Boom, Huëhuë.
Plante, Ninánteli.
Bloeme, Illehuë.
Vrugt, of graan, Tun.
Blad, Toubanna: Die is ook een pluim.
Tak, Touribouri.
Doorn, kwast, Huëhuë you; eigentlijk, het hair van den Boom; of Huëhuë
akou; gelijk of gy wilde zegge, d’ oogen van den boom.
Eene Wildernisse, Arabou.
Vijgen, Backóukou.
Zy noemen d’ Oranje-appelen en de Citroenen gelijk wy, om dat deze
vrugten uit Europa tot haar zijn gekomen.
Cassie- of Canesicie-boom, Malimali.
Katoen, Monóulou.
Katoen-boom, Manóulou Akecha.
Druive-boom, Ouliem.
Rakette, een vrugt aldus by de Françoyschen genaamt, Batta.
Grote Cardon, Toorze of wasch-keerze genaamt, Akoulerou.
Tabak, Youli.
Meloen, Battia.
Boon of Erweet, Mancouti.
Rotting of Riet, in ’t algemeen, Mamboulou Tikasket.
Zuiker-riet, Kaniche.
Zap- ofte wijn van Zuiker-rieten, Kanichira.
Zuiker, Choucre. Dit is ons eigewoord in kromtong.
Een kruid, Kalao.
Wortel om t’ eten, Toralé.