kracht

ter zijde geworpen, midden in een laan; hij glijdt een honderd el

ver langs den grond, en scheurt eindelijk geheel open. Toen de

toeschouwers zagen dat de ballon niet opsteeg, wilden sommigen,

bevreesd voor een ongeluk, hem vasthouden. Een der werklieden van de

gasfabriek en een ander toeschouwer werden door den ballon, dien zij

niet konden tegenhouden, medegesleept en vervolgens met geweld tegen

den grond geworpen: gelukkig kwamen zij er met den schrik en enkele

kleine kwetsuren af.

Is de ballon eenmaal in den dampkring opgestegen, dan zijn er geen

ernstige gevaren meer te duchten. Hij verplaatst zich tegelijk met

de omringende luchtmassa, waarvan hij zelf mede deel uitmaakt,

zonder dat men in het schuitje eenigen wind of eenige beweging,

welke ook, voelt. Evenals eene in zee drijvende boei, kan de ballon

noch omkantelen, noch zich tegen eenig voorwerp stooten; en hoe

snel de vaart ook soms moge zijn, de reiziger ondervindt geen andere

gewaarwording dan die van volstrekte onbewegelijkheid, van volkomen

rust en kalmte: een indruk, nog versterkt door de aangrijpende

stilte der hoogere luchtstreken, waar, boven de drieduizend el,

geen vogel--althans geen onzer gewone vogels--meer gezien wordt,

en tot waar geen enkel geluid van de aarde meer doordringt.

Het oogenblik der opstijging is niet minder treffend, dan dat van het

verblijf in den dampkring; langzaam en statig verheft de ballon zich

van de aarde, als ware het omhoog getrokken door de zonnestralen,

om zich te gaan verliezen in de hoogere sferen der opeengestapelde

wolkgevaarten. Maar, het moet gezegd, zoo deze wolkgevaarten voor

het oog dikwijls een verrukkelijk schouwspel opleveren, kunnen

zij toch soms voor den luchtreiziger de oorzaak worden van groote

moeilijkheden en bezwaren, zoo als blijken zal uit het verhaal van

een onzer luchtreizen, den 9_den_ Februari 1873, aan de fabriek van

la Villette begonnen.

De ballon de _Jean Bart_ steeg des voormiddags, ten kwart over elf uur,

omhoog, ten aanschouwe van eene zeer groote menigte. Wij waren met

ons zevenen in het schuitje. Weldra doorkliefden wij de wolkenlaag,

die zich in den dampkring uitstrekte.

Ons sleeptouw raakt al spoedig die dichte wolkenmassa: het buigt zich

in schuine richting, als medegevoerd door dien stroom van dampen,

die zich onder ons voortbeweegt in eene richting, merkelijk van de

onze afwijkende. De bovenwind drijft ons naar het zuidwesten; het

sleeptouw laat een zichtbaar spoor te midden der wolken na.

De schaduw van onzen ballon teekent zich op dat schitterend

wolkenscherm, omgeven van een prachtigen aureool, stralende in de zeven

kleuren van den regenboog. Deze tooverachtige verschijning duurde

drie volle uren achtereen, telkens wisselende van vorm en gedaante,

even als de beelden van een kaleidoskoop.

Als wij stijgen, krimpt dit schaduwbeeld in en schijnt zich te

verwijderen: daarentegen wint het in omvang, zoo dikwijls het

luchtschip de wolkenlaag nadert. Nu eens vertoont zich de stralende

aureool alleen om het schuitje; dan weder omgeeft hij den ganschen

ballon en omspant hem met een zevenkleurigen krans; straks weder

verdwijnt het prachtige lichtverschijnsel tusschen de wolken, om even

daarna op een ander punt op nieuw te verschijnen.

Na een verblijf van drie uren te midden van dezen oceaan van licht,

na onze meteorologische waarnemingen volbracht te hebben, besluiten wij

weder te dalen, om nog een poos onder de wolken, dichter bij den grond,

te drijven. Ik houd op met het uitwerpen van ballast, en weldra heeft

de ballon lagere streken bereikt; hij nadert de wolkenlaag. Plotseling

ondervinden wij eene gewaarwording van doordringende koude, even of

wij in ons een kelder bevonden. De thermometer staat weldra op twee

graden boven nul; ijskegels vormen zich aan alle zijden rondom ons,

op den hoepel, op de touwen, op onze jassen, zelfs in onze baarden. Ik

raak met de hand een lang koperdraad aan, dat ik aan het schuitje had

opgehangen: een vonk springt daaruit te voorschijn en steekt mij in den

vinger. Wij bevinden ons in een ijswolk, gelijk aan die, welke de heer

Carral, op een zijner gedenkwaardige tochten, heeft doorsneden. Wij

rillen van koude. Ter hoogte van duizend el verlaten wij deze dichte

en zware wolklaag, en zien de aarde weder, met sneeuw overdekt. Wij

drijven boven la Loupe, op eenige mijlen afstands van Nogent-le-Rotrou.

Het verwondert mij, dat de _Jean Bart_ zoo langzaam daalt, na

plotseling zoo sterk te zijn afgekoeld door de aanraking met de

ijskristallen. De barometer wijst eene hoogte aan van driehonderd

el. Ik meen ook inderdaad dat wij ons op die hoogte bevinden, niet

wetende dat wij over het plateau van Montireau zweven, dat, zooals

ik later vernam, tweehonderd el boven de oppervlakte der zee ligt.

Ik maak mij gereed, op nieuw ballast uit te werpen, om den ballon in

de verlangde richting te houden, toen mijn broeder eensklaps uitroept:

"Het sleeptouw raakt den grond!"

Ons touw, dat maar honderd el lang is, glijdt inderdaad over de velden;

de uitwerking der samenpersing van het afgekoelde gas doet zich nu in

al hare kracht gevoelen. Ik zie de aarde, die met duizelingwekkende

snelheid schijnt te naderen. Vergeefs werp ik twee zakken ballast over

boord: het is te laat om den val van den ballon te beletten! Haastig

snijd ik het touw los dat het anker vasthield.

"Houdt u goed vast!" roept een van ons.

Nauwelijks waren deze woorden gesproken, of wij krijgen een geweldigen

schok.... Het schuitje heeft tegen den grond gestooten: de ballon

valt op zijde: wij worden in eene onbeschrijfelijke wanorde door en

over elkander geworpen. De kracht van den val is zoo hevig, dat mijn

vriend, de heer O., buiten de mand wordt geslingerd. In plaats van

met ons zevenen, zijn wij nog maar met ons zessen!

De _Jean Bart_, nu van een deel zijner lading bevrijd, maakt een sprong

van tweehonderd ellen hoogte: ik breng den ballon weder naar de aarde

terug, door de half geopende veiligheidsklep geheel te openen; en

gelukkig zie ik nu op den grond onzen uit de wolken gevallen vriend,

die weder opstaat en wandelt. Hij is dus gered!

Het waait hard, althans bij vlagen; de ballon sleept zich voort,

werpt ons in een appelboom, dien hij geheel verbrijzelt, en slingert

ons dan over een boschje heen. Ik houd altijd de veiligheidsklep

open. Eindelijk komt de ballon tot rust: nu dringt de wind naar binnen

en scheurt weldra den ganschen luchtbol aan flarden. Maar gelukkig

is de _Jean Bart_ alleen gewond, de equipage is behouden.

Uit dit verhaal blijkt dat de wolken, omdat zij het gas in den ballon

doen afkoelen en aan de oppervlakte, hetzij water, hetzij ijskegels

doen ontstaan, èn de stijgkracht verminderen, èn tegelijk het gewicht

van den ballon soms niet onbelangrijk vermeerderen. De luchtreiziger

moet wel degelijk rekening houden met deze beide verschijnselen,

die van onmiddellijken invloed op de daling van den ballon zijn.

Ook gebeurt het wel, dat de luchtreiziger door regen of sneeuw

overvallen wordt, die natuurlijk denzelfden invloed uitoefenen. Ten

einde deze invloeden te keer te gaan, moet hij een grooten voorraad

ballast beschikbaar hebben om dien uit te kunnen werpen. Onweder en

bliksem zouden echter de geduchtste vijanden van den luchtreiziger

zijn: maar het is stellig niet dikwijls gebeurd dat een ballon zich

midden in een donderwolk bevond, terwijl de elektrieke bliksemvonken

rondom hem spatten; want zoodra het begint te weerlichten, is het

raadzaam zoo spoedig mogelijk naar de aarde terug te keeren. Zeer

licht toch zou de elektriciteit het ontbrandbare gas kunnen doen

ontvlammen, en de luchtreizigers, dan door niets meer in de oneindige

ruimte gedragen, zouden reddeloos naar beneden storten.

Een val is echter in den regel aan andere oorzaken te wijten, en wel,

zoo als ik reeds opmerkte, bijna altijd aan de onvoorzichtigheid van

den reiziger, of aan het onvoldoende materieel.

La Mountain, in de Vereenigde Staten wel bekend door zijne talrijke

luchtreizen, en voornamelijk door een zeer dramatischen tocht, waarop

hij bijna in de wateren van het meer Erie verzwolgen was;--La Mountain

is aldus op de vreeselijkste wijze om het leven gekomen, ten gevolge

van verkeerde maatregelen.

Op den 4_den_ Juli 1873, den gedenkdag der onafhankelijkheidsverklaring

van de Vereenigde Staten, steeg La Mountain in eene _montgolfière_

te Iona in Michigan op. Duizende toeschouwers waren bij zijne afreis

tegenwoordig. De ongelukkige was op het noodlottige denkbeeld gekomen

om zijn schuitje op te hangen, niet aan een net, dat den ganschen

ballon omgaf, maar aan een aantal op zich zelven staande losse touwen,

onafhankelijk van elkander, en vastgemaakt aan een hoepel om het

bovenste gedeelte van de _montgolfière_ geslagen.

La Mountain verhief zich boven de wolken, die niet ver van de aarde

verwijderd waren, en door welker scheuren heen men hem van beneden

nog zien kon. Waarschijnlijk schoven de touwen al spoedig dicht

bij elkander; vermoedelijk kwamen zij allengs zoo dicht bijeen,

dat het grootste gedeelte van den luchtbol geheel vrij kwam. Hoe

dit zij, de hoepel werd afgetrokken: de ballon vloog alleen weg! La

Mountain stortte met zijn schuitje en de los slingerende touwen naar

beneden. Men zag hem van verre zich krampachtig vastklemmen aan de

brooze korf, die met eene onbeschrijfelijke snelheid naar de aarde

tuimelde. Ongeveer honderd el boven den grond, liet de rampzalige los:

en zijn verpletterd lichaam stortte eensklaps neder in een veld, in

tegenwoordigheid van eenige duizende toeschouwers. Dit huiveringwekkend

ongeluk ontperste een traan aan menig oog: de meeste vrouwen vielen

in zwijm.

Vincent De Groof, de zoogenaamde _vliegende man_, verloor door eene

dergelijke onvoorzichtigheid, op den 9_den_ Juli 1874, te Londen

het leven. Hij had de dwaasheid gehad, zich in de lucht te willen

verheffen in een soort van vliegtoestel, bestaande uit twee vleugels,

waaronder hij zelf hing, zittende op een houten plankje. De man en

de toestel waren bevestigd aan het schuitje van een ballon, die door

den heer Simmons werd bestuurd. Na ter hoogte van twaalfhonderd el

te zijn gestegen, naderde de ballon weder de aarde; op eene hoogte

van honderd el boven den grond, maakte De Groof zich van den ballon

los. In plaats echter van zich naar behooren te bewegen, sloegen zijne

vleugels naar boven toe, en de roekelooze stortte naar beneden, midden

in Robertstreet (Chelsea), dicht bij een kruidenierswinkel. De menigte

wierp zich, in woeste drift, op het lichaam van den luchtreiziger,

en nam de stukken mede van den toestel, die zijn dood veroorzaakt

had. De ongelukkige leefde nog, toen men hem van den grond ophief;

maar hij kon geene enkele beweging meer maken, en nog eer men het

hospitaal bereikt had, had hij reeds den geest gegeven.

Wij zouden de lijst dezer ongelukkige nederstortingen nog kunnen

vergrooten; maar wij wenden ons van deze akelige tafreelen af, om

van andere schipbreuken getuigen te zijn, waarbij de reizigers wel

met de ernstigste gevaren hadden te kampen, maar er toch het leven

af brachten.

Dramas in de wolken: Luchtreizen en luchtreizigers De Aarde en haar Volken, 1875 · 第 3 / 5 题