Het is ons een treurige plicht u het plotseling en geheimzinnig
verdwijnen mede te deelen van onze geliefde vriendin, mevrouw
Witvoet. Deze beminnenswaardige en beminde poes was de lieveling
van een grooten kring warme en bewonderende vrienden; haar
schoonheid trok aller oogen tot zich, haar bevalligheden en deugden
verzekerden haar een plaats in ieders hart, en haar verlies wordt
door het geheele gezelschap diep gevoeld.
Ze is het laatst gezien bij het hek, waar ze de kar van den
slagersjongen met hare opmerkzaamheid vereerde, en wij vreezen, dat
de een of andere ellendeling, verlokt door haar bekoorlijkheden,
haar heeft gestolen. Weken zijn voorbijgegaan, maar geen spoor
van haar is ontdekt; wij geven alle hoop op, binden een zwart
lint om haar mandje, zetten haar schotel ter zijde en beweenen
haar als ééne, die ons voor altijd ontvallen is.
Een medegevoelend vriend zendt ons het volgende dicht-kleinood.