1. Wy teikenen de lange Letter-grepen, en op dewelke men wat rusten
moet, met scherpe punten uit. En wy stellen van die punten op
verscheide letteren om te doen kennen dat de gene die voor gaat aan de
voorgaande Letter-greep toe-behoort, en geenzins mag gevoegt worden by
d’ uitspraak van de volgende, gelijk wanneer in het Francoysch wy twe
punten stellen op Loüange, op Loüer, en in het Neder-duitsch op Geëert,
op Geëdelt en diergelijke woorden.
2. Wanneer het woord dat wy stellen een van de Tale der Mannen is, zo
teikenen wy het uit door eene M. en wanneer het is dat van de Vrouwen
zo onderscheiden wy het met eene V.
3. Eindelijk gelijk de woorden van deze Tale moeijelijk zijn om zuiver
gedrukt te worden, van de gene die de kennisse daar van niet door haar
zelven hebben, zo worden de Lezeren gebeden aan den Drukker toe te
eigenen de gebreken die misschien al-hier in eenige plaatzen zullen
gevonden worden, gelijk het byna anders onmogelijk is.
N. B. Dit volgende is het geen de Heer Charles de Rochefort heeft
aangetekent, waar by de hedendaagze Spraak der Karaïbanen ten naasten
by is over-een-komende.