EERSTE TOONEEL.

Een marktplein.

Mercutio, Benvolio, een Page en Dienaars komen op.

BENVOLIO. Ik bid u, vriend Mercutio, laat ons gaan;

't Is heet vandaag, de Capulets zijn uit,

En treffen wij die aan, dan komt er twist,

Want bij deez' hitte woelt het dolle bloed.

MERCUTIO. Gij lijkt er wel een, die, als hij de gelagkamer van een

wijnhuis binnenkomt, met zijn zwaard op de tafel slaat en zegt: "God

geve, dat ik u niet noodig hebbe"; en die dan, als de tweede roemer

zijn werking doet, het trekt op den tapper, als dit toch werkelijk

niet noodig is.

BENVOLIO. Ben ik zoo iemand?

MERCUTIO. Ja, ja; gij zijt zoo'n opstuivende kerel in je drift,

als er één in Italië loopt, en even zoo kitteloorig om driftig,

en even zoo driftig om kitteloorig te worden.

BENVOLIO. Wat meer?

MERCUTIO. Waarachtig, als er meer zoo waren, dan zou er in korten tijd

geen een meer over wezen, want de een zou den ander doodslaan. Gij,

waarachtig, gij krijgt met iemand twist, omdat hij een haar meer of een

haar minder in zijn baard heeft, dan gij hebt. Gij krijgt met iemand

twist, als hij een kastanje schilt, alleen omdat gij kastanje-bruine

oogen hebt. Wat oog ter wereld, dan zulk een oog, zou zulk een twist

kunnen opsporen? Uw hoofd is van twist zoo vol als een ei, en toch is

uw hoofd zoo leeg geslagen als een windei, door uw twistzoeken. Gij

hebt twist gezocht met een man, die op straat kuchte, omdat hij

uw hond wakker maakte, die in de zon lag te slapen. Zijt gij niet

uitgevaren tegen een kleermaker, omdat hij zijn nieuw kamizool aantrok

vóór Paschen? en tegen een ander, omdat hij zijn nieuwe schoenen met

oude linten opbond? en wilt gij mij de les lezen over twistzoeken?

BENVOLIO. Nu, als ik zoo twistziek was als gij zijt, zou niemand, zelfs

voor geen vijf kwartier, een weddingschap op mijn hoofd willen aangaan.

MERCUTIO. Uw hoofd! o dwaashoofd!

BENVOLIO. Bij mijn ziel, daar komen de Capulets.

MERCUTIO. Bij mijn zolen, ik geef er niet om.

(Tybalt en eenige Anderen komen op.)

TYBALT. Volg me op den voet, ik heb met hen te spreken.--

Goên dag, een woord met een van u, mijn heeren!

MERCUTIO. En niets dan één woord met een van ons? Voeg er wat bij,

maak er een woord en een slag van.

TYBALT. Gij zult er mij bereid genoeg toe vinden, heer, als gij er

mij maar aanleiding toe wilt geven.

MERCUTIO. Kunt ge geen aanleiding vinden, al geef ik u die niet?

Romeo en Julia · 第 23 / 41 题