Het voorafgaande moge tot inleiding strekken van een opstel van den
heer Gaston Tissandier, die met de heeren Crocé-Spinelli en Sivel,
den noodlottigen tocht met den _Zenith_ heeft ondernomen, waarvan
hij alleen levend is teruggekeerd. Zijn opstel over de onheilen,
aan luchtreizigers overkomen, en zijn verslag over de opstijging
met den _Zenith_, zullen zeker met belangstelling door onze lezers
worden ontvangen.
Nu ruim negentig jaar geleden, toen de luchtballons voor het eerst
werden vertoond, scheen deze opstijging in de ruimte voor de meesten
iets zoo fabelachtigs en ongeloofelijks, dat zij moeite hadden het
als werkelijkheid te erkennen. Zeer vele verstandige en moedige mannen
werden door ontroering en schrik bevangen, op de bloote gedachte aan
zulk een luchtreis.
En schoon nu, na verloop van bijna een eeuw, zulke gevoelens ons
kinderachtig en overdreven toeschijnen, moeten wij evenwel erkennen,
dat ook thans nog alle vooroordeelen ten aanzien der luchtballons
niet zijn uitgeroeid. Hoe vele menschen zouden ook tegenwoordig nog
aarzelen, hun leven toe te vertrouwen aan de teenen mand! Van hoe
menigeen zou de moed bezwijken, als hij een tocht boven de wolken
moest aanvaarden! Men is nog niet gewoon geraakt aan de gedachte,
dat de luchtbol, even als het schip, even als de lokomotief, niet
anders is dan een gewrocht der wetenschap, eene in geen enkel opzicht
buitengewone toepassing harer vaste wetten.
Voorzeker schijnt het niet het rechte middel om deze beangste
gemoederen gerust te stellen, wanneer men hen wijst op de ongelukken
aan luchtreizigers overkomen, die nu eens in de zee verzwolgen, dan
door den storm medegevoerd, straks in de wolken door het vuur verteerd,
of van duizelingwekkende hoogte te pletter zijn gestort. Toch mogen
wij de opmerking niet weerhouden, dat het aantal luchtreizen, sedert de
uitvinding der ballons, zeer aanzienlijk is, en ongeveer twintigduizend
bedraagt; daarentegen is het aantal ongelukken betrekkelijk gering. Wij
durven beweeren, en zouden dit met cijfers kunnen bewijzen, dat,
op een gelijk getal reizen, het aantal schipbreuken in de lucht
veel minder is dan dat der schipbreuken in zee, veel minder zelfs
dan dat der spoorwegongelukken. En wij mogen daarbij voegen, dat,
buitengewone omstandigheden daargelaten, de ongelukken op de luchtreis
bijna altijd het gevolg zijn geweest van onwetenheid, onbekwaamheid,
of roekelooze en eigenzinnige vermetelheid.
Bij voorbeeld. Ten vorigen jare, ter gelegenheid van zijn
kroningsfeest, wilde de Koning van Siam zijne hovelingen onthalen
op het voor hen zeker ongewone schouwspel der opstijging van een
luchtbol. Hij had van Parijs een ballon laten komen, die in zijne
tegenwoordigheid werd gevuld. Maar toen de ballon gereed was om op
te stijgen, was er niemand te vinden, die den tocht kon of durfde
medemaken om den luchtbol weder veilig terug te brengen. De Koning liet
daarop een armen, ter dood veroordeelden slaaf halen, en gelastte hem,
in het schuitje plaats te nemen. De ongelukkige ging in de mand zitten,
juist zoo als hij het hoofd zou hebben gebogen voor het zwaard van den
scherprechter. De ballon, nu van de touwen losgemaakt, vloog pijlsnel
de lucht in.... Is het te verwonderen, dat de slaaf, aldus de oneindige
ruimte ingeslingerd, zonder ballast, zonder voorraad, zonder touwen,
zonder eenig begrip van de aërostatiek, voor immer verdween?
Meermalen hebben Europeanen zich, moedwillig en tegen beter weten in,
aan hetzelfde gevaar blootgesteld.
In datzelfde jaar 1874 steeg een koorddanser, Braquet genaamd,
te Bordeaux op, daarbij kunsten makende op een trapèze, aan een
_montgolfière_ opgehangen. Eenige honderde ellen hoog gestegen, laat
hij los, en de ongelukkige valt met ijlende en steeds toenemende
snelheid naar beneden, tot hij op den grond terecht komt, waar hij
verpletterd wordt. Is zulk een ongeluk te wijten aan het voertuig of
aan den roekeloozen stuurman?
Neen, zoowel op grond mijner eigene ervaring als van hetgeen mij
omtrent andere luchtreizen bekend is, durf ik de verzekering geven, dat
de ballon geen gevaarlijk voertuig is. Mits het door eene ervaren en
voorzichtige hand bestuurd worde, is het lichte luchtschip integendeel
volgzaam en veilig. Zachtkens medegevoerd door de onzichtbare golven
van den dampkring, zweeft het boven steden, wouden en velden; het
wiegt zich, in plechtige stille eenzaamheid, in de hooge streken,
vanwaar het oog nederziet op de prachtige damp- en nevelgroepen, als
veder- of laagwolken, in duizenderlei gestalte, in de lagere luchtlagen
drijvende; het rijst of daalt, naar de begeerte van den meester. Een
handvol uitgeworpen ballast verwijdert het van de oppervlakte
der aarde; eenige ponden gas, door de veiligheidsklep uitgelaten,
voeren het zonder schokken naar de aarde terug; en ondanks den wind,
geschiedt de landing zonder eenige moeite, indien het sleeptouw en
het anker voldoenden weerstand kunnen bieden. Eene zaak valt echter
niet te loochenen: een tocht door de lucht kan evenmin zonder eenig
gevaar hoegenaamd zijn, als een tocht op het water of op het vasteland.
Tot de meest gewone ongevallen van een luchtreis behooren ook die,
welke op het oogenblik zelf van het vertrek plaats grijpen, wanneer de
luchtreiziger de stijgkracht van den ballon niet goed berekend heeft.
Ik was zelf eenmaal getuige van zulk een onheil. Mijn broeder had,
met een zijner vrienden, juist plaats genomen in het schuitje van
den luchtbol _l'Union_, die den 7 Maart 1869 aan de gasfabriek van la
Villette te Parijs was gevuld. Op het oogenblik, toen de luchtreiziger
het bekende _Laat los!_ roept, stijgt de ballon, van te veel ballast
voorzien, niet hooger dan ongeveer een el boven den grond; de wind
grijpt hem aan en werpt hem, in horizontale richting, tegen een der
gasmeters van de fabriek; hij scheurt aanstonds, en wordt met kracht
ter zijde geworpen, midden in een laan; hij glijdt een honderd el
ver langs den grond, en scheurt eindelijk geheel open. Toen de
toeschouwers zagen dat de ballon niet opsteeg, wilden sommigen,
bevreesd voor een ongeluk, hem vasthouden. Een der werklieden van de
gasfabriek en een ander toeschouwer werden door den ballon, dien zij
niet konden tegenhouden, medegesleept en vervolgens met geweld tegen
den grond geworpen: gelukkig kwamen zij er met den schrik en enkele
kleine kwetsuren af.
Is de ballon eenmaal in den dampkring opgestegen, dan zijn er geen
ernstige gevaren meer te duchten. Hij verplaatst zich tegelijk met
de omringende luchtmassa, waarvan hij zelf mede deel uitmaakt,
zonder dat men in het schuitje eenigen wind of eenige beweging,
welke ook, voelt. Evenals eene in zee drijvende boei, kan de ballon
noch omkantelen, noch zich tegen eenig voorwerp stooten; en hoe
snel de vaart ook soms moge zijn, de reiziger ondervindt geen andere
gewaarwording dan die van volstrekte onbewegelijkheid, van volkomen
rust en kalmte: een indruk, nog versterkt door de aangrijpende
stilte der hoogere luchtstreken, waar, boven de drieduizend el,
geen vogel--althans geen onzer gewone vogels--meer gezien wordt,
en tot waar geen enkel geluid van de aarde meer doordringt.
Het oogenblik der opstijging is niet minder treffend, dan dat van het
verblijf in den dampkring; langzaam en statig verheft de ballon zich
van de aarde, als ware het omhoog getrokken door de zonnestralen,
om zich te gaan verliezen in de hoogere sferen der opeengestapelde
wolkgevaarten. Maar, het moet gezegd, zoo deze wolkgevaarten voor
het oog dikwijls een verrukkelijk schouwspel opleveren, kunnen
zij toch soms voor den luchtreiziger de oorzaak worden van groote
moeilijkheden en bezwaren, zoo als blijken zal uit het verhaal van
een onzer luchtreizen, den 9_den_ Februari 1873, aan de fabriek van
la Villette begonnen.
De ballon de _Jean Bart_ steeg des voormiddags, ten kwart over elf uur,
omhoog, ten aanschouwe van eene zeer groote menigte. Wij waren met
ons zevenen in het schuitje. Weldra doorkliefden wij de wolkenlaag,
die zich in den dampkring uitstrekte.
Ons sleeptouw raakt al spoedig die dichte wolkenmassa: het buigt zich
in schuine richting, als medegevoerd door dien stroom van dampen,
die zich onder ons voortbeweegt in eene richting, merkelijk van de
onze afwijkende. De bovenwind drijft ons naar het zuidwesten; het
sleeptouw laat een zichtbaar spoor te midden der wolken na.
De schaduw van onzen ballon teekent zich op dat schitterend
wolkenscherm, omgeven van een prachtigen aureool, stralende in de zeven
kleuren van den regenboog. Deze tooverachtige verschijning duurde
drie volle uren achtereen, telkens wisselende van vorm en gedaante,
even als de beelden van een kaleidoskoop.
Als wij stijgen, krimpt dit schaduwbeeld in en schijnt zich te
verwijderen: daarentegen wint het in omvang, zoo dikwijls het
luchtschip de wolkenlaag nadert. Nu eens vertoont zich de stralende
aureool alleen om het schuitje; dan weder omgeeft hij den ganschen
ballon en omspant hem met een zevenkleurigen krans; straks weder
verdwijnt het prachtige lichtverschijnsel tusschen de wolken, om even
daarna op een ander punt op nieuw te verschijnen.
Na een verblijf van drie uren te midden van dezen oceaan van licht,
na onze meteorologische waarnemingen volbracht te hebben, besluiten wij
weder te dalen, om nog een poos onder de wolken, dichter bij den grond,
te drijven. Ik houd op met het uitwerpen van ballast, en weldra heeft
de ballon lagere streken bereikt; hij nadert de wolkenlaag. Plotseling
ondervinden wij eene gewaarwording van doordringende koude, even of
wij in ons een kelder bevonden. De thermometer staat weldra op twee
graden boven nul; ijskegels vormen zich aan alle zijden rondom ons,
op den hoepel, op de touwen, op onze jassen, zelfs in onze baarden. Ik
raak met de hand een lang koperdraad aan, dat ik aan het schuitje had
opgehangen: een vonk springt daaruit te voorschijn en steekt mij in den
vinger. Wij bevinden ons in een ijswolk, gelijk aan die, welke de heer
Carral, op een zijner gedenkwaardige tochten, heeft doorsneden. Wij
rillen van koude. Ter hoogte van duizend el verlaten wij deze dichte
en zware wolklaag, en zien de aarde weder, met sneeuw overdekt. Wij
drijven boven la Loupe, op eenige mijlen afstands van Nogent-le-Rotrou.
Het verwondert mij, dat de _Jean Bart_ zoo langzaam daalt, na
plotseling zoo sterk te zijn afgekoeld door de aanraking met de
ijskristallen. De barometer wijst eene hoogte aan van driehonderd
el. Ik meen ook inderdaad dat wij ons op die hoogte bevinden, niet
wetende dat wij over het plateau van Montireau zweven, dat, zooals
ik later vernam, tweehonderd el boven de oppervlakte der zee ligt.
Ik maak mij gereed, op nieuw ballast uit te werpen, om den ballon in
de verlangde richting te houden, toen mijn broeder eensklaps uitroept:
"Het sleeptouw raakt den grond!"
Ons touw, dat maar honderd el lang is, glijdt inderdaad over de velden;
de uitwerking der samenpersing van het afgekoelde gas doet zich nu in
al hare kracht gevoelen. Ik zie de aarde, die met duizelingwekkende
snelheid schijnt te naderen. Vergeefs werp ik twee zakken ballast over
boord: het is te laat om den val van den ballon te beletten! Haastig
snijd ik het touw los dat het anker vasthield.
"Houdt u goed vast!" roept een van ons.
Nauwelijks waren deze woorden gesproken, of wij krijgen een geweldigen
schok.... Het schuitje heeft tegen den grond gestooten: de ballon
valt op zijde: wij worden in eene onbeschrijfelijke wanorde door en
over elkander geworpen. De kracht van den val is zoo hevig, dat mijn
vriend, de heer O., buiten de mand wordt geslingerd. In plaats van
met ons zevenen, zijn wij nog maar met ons zessen!
De _Jean Bart_, nu van een deel zijner lading bevrijd, maakt een sprong
van tweehonderd ellen hoogte: ik breng den ballon weder naar de aarde
terug, door de half geopende veiligheidsklep geheel te openen; en
gelukkig zie ik nu op den grond onzen uit de wolken gevallen vriend,
die weder opstaat en wandelt. Hij is dus gered!
Het waait hard, althans bij vlagen; de ballon sleept zich voort,
werpt ons in een appelboom, dien hij geheel verbrijzelt, en slingert
ons dan over een boschje heen. Ik houd altijd de veiligheidsklep
open. Eindelijk komt de ballon tot rust: nu dringt de wind naar binnen
en scheurt weldra den ganschen luchtbol aan flarden. Maar gelukkig
is de _Jean Bart_ alleen gewond, de equipage is behouden.
Uit dit verhaal blijkt dat de wolken, omdat zij het gas in den ballon
doen afkoelen en aan de oppervlakte, hetzij water, hetzij ijskegels
doen ontstaan, èn de stijgkracht verminderen, èn tegelijk het gewicht
van den ballon soms niet onbelangrijk vermeerderen. De luchtreiziger
moet wel degelijk rekening houden met deze beide verschijnselen,
die van onmiddellijken invloed op de daling van den ballon zijn.
Ook gebeurt het wel, dat de luchtreiziger door regen of sneeuw
overvallen wordt, die natuurlijk denzelfden invloed uitoefenen. Ten
einde deze invloeden te keer te gaan, moet hij een grooten voorraad
ballast beschikbaar hebben om dien uit te kunnen werpen. Onweder en
bliksem zouden echter de geduchtste vijanden van den luchtreiziger
zijn: maar het is stellig niet dikwijls gebeurd dat een ballon zich
midden in een donderwolk bevond, terwijl de elektrieke bliksemvonken
rondom hem spatten; want zoodra het begint te weerlichten, is het
raadzaam zoo spoedig mogelijk naar de aarde terug te keeren. Zeer
licht toch zou de elektriciteit het ontbrandbare gas kunnen doen
ontvlammen, en de luchtreizigers, dan door niets meer in de oneindige
ruimte gedragen, zouden reddeloos naar beneden storten.
Een val is echter in den regel aan andere oorzaken te wijten, en wel,
zoo als ik reeds opmerkte, bijna altijd aan de onvoorzichtigheid van
den reiziger, of aan het onvoldoende materieel.
La Mountain, in de Vereenigde Staten wel bekend door zijne talrijke
luchtreizen, en voornamelijk door een zeer dramatischen tocht, waarop
hij bijna in de wateren van het meer Erie verzwolgen was;--La Mountain
is aldus op de vreeselijkste wijze om het leven gekomen, ten gevolge
van verkeerde maatregelen.
Op den 4_den_ Juli 1873, den gedenkdag der onafhankelijkheidsverklaring
van de Vereenigde Staten, steeg La Mountain in eene _montgolfière_
te Iona in Michigan op. Duizende toeschouwers waren bij zijne afreis
tegenwoordig. De ongelukkige was op het noodlottige denkbeeld gekomen
om zijn schuitje op te hangen, niet aan een net, dat den ganschen
ballon omgaf, maar aan een aantal op zich zelven staande losse touwen,
onafhankelijk van elkander, en vastgemaakt aan een hoepel om het
bovenste gedeelte van de _montgolfière_ geslagen.
La Mountain verhief zich boven de wolken, die niet ver van de aarde
verwijderd waren, en door welker scheuren heen men hem van beneden
nog zien kon. Waarschijnlijk schoven de touwen al spoedig dicht
bij elkander; vermoedelijk kwamen zij allengs zoo dicht bijeen,
dat het grootste gedeelte van den luchtbol geheel vrij kwam. Hoe
dit zij, de hoepel werd afgetrokken: de ballon vloog alleen weg! La
Mountain stortte met zijn schuitje en de los slingerende touwen naar
beneden. Men zag hem van verre zich krampachtig vastklemmen aan de
brooze korf, die met eene onbeschrijfelijke snelheid naar de aarde
tuimelde. Ongeveer honderd el boven den grond, liet de rampzalige los:
en zijn verpletterd lichaam stortte eensklaps neder in een veld, in
tegenwoordigheid van eenige duizende toeschouwers. Dit huiveringwekkend
ongeluk ontperste een traan aan menig oog: de meeste vrouwen vielen
in zwijm.
Vincent De Groof, de zoogenaamde _vliegende man_, verloor door eene
dergelijke onvoorzichtigheid, op den 9_den_ Juli 1874, te Londen
het leven. Hij had de dwaasheid gehad, zich in de lucht te willen
verheffen in een soort van vliegtoestel, bestaande uit twee vleugels,
waaronder hij zelf hing, zittende op een houten plankje. De man en
de toestel waren bevestigd aan het schuitje van een ballon, die door
den heer Simmons werd bestuurd. Na ter hoogte van twaalfhonderd el
te zijn gestegen, naderde de ballon weder de aarde; op eene hoogte
van honderd el boven den grond, maakte De Groof zich van den ballon
los. In plaats echter van zich naar behooren te bewegen, sloegen zijne
vleugels naar boven toe, en de roekelooze stortte naar beneden, midden
in Robertstreet (Chelsea), dicht bij een kruidenierswinkel. De menigte
wierp zich, in woeste drift, op het lichaam van den luchtreiziger,
en nam de stukken mede van den toestel, die zijn dood veroorzaakt
had. De ongelukkige leefde nog, toen men hem van den grond ophief;
maar hij kon geene enkele beweging meer maken, en nog eer men het
hospitaal bereikt had, had hij reeds den geest gegeven.
Wij zouden de lijst dezer ongelukkige nederstortingen nog kunnen
vergrooten; maar wij wenden ons van deze akelige tafreelen af, om
van andere schipbreuken getuigen te zijn, waarbij de reizigers wel
met de ernstigste gevaren hadden te kampen, maar er toch het leven
af brachten.