IV. DE STRIJD OM ITALIË.

[VII–XII.] Men zette nu koers naar den mond van den Tiber en landde in

Latium. Daar regeerde koning Latinus, gehuwd met Amata. Zij hadden een

dochter Lavinia; voorteekenen hadden haar vader beduid, dat zij voor

een vreemdeling, die zou komen, bestemd was, maar door toedoen van haar

moeder was zij met Turnus, den vorst der Rutuliërs, verloofd. Na de

landing begonnen de Trojanen met den bouw van een versterkte stad.

Latinus ontving hen gastvrij en bood Aeneas de hand van zijn dochter;

maar door Juno alweer werden de volken tot vijandschap opgeruid en

rustten zich tot krijg. Aeneas zocht toen hulp bij den Arkadischen

vorst Euander, die zich in Italië had neergelaten; vriendelijk ontving

hem de hoogbejaarde koning en aan het hoofd van een kleinen hulptroep

gaf hij hem zijn eenigen zoon Pallas meê. Evenals eens Achilles, kwam

ook Aeneas in het bezit van een schitterende wapenrusting, door

Vulcanus, op Venus’ bede, voor hem gemaakt.

Intusschen had Turnus herhaaldelijk vergeefsche aanvallen op de

versterking der Trojanen gedaan. Nu naderde Aeneas, die ook een deel

der Etruriërs bereid had gevonden om met hem op te trekken. Turnus

deelde zijn leger, en een heftige strijd ontspon zich na de landing van

Aeneas’ troepen. Pallas sneuvelde in een gevecht met Turnus, en in zijn

droefheid over den dood van den jongen man, die hem maar noode door

zijn grijzen vader was toevertrouwd, woedde Aeneas met groote

verbittering onder zijn tegenstanders en zocht den vorst der Rutuliërs,

om op hem den dood van zijn bondgenoot te wreken. Maar door Juno’s

tusschenkomst werd Turnus ditmaal nog gered. Een wapenstilstand werd

gesloten; van weerskanten werden de dooden begraven en Pallas’ lijk

werd naar Euander teruggebracht; troosteloos en gebroken was de oude

man toen hij zoo zijn eenigen zoon, op wien al zijn hoop voor de

toekomst was gevestigd, uit den strijd zag terugkeeren. Toen men het

gevecht zou hervatten, werd een tweekamp tusschen Aeneas en Turnus

voorbereid; maar door Juno’s toedoen vielen de Rutuliërs op hun

tegenstanders aan en werd de worsteling weer algemeen. Aeneas werd

gewond en Turnus maakte groote vorderingen; toen echter de aanvoerder

der Trojanen zich weer mengde in den slag, keerde de kans, en om den

nood der zijnen bood Turnus zich nu tot een tweestrijd aan. Juno liet

zich eindelijk met den loop der zaken verzoenen door de belofte dat de

Latijnen, ook als Aeneas overwon, hun taal en hun zeden zouden mogen

behouden. Toen was het lot van den Rutuliër beslist. Aeneas’ speer, met

geweldige kracht geslingerd, trof hem in de dij en zwaar gewond zonk

hij neer op den bodem. Op zijn smeekende woorden aarzelde echter de

Trojaan, die zijn zwaard reeds had getrokken. Toen zag hij over den

schouder van den gevallene den riem met gouden knoppen, dien hij zoo

vaak den jeugdigen Pallas had zien dragen; het medelijden week,

doodelijk trof het scherpe staal, en met zijn laatsten zucht vluchtte

Turnus’ leven naar het rijk der schimmen.

Lavinia werd nu Aeneas’ vrouw; de stad, die hij bouwde, werd naar haar

Lavinium genoemd. Van hier uit stichtte Ascanius Alba Longa en van Alba

Longa uit legden Romulus en Remus de grondslagen voor het beroemde

Rome.

Goden- en Heldensagen · 第 69 / 74 题