XXXI.

[Ordre op het doen van den Eed van getrouwigheid, by den Gouverneur,

Raden en Regters, mitsgaders de Soldaten, Matrozen, en verdere

Bedienden.] Dat den voornoemden Gouverneur zal wezen gehouden Eed van

getrouwigheid aan haar Hoog Mog., mitsgaders aan de Bewindhebberen van

de voorsz. Compagnie te doen, en de voornoemde Raden en Regters

gelijken Eed, na zeker Formulier daar van te beramen in handen van den

voornoemden Gouverneur; ende dat de Soldaten, Matrozen, ende verdere

Bedienden, de welke by de voorsz. Compagnie zullen werden gesoldoijeert

en betaalt, alle aangenomen en be-eedigt zullen werden op en volgens de

generale Articul-brief van de Compagnie; zullende alle de Opgezetenen

ende Coloniers mede Eed van getrouwigheid aan den Staat ende Compagnie

moeten doen op een particulier Formulier, daar van insgelijks te

beramen, na het exempel van de Eeden der Burgeren en Ingezetenen dezer

Landen.

Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname · 第 60 / 111 题