Ofte fondamentele Conditien, onder de welke haar Hoog Mog. ten
besten ende voordele van de Ingezetenen dezer Landen, de Colonie
van Zuriname hebben doen vallen in handen ende onder directie van
de Bewindhebberen van de generale Nederlandsche Geoctroyeerde
West-Indische Compagnie.
[Redenen en motiven waaromme haar Hoog Mog. goedgevonden hebben de
Colonie van Zuriname (waar van de bescherminge ende opbouw by de Ed.
Mog. Heeren Staten van Zeeland voor eenige jaren is ondernomen) te doen
vallen in handen van de Geoctroyeerde West-Indische Compagnie.] De
Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden: Allen den genen die dezen
zullen zien ofte horen lezen, Saluit. Doen te weten: Nademaal Wy in die
persuasie zijn, dat de Colonie van Zuriname van zodanige constitutie en
gelegentheid is, dat de zelve in niet vele Jaren tot een considerable
Colonie van deze Landen gemaakt zoude konnen werden, dog dat het zelve
met wenig hope van succes kan werden ondernomen, by aldien den
Ondernemer zig niet getroost van in den beginne grote kosten te
supporteren, alleenlijk op verwagtinge van na verloop van vele Jaren de
Vrugten van zijn uitgeschoten geld ende arbeid te genieten, ende dat
een Colonie nootzakelijk in zijn geboort moet smoren, indien men de
Coloniers in den aanbeginne swaarder belast als zy bekwaam en magtig
zijn te dragen, in plaatze van de zelve door hulpe ende assistentie te
ondersteunen, mitsgaders door Privilegien ende fondamentele Wetten te
verzekeren, datze in het toekomende in gene ondragelijke lasten zullen
werden geinvolveert; want door zodanigen maniere van doen de albereits
aanwezende Coloniers onder gehouden, en alle anderen afgeschrikt
werden, omme tot voortzettinge van zodanigen Colonie, ende op hope van
het doen van voordeel en van welvaren, en van het paisibel jouisseren
van dien, zig mede derwaarts te begeven; ende dat ter contrarie, indien
men de Coloniers in den aanbeginne zagtelijk, en zelfs met hulpe ende
assistentie handelt, mitsgaders dat men haar volkomen gerustheid geeft,
datze voor het toekomende, als zy in staat van middelen ende welvaren
zouden mogen wezen gekomen, niet en zullen werden ge-exactioneert, ofte
met schattingen uitgeput, een Colonie op een wel-gelegen plaatze
gefondeert wezende, van een klein begin in korten tijd door
toevloeijinge van alle kanten tot een byzonder en groot werk gemaakt
kan werden; ende dat de generale Geoctroyeerde West-Indische Compagnie
dezer Landen, zig niet ongenegen en toont, om op zodanige gronden en
andere fondamentele en onveranderlijke conditien de bescherminge en den
opbouw van de voorsz. Colonie van Zuriname, door de Heeren Staten van
Zeeland eenige Jaren geleden, ondernomen, ten besten van deze Landen en
van de gemelte West-Indische Compagnie verder voort te zetten, en zo
mogelijk, onder de genadige toelatinge en zegen van God Almagtig, tot
het gewenscht en beoogmerkt einde te brengen: ZO IS ’T; dat Wy mede
considererende, dat het voordeel ende welvaren, dat in gevalle van
verhoopt succes van de zelve Colonie zal proflueren, door accres van
Commercie ende Navigatie, door het debit van veelderhande Manufacturen
ende Vrugten, door het Manufactureren van de rouwe Waren, de welke van
daar in Retouren herwaarts gebragt ende gemanufactureert wezende,
wederom in andere Landen gedebiteert ende verhandelt werden, door den
continuelen aanbouw ende reparatie van Schepen, derwaarts varende, en
van de Worm aldaar opgegeten werdende, door het aankweken van
Zee-varent Volk en bekwame Matrozen, ende uit andere Hoofden meer zal
komen, aan alle de Ingezetenen gezamentlijk, ende zulks vervolgen aan
den Staat zelve; goed-gevonden hebben, gelijk Wy goed vinden by dezen,
de voorsz. Colonie van Zuriname, met alle hare appendentien en
dependentien onder de conditien en fondamentele onveranderlijke
Articulen hier na volgende te cederen en over te geven [De voorsz.
Colonie by de Compagnie aan te vaarden met alzulken regt als de voorsz.
Compagnie is hebbende op alle hare Conquesten gelegen in de Limiten van
den Octroye.
De Compagnie geen veranderinge te mogen maken in de navolgende
Articulen, aan de zelve als een Octroy en Privilegie gegeven, zelfs ook
niet by den Staat tot nadeel van de Opgezetenen.] aan de gemelte
generale West-Indische Compagnie dezer Landen, om by de zelve
geaanvaart te werden, met alzulken regt als de voorsz. Compagnie is
hebbende op alle hare Conquesten, gelegen in de Limiten van den Octroye
aan haar verleent, met dat onderscheid alleen; dat de meer-gemelte
Compagnie ten eeuwigen dage niet bevoegt zal zijn, ofte vermogen eenige
de minste veranderinge te brengen in dat gene, het welke by de volgende
Articulen bepaalt ende gelimiteert staat, dewijle Wy de voorsz.
Articulen gunnen, consenteren en accorderen, gelijk wy doen by dezen,
als een Octroy ofte Privilegie gegeven ten voordele en tot gerustheid
van alle die gene, de welke zig op de voorsz. Colonie albereits ter
neder hebben gestelt of nog zullen komen te begeven, zonder dat daar
van ooit ofte ooit zelfs by de Magten van deze Landen, ten nadele van
de Opgezetenen aldaar zal mogen werden gerecedeert.