II.

De physika leert, dat een lichaam, hetwelk in een vloeistof gedompeld

wordt, juist zooveel aan gewicht verliest als het gewicht bedraagt der

hoeveelheid vloeistof, die het verplaatst. Door eigen ondervinding

kan zich ieder van de waarheid dezer stelling vergewissen, en zich

overtuigen, dat voorwerpen, in het water gedompeld, minder zwaar zijn

dan daarbuiten. Een in het water gedompeld lichaam is onderworpen

aan de werking van twee tegenstrijdige krachten: de zwaarte, die

het naar beneden trekt, en eene drukking van beneden naar boven, die

het opheft. Dit geldt evenzeer van het gas als van de vloeistoffen,

van de lucht zoowel als van het water. Indien een in de lucht zwevend

voorwerp zwaarder is, dan de hoeveelheid lucht, die het verplaatst,

dan valt het op den grond. Is het even zwaar, dan blijft het drijven

of zweven in de luchtlaag, waarin het zich bevindt. Is het daarentegen

lichter, dan stijgt het naar boven, tot zoolang het een luchtlaag

ontmoet, wier specifiek gewicht minder is. Zooals bekend is, neemt

de dichtheid, dat is de zwaarte, der lucht af, naar gelang van de

hoogte; de luchtlagen het dichtst bij de oppervlakte der aarde zijn

het zwaarste. De daarboven liggende zijn lichter, naar gelang zij

verder van de aarde verwijderd zijn.

Het beginsel, waarvan men bij de samenstelling der luchtballons

uitgaat, is dus niet, zooals op het eerste gezicht welhaast schijnen

zou, in tegenspraak met de wetten der physika of der zwaartekracht,

maar integendeel daarmede in volkomen overeenstemming. Een luchtbol is

niets anders dan een groote ballon van lichte en ondoordringbare stof,

die, met verwarmde lucht of waterstofgas gevuld, naar boven stijgt,

omdat hij minder zwaar is dan de lucht die hij verplaatst.

De eerste luchtbel, die van Montgolfier, was eenvoudig met verwarmde

lucht gevuld; omdat Montgolfier zich ook verder uitsluitend van

verwarmde lucht bediende, noemde men deze ballons _montgolfières_. Op

het eerste gezicht kan zich ieder overtuigen, dat warme lucht lichter

is dan koude, omdat zij grooter volume bezit, dat wil zeggen, minder

dicht is. Het verschil in zwaarte tusschen de warme lucht in den ballon

en de koude lucht, die verplaatst werd, was nog grooter dan het gewicht

van het omkleedsel; de ballon moest dus noodwendig naar omhoog stijgen.

En daar de dichtheid van de lucht afneemt, naarmate men hooger komt,

volgt daaruit dat de ballon niet hooger kan stijgen, zoodra hij in eene

luchtlaag gekomen is, waarvan het gewicht aan het zijne gelijk is. En

daar, aan den anderen kant, de warme lucht die hij bevat, voortdurend

afkoelt, moet de ballon, naar gelang van die afkoeling, langzaam

maar geleidelijk dalen. Eindelijk, daar de lucht altijd door min of

meer hevige stroomingen bewogen wordt, moet de ballon onvermijdelijk

de richting volgen dezer stroomingen in de verschillende luchtlagen,

die hij doorsnijdt.

Deze zelfde regelen gelden voor de ballons met waterstofgas

gevuld. Een met dit gas gevulde ballon verplaatst een gelijk volume

dampkringslucht: maar aangezien het waterstofgas zeer veel lichter is

dan de gewone lucht, wordt de ballon opgeheven met eene kracht, gelijk

aan het verschil van dichtheid (zwaarte) tusschen het waterstofgas

en de dampkringslucht. De ballon verheft zich dus in den dampkring,

tot hij een luchtlaag bereikt, van gelijke zwaarte als hij zelf bezit;

daar gekomen, blijft hij in evenwicht zweven. Om den ballon te doen

dalen, moet men een gedeelte van het waterstofgas laten ontsnappen

en vervangen door dampkringslucht; en niet dan nadat al het gas is

verdwenen, kan hij weder op den vasten grond komen.

De ballons, waarvan men zich tegenwoordig bedient, zijn bijna altijd

met waterstofgas gevuld; slechts zeer zeldzaam ziet men nog nu en

dan eene enkele _montgolfière_ opstijgen. Hiervoor bestaat een goede

reden. De hoeveelheid brandstof, die de luchtreiziger moest medenemen,

het betrekkelijk geringe verschil in dichtheid tusschen de verwarmde

en de koude lucht, de noodzakelijkheid om voortdurend het vuur te

onderhouden in het komfoor, dat midden in het schuitje hangt:--dat

alles heeft niet alleen eigenaardige moeilijkheden in, maar levert

bovendien zeer wezenlijke gevaren op.

Doorgaans gebruikt men voor het vullen der ballons geen zuiver

waterstofgas, dat veertien maal lichter is dan de lucht, maar

stelt men zich tevreden met het gewone steenkolengas, dat ongeveer

tweemaal lichter is dan de lucht. In dit geval is het voldoende, uit

de naastbijliggende gasfabriek, door middel van een buis, de noodige

hoeveelheid gas naar den ballon te geleiden. De ballon moet nooit

geheel gevuld zijn; want daar de drukking der dampkringslucht afneemt,

naarmate men hooger komt, en het gas in den ballon zich in gelijke

mate uitzet, zou de ballon, indien er geen ruimte voor die uitzetting

overbleef, weldra bersten. Het omkleedsel der luchtballons bestaat uit

lange banen taf, die aan elkander worden genaaid en met een vernis van

gom bestreken, waardoor de stof ondoordringbaar wordt, en het gas niet

door de poriën kan ontsnappen. In het bovenste gedeelte van den ballon

wordt een veiligheidsklep aangebracht, door den natuurkundige Charles,

van wien wij reeds gesproken hebben, uitgevonden; door dit middel heeft

de luchtreiziger het in zijne macht, zoo dikwijls hij wil, gas te laten

ontsnappen en te dalen. Is de veiligheidsklep geopend, dan vervliegt

een zekere hoeveelheid gas en wordt door dampkringslucht vervangen,

waardoor de toestel natuurlijk zwaarder wordt. Het schuitje, waarin

de luchtreizigers plaats nemen, wordt aan den luchtbol bevestigd door

een net, dat den ganschen ballon omgeeft. Naar gelang van de grootte

en de stijgkracht van den ballon, wordt een zeker aantal zakken met

zand gevuld, als ballast, medegenomen. Als de luchtreiziger, bij het

dalen, bemerkt dat hij in zee, in een meer, een rivier, op een huis,

een toren of eenig ander dergelijk voorwerp zou nederkomen, dan werpt

hij zand uit, stijgt weer omhoog en daalt op een ander punt neder. Ook

dit uitwerpen van ballast is eene uitvinding van den luchtreiziger

Charles; en tot heden zijn er nog geen andere middelen bekend om te

rijzen of te dalen: in het eerste geval, moet men ballast uitwerpen,

in het tweede, gas laten ontsnappen.

Om te weten op welke hoogte hij zich bevindt, raadpleegt

de luchtreiziger zijn barometer. Zooals men weet, wordt door

de drukking der lucht op den barometer het kwik in de buis naar

boven gedreven. Hoe zwaarder de lucht is, des te hooger teekent de

barometer. Op gelijke hoogte met de zee, teekent de kwik in de buis

77 centimeters. Op duizend el hoogte, is de hoogte der kwikzuil 67

centimeters, Op twee-duizend el, 60 centimeters. Op drieduizend el,

daalt de kwik tot 53; op vierduizend el, tot 47; op vijfduizend,

tot 41; op zesduizend el, tot 36 centimeters.

De uitvinders van den luchtballon zijn de gebroeders Joseph en Etienne

Montgolfier, zonen van Pierre Montgolfier, een rijken papierfabriekant

te Annonay, in de oude fransche provincie Vivarais, tegenwoordig

het departement de l'Ardèche. Volgens latere onderzoekingen schijnt

men te mogen aannemen, dat de eer der uitvinding hoofdzakelijk,

indien al niet uitsluitend, aan Joseph Montgolfier toekomt, die,

na herhaalde proeven omtrent de verdunning van verwarmde lucht, in

het najaar van 1782 een eersten, zeer kleinen ballon van zeer dunne

taf maakte, die nog geen twee vierkante meters lucht bevatte. In

November 1782 liet hij dien ballon opstijgen in een kamer te Avignon,

waar hij zich toen bevond. Kort daarna te Annonay teruggekeerd,

hervatten de beide broeders de proef, ditmaal in de open lucht, met

den meest gewenschten uitslag. Nu zeker van de deugdelijkheid hunner

theorie, vervaardigden zij een toestel van grooter afmetingen, die

vierentwintig vierkante meters lucht bevatte; ook deze ballon verhief

zich in de lucht, verbrak de touwen, waarmede men hem poogde vast

te houden, en viel op de naburige heuvelen neder, na eene hoogte,

van tusschen de twee en driehonderd el bereikt te hebben.

Toen vervaardigden de gebroeders Montgolfier een nog grooter

en steviger ballon, en lieten dien, op den 5_den_ Juni 1783,

in tegenwoordigheid van de leden der Staten van Vivarais en ten

aanschouwe van eene groote menigte, opstijgen. De proef gelukte

ook ditmaal; de ballon verhief zich, met groote snelheid tot eene

hoogte van omstreeks duizend el, bleef ongeveer tien minuten zweven,

en daalde toen langzaam neder, op een afstand van ruim twaalfhonderd

el van de plaats der opstijging.

Nog geen drie maanden later, op den 27_sten_ Augustus 1783, werd de

proef te Parijs herhaald; ditmaal niet door de gebroeders Montgolfier,

maar door een jong leeraar in de physika, Charles, die, met medewerking

van de gebroeders Robert, werktuigkundigen, een ballon, de _Globe_

genaamd, vervaardigd had. Voor het vullen van dien ballon gebruikte

hij geen verwarmde lucht, maar waterstofgas, dat zes jaren te voren

door den engelschen natuurkundige Cavendish was ontdekt, en toen onder

den naam van ontvlambare lucht bekend was. Om de kosten te dekken,

werd eene inteekening geopend, die dadelijk den grootsten bijval

vond; de doorluchtigste namen van Frankrijk prijkten op de lijst. Na

in de werkplaats der gebroeders Robert gedeeltelijk gevuld te zijn,

(dit vullen vorderde niet minder dan vier dagen!) werd de ballon, ten

twee uur na middernacht, op een opzettelijk daarvoor vervaardigden

wagen, met fakkellicht, en onder militair geleide, in statigen

optocht van de werkplaats op de place des Victoires naar het Champ

de Mars gebracht, waar de opstijging zou plaats grijpen. Daar werd

nu met de vulling voortgegaan; ten vijf uur in den namiddag gaf een

kanonschot het teeken, dat de vertooning zou beginnen. De touwen, die

den ballon tegenhielden, werden losgemaakt, en ten aanschouwe van een

ontzaggelijke menigte, van alle kanten saamgevloeid, steeg de _Globe_

met groote snelheid omhoog, om straks te Gonesse neer te komen en de

landelijke bevolking, die zich van deze wonderlijke verschijning maar

geen rekenschap kon geven, met doodelijken schrik te slaan.

Sedert volgden de luchtreizen elkander in grooten getale op; weldra

werden zij gerekend tot de noodzakelijke bekroning van publieke

feesten te behooren, en de belangstelling week al spoedig om voor

bloote nieuwsgierigheid plaats te maken. Immers de vruchten dezer

ondernemingen waren zoo goed als nul: althans in de schatting van het

publiek, dat in zuiver meteorologische waarnemingen geen bijzondere

belangstelling kon stellen. De aantrekkelijkheid dezer vertooningen lag

hoofdzakelijk in het avontuurlijke en, trouwens meer schijnbare dan

wezenlijke, gevaar, waaraan de luchtreizigers zich blootstelden. De

eerste, die het waagde zelf met een luchtballon op te stijgen, was

Pilâtre des Rosiers, nog in datzelfde jaar 1783.

Dramas in de wolken: Luchtreizen en luchtreizigers De Aarde en haar Volken, 1875 · 第 2 / 5 题